
1 "iii,
• f. <
! i'
If 1
. i . i^d'ii .
• ••••(
I It 1
jf :
ki
f i , .
•ll
1)42
iiadecl der regering, eeii aaanierkelijk gedeelte bedierf. Op gelijke
wijze was er door geh eel Midden-Java tot aan deze plaats bijna
dagelijks regen gevallen, en had zieh de invloed van den zoogenaamden
goeden moesson nergens sterk genoeg doen gevoelen.
(In de meteorologische bijdragen voor Java zullen wij hierop
terugkomen.) Ilet schijnt derhalve, dat het hier eerst sedert
den IS-''" September aanhoudend goed weder wil blijven.
Tot aan den avond hield ik mij bezig met het ter nederstellen
dezer schets en bragt ik later nog een uurtje al pratende met mijn
gastheer door, die een man van ondervinding was en reeds onder
Daendels had gediend. — In vroegere jaren had hij yeelDjati
geplant en in dat opzigt ruimschoots ondervinding opgedaan. Velgens
zijne wijze van zien willen de aanplantingen, om welig te
groeijen, vmir hebben, behoort er dikwerf gebrand te worden,
waarop men regen moet hebben. Eerst wanneer de boomen 100
jaar oud zijn, worden zij 4 voet dik; die eene dikte hebben
van eenen voet, teilen 30 jaren; de geplante Djati is altijd
beter dan de wilde soort.
Zoo zouden Avij ons gesprek nog lang hebben voortgezet,
maar ik moet morgen vroeg naar den Keloet afreizen; wij laten
derhalve het seherm voor het tegenwoordige tooneel vallen.
Si
Z E \ E ! \ D E SCHETS.
VULKAAN 54: KfiLOET. $
Br. 8°00'. — L. 112°17'. — H. 5,000 .
a Aber wo luu ich! E» birgt sich der Pfad. Abschüssige Grüml«
«Hemmen mit gähiienarr Kluft hinter mir, vor mir den Schritt.»
( S C H I L L E R . )
Bivouak in de kraterkloof, den Sept. d8U.
Heden morgen ten 6 ure toog ik uit Blitar op weg, teneinde
eene poging te doen om den Keloet, welksbreeden, nitgetanden
top men van daar in het noordoosten, doch op een verren
afstand gewaar wordt, te beklimmen. Gezien van de plaats
waar ik mij bevond, verheft zieh de top des bergs slechts
eenige weinige graden boven den horizon, ten gevolge waarvan
dezelve slechts op die plekken in het oog valt, welke vrij van
geboomte zijn. Naar de ingewonnen berigten te oordeelen,
maakten de oneffenheid van den bodem en de menigvuldige
kloven, waarmede deze doortrokken is, het onmogelijk om, m
eene regte lijn (noordoostwaarts) van de zijde van Bhtar, den
top te kunnen bereiken; meer naar den westelijken voet des
bergs heen bevond zieh, dit was aan de Javanen bekend, een
zandstroom, welke regtstreeks van den top des bergs naar zijnen
voet afdaalt; wij besloten denzelven op te zoeken en dien weg
bij het beklimmen te volgen. Het eerst ging derhalve de togt
naar Breni, een zeer gering en tevens het laatste dorp, hetwelk
m de nabijheid van dezen stroom ligt. In plaats van noordoostwaarts
voort te gaan, in welke rigting de berg hgt, leidde de
weg ons aanvankelijk noordwestwaarts heen, dwars längs den
voet des bergs, totdat wij, na een nd van SV. uur tepaard tc
hebben afgelegd, de plaats bereikten, waar de zandstiwm
- ii'I
.1