
ftrepitus' & iordes evitandas: Loca amat hæc arbor
calida ac ventofa , ut & lblum pingue argillollim,
quale in Java potius invenicur quam m Amboina.
JJfus. Plurimam atque optimam hujus arboriis utili-
tatem præbet ejus lana tenuis | quamvis tam breyis
lit , ut earn in fila ducere nec nerc poflint, adhibetur
autem ad pulvinaria aliaque ad cubile necefiaria in-
plendrf, uti per tbtam fit lhdiam, quum multo tene-
rior ac mollior lit aliis.pulvinàribus explumis confedtis;
nec ita facile in globos convolvitur ac vulgare Golly-
pium ; quamvis tra'clu temporis quoque compingatur,
unde aliquando lana ifta eximenda eft, bacellis .cori-
tundenda & aptandà, ut iterum intumefcat ac fepare-
tur. Recens lana filiquis exuta, ab olficulis vel femi-
nibus prius bene depuranda e ft, antequam pulvinari-
bus'indatur, vel ad alias ufurpetur res dômefticas, ft
hoc enim negligatur, glires pulvinaria perforant, ut
femina adquirant, vel vermiculi etiam ilia perduntfi-
mul cum lana vel Capock: hæcque depuratio fequen-
ti- fit modo : Lana hæc cum feminibus vafi inponitur
& baculo cito circumagitur, cujus inferiori parti crux
quædam parva eft juntta vel adligata, turn lana inftar
floccorum tenuium furlum fefe elevat j feminaque in
fundum cadunt : Quidam populi in infula Celehe hæc
expetunt femina , eaque comedunt æque cruda , ac
parum fupra ignem tolta, donee eorum pelliculæ de-
hifeant, faporem enim habent dulcem, craiTumque
præbent nutrimentum : Alii autem vêtant ac prohibent
ejus copiofum ufum, dicentes, inteftina nimis lubri-
çare, & Dyfenteriam excitare: Feminæ hujus arboris
juniora fumunt folia , iisqiie capillos lavant, -quum
fua mucofitate caput dépurent, longosque ac molles
faciunt crefcere crines : hoc autem melius convenit
feminis,acSmenfibus (qiii capillitium colligant) quam
v iris , multi autem hæG contemnunt fo lia, quum pi-
los non ficcos, fed glutinofos reddant, adhibentque
tantum,ut caput refrigerent, 11 ardorc capicisque do-
lore vexentur.
Arbor hæc ob ejus naturam vegetativam non tantum
adhibetur ad fudes, fed etiam ad vallos clauftro-
rum ligneorum ,quem in finèm incolæ ejus lignum alii
præferunt, quum per globos fauciatum non itain ra-
mentà difiiiit, ac aliud lignum , & quod infuper cito-
firmas in terram agit radices ; vidique hujus Iigni pâ-
lo s , qui una parte penitus.erant emortùi , alter-a Mutera
parte vegeti erant , vivaque para ita vigebat j ut
alteram fupercrefeeret & obtegeret partem.
E x Sympathia magica videtur ortum, quod incolæ
certam curam cum hujus arboris fpmisinftitüant,quæ
nempe ad truncum. prope: radices excrefcunt, quas
conterunt cum fummo. culmine caricis L'alan diéti, &
fummo cum apice ipinarurii Limonii arboris, quæ om--
nia fimul jundta propinant Pleuriticis , & Cardiaca paf-
fione laborantibus..
Eufebius Neurenb. lib. 14. cap. 79. agit de arbore A-
mericana Laquamqua Hujtl difta, quam dicit- a quibus-
dam etiam Pocbotl vocari:, atque in omnibus Ameri-
canis regionibus vulgarem elfe, ejusque quoque femina
ibi cOmedi , æque cruda ac tofta , hominesque
ex iis pinguefcére, fed fimul pigros fieri; ex qua ae-
feriptione puto & concludo eandem noftram Capok
arborem elle , vel faltem ab ilia haud multum differre.
In Rumpbii Appendice bac addita funt :
In TAort. Màlab. part. 3. binæ deferibuntur Ipecies,
quæ in Amboina una in arbore obfervantur, quæque
foliatura ac frudtibus convenit cum prima Pcmja Fig.
51. fed fpihis cum fequenti Moul-Elavou Fig. 52. Ja*
cobus Bontius libr. 6. cap. 14. eam nominat in Java Arborent
Lanigeram j atque cum eo puto, elfe arborem
Goffampinam Plinii libr.12. cap. 11. quam diçit crefcere
in'infulis, Tilos hodieBaryn didtis, fitis in finu Perfieo.
•voorden, als mede om van ’t geraas en de vuiligbeit dev
vleermuizen bevreit te zyn: by wil wel op lugtige en warme
plaatzen f t aan, en ook een vette kley-grönt hebben, waar
toe 'bet fcbynt dat de favaanfebe meer inclineert èn hem.
mer- is dan.de Amboinfcbe.
Gebruik. Demeefte en- befte nuttigheit, die men van
dezen boom beeft, is zyrify?ie>cuool, fcbqon 'dezelve, wegens
bare koribeit, niet aan malkander gefpómen of tot gaar en
gemaakt, kan worden; maar men gebruiktze alleen om al
derhande kuffens , bultzakken, en Jlaap-goet, mede te ml-
l.en x gólyk ook-door ganfeb Indien gefebiet, als zynde veel
zagtei; dan eenige pluim of veere-bedden; ook zo en klontert
bet zó ligt niet als kattoen, -boemel bet-ook metter tyt <wel
wat open in malkander pakt, en daarom moet men bet z om.
tyts eens uitneemen, met ftokjes Jlaam ,en zo wederom doen
opzwellen, midsgaders lugtig en bol worden; de verfebe
wol, wanneerze uit de bouwen genomen is,.moet men eerfi
van de korrels' wel zuiveren, eer menze in de kuffensof
elders anders- toe komt 4e gebruiken: want zo: dit. verzuimt
en nagelaten wort, dan komen de ratten en vreten door de
kuffens been om de korrels te bekomen, of dezelve hygen.
wormen, die dan ook de'wol of Capok kamen te bederven;
en dit zuiveren-gefebiet aldus: men doet de wol met korrels
en al in een vat, en roertze met een ftokjs daar onder een.
kruis aangebonden is, wat baaftig óm, en dan. zq vliegt de
wolle in de gedaantevanfyne vlokken opwaarts ,en de korrels
vallen op de gront: zommige land-volferen op. bet Ey-
lant Celebes zyn graag na deze korrels, en eetenze ook, zo
welraauw, als-een weinigover’t vuur-gerooft, totdat
de fcbelle daar-kómt a f te berften r want zy zyn zoet van.
fmaak, en geven eendik voetzèf: dbg andere Verbieden daar
veel-af te eeten, zeggende, datie dè dérmen te glatmaaken,
en een- bloet~ioop verwekken :- de vrouwen wafjcben baare
bayren met de jonge bladeren van- dezen bom; om datu
door baareftymerigheit bet.hooft zuiveren; enlangeen me-
ke bayren maaken : dog • ’t 'welk voor vrouwen en Sineezen,
(die baar bayren moeten' opbindenjbeter pa f t dan ‘voor mannen,
veele nogtans mispryzen déze bladeren,, oni datu’t
bayr niet te deégen-dróóg maflr ftymerignrnakenféngehrui-
kenze- alleenelykóm- bet vooft te verkoelen , aïjfé. mét hitte en,
booft-pyn- gequelt :zyn-.
Dezen boom. wert-, wegens, zyn groeyzamen aart, niet alleen
tot tbuyn-ftaakén gébruikt, maar. ook tptipattiftadm
aan boute fortreffen, daar bem dfi Inlanders}oókupoer_
toe nemen, om dat hy , dóór de koegéls getroffen zynde^ za
niebenfpUntert. als ander bout, a}s mede;m;dutbfëgim
haaft'in de aqrde vafi-wortelt : en ik bek ook vap dit.bout
paaien gezien, die- aan de- eene zyde a l gebfeeï‘4óot,en aanM
andere- zyde nog groeyende-waren, en dat dé; levendizyk
zo toenamj datèe de andere overwiés en bedekte.
Uit de Sympatpia Magica fcbynt bét dat 'er moet. zyn een
zeekere cure , die de Inlanders komen te dpen met dé domen,
van dezen boom, te weten de gene die aan denfj^m.bj di
wortel ftaan, dezelve vryvende- met de óeffte fpiize van bet.
fnygras, als mede de uiterfte fpiize van Lemoen-dborw,,
én dat zo met malkander gebruikende of iitgev.ende tègm.
bet zyde-fteeken, en hert-gefpan.
Eufebius Nierenb. lib. r4.cap. 79./preekt aldaar van
een Americaanze boom.,, genaamt Laquanqua Hijjd, die by
ook zegt dat van zommige Pochotl 1vierde genaamt, en in
alle Americaanze landen gemeen was, en dat zyne zoodon-
aldaar ook gegeten wier den; zo wel raauw als gerooft.,ook
dat de luiden daar van zeer vet, dog ook.met eenen traag
wier den: en uit welke befebryving ik danmeene of gijfe>
dat bet de zelfde onze Capok-boom', zal wezen., of immers
dat hy daar van niet veel en komt te verjcbillen.
In dé Appendix van Rumphius wert dit ’er bygedaan;
In Hort.Malab. part. 3. werden twee Zoorten befebre-
ven, dewelke in Amboina aan eenen boom gezien werden,
als zynde afin bladeren en vrugten gelyk, dé eerft.e Panja
Fig. 51. maar aan doornen de volgende. Moul-Elavou Fig.
52. Jacbb. Bontius lib. 6. cap. 14. noemt hem op Jaw
Arborem Lanigeram, en ik boude bet met hem daartoom,
dat het zy den Arbor Goflampina Plinii lib.' 12. cap. n-
dèwelke hy zégt te groeyen op de Eylanden van,Tilös,dit\
heedensdaags Baryn genaamt werdengelegen, m de Pet'
Jiaanfcbe golf. /
Tabula Be