
flit
i-
■h
II
van Kaftiliën en Leon de eerfte
geweeft is, die in den jaare twaalf-
honderdveertig in ’t opftellen zyner
ftarrekundige tafelen de zelven
zoude gebruykt hebben ; want
nicts was hem nader dan, naar
’t voorbeeld van de hier voor reeds
aangehaalde volken, zich ook
van zulke letteren te bedienen ,
welken eygen aan zyn vaderland
en rceds van zeer oude tyden, als
blykt uyt den voorby gebragten
Penning ter eere van Cæiar geflaagen,
by de Spanjaarden o f Puni-
Iche volken, welken Spanje in
’ t jaar zevenhonderddertien over-
heerd hadden, zyn in gebruyk
geweeft.
Want wat de Jefuit Papenbroek
in de gemelde plaats voorgeeft dat
de Arabieren die tien fyfferletters
van deindiaanen in ’tjaar 900 naa
Chriftus geboorte zouden hebben
ontfangen en aan de Mooren en
Sarrasfeenen overgeleverd , van
welke volken, naa zy Spanje hadden
overftroomd, de voornoemde
Koning Alfonfus die zoude hebben
ontfangen, moet niet van dc
letteren ze fs, maar van de wyze
om ’er de getallen mede uyt te
drukken verftaan worden. Want
dat ze ouder zyn, is reeds beweezen,
maar dat de wys, om ’er
de getallen mede uyt te drukken,
van de Oofterfche volken ontleend
is, blykt genoegzaam uyt
de orde van ze te fchryven, te weeten
van achtere naar voore, even
gelyk by alle de Oofterfche volken
gefchiedt. Daarenboven heeft ons
de HcerTavernier deeze ondergeftelde
tafel der Oofterfche fyffeiq
tallen.
? 1 n 11 21 31 41
it 2 V - 12 22 CZ 32. 8Z 42
f 3 V 13 Z£ 23 CC 33 8£ 43
s I 24 £8 34 88 44
/ 5 16 zy 25 3S 8 / 46
3 6 F 16 Z3 26 £3 36 83 46
9 7 IS 17 79 27 eg 37 89 47
z a T 18 ZX 28 £Z 38 8Z 48
'i 9 I t 19 29 £^ 39 hx 49
10 20 c 30 if 40 y 50
I .100 I Jjoao
y»«.., J0Û00
q.t»*..M)0000
zoooo
q.ttft.ioooooo
in zyne reysbefchryving der Oo-
fteriche landen, medegedeeld; uyt
wclke men met den eerften opflag
des oogs kan afmeeten, dat de Oofterfche
volken, hoewel in taale onderfcheyden
, echter de zelfde wyze
en orde gelyk wy althans in ’tuyt-
drukken van hunne getallen niet
alleen onderhouden, maar dat ook
de 3 , die nog moeft worden aangetoond
, onder de merktekenen,
waarmede zy hunne getallen uytdrukken
, wordt gevonden.
Nogthans gelieve de Leezer dit
eenige onderfcheyd tuifchen onze
en hunne fyfferwyze aan te merken.
ken, dat z y , naamelyk om hunne
getallen te vermenigvuldigen,
zulks niet doen door eene O , maar
flechts eene flip in der zelver plaatfe
achter de telletter te ftellen.
In wat jaar nu het fyfferen met
deeze Punifche letteren in Nederland
is bekend geworden, is volkomen
onzeker. Doch om verfcheydene
beweegredenen is men
verpligt vaft teftellen, dat dit omtrent
het jaar van dertienlionderd
zal gefchied zyn. Want hoewel
deeze fyfferletteren op het geld
kemrit^'’ ( 9 Hollandfche Graaven niet
eerder dan in ’t jaar 1472 gevonden
worden, zoo is dat meer gefchied
, om dat men toen te tyd
de gewoonte niet had van de jaartallen
der muntinge op het geld te
ftellen, dan om dat die fyfferletteren
niet eerder zouden zyn gebruykt
geweeft. Want men heeft
oudere opfchriften voorhanden,
wier dagtekening met deeze Punifche
letteren ftaan uytgedrukt. Als
by voorbeeld dit graffchrift.
munt der
Graav.vai
Holl. fol.
,134.
i , ----
i l Fk'f' (^) il' groote Kerk te
pig'sj! ' Kle e f gevonden wordt.
ja re onfers Heren 13 94
onfere lieve vrouen avont geboorte
fia r ff Aleph vander Marck , die Bi-
fchop -was te Munfler en te Ceulen,
wert daar naar greve te Cleve en
name ten wyve Margaretha een
dochter van den Berge, die hadden
te famen X F l kinderen, en de
altße van deze kinderen werdt
Greve naer den Vader ende hiet
Aleph.
Doch alhier ftaat aan te merken
dar in ’ t uytdrukken van het
get.al van X V I kinderen geene Punifche
, maar naar ouder wyze Romeynfche
telletteren zyn gebruykt
pworden : welk gemengeld gebruyk
in andere opfchriften van
dien tyd ook wordt gevonden, tot
een overtuygend bewys van den
eerften opgang deezer Punifche
letteren. Dus vindt men in de
zelfde kerk (3) dit graffchrift;
In d 'Ja a r om Heeren MCCCC.
66. op den neißen manendag voir
mittfaßen bleef doet ArndGreve toe
Benthem, Heer toe Stenderen Ben~
them en Tecklenburgh, bijt voir die
fiele.
Want ftraks, naadat de Punifche
letteren door Alfonfus waaren
in gebruyk gebragt, heeft
zich niet ieder, naar zyn voorbeeld,
van de zelven bediend;
maar die zyn in het beginne door
geene anderen, dan die van de
Wiskonft, Starrekunde en Land-
meetery handelden, gebruykt geworden
; en waaren maar alleen de
fyfferletteren van zulke perfoonen
, die zich in de weetenfchappen
oeffenden en boven het ge-
, meen in de kenniffe uytmuntten.
Doch als naamaals, met de drukkonft
, de geleerdheyd het hoofd
opbeurde en dat de boeken,waarin
men de gemelde fyfferletters
vondt , onder den gemeenen
man gemeener wierden, hebben
zy meerderen grond gewonnen ,
en zyn ook temet by de min ge-
letterde perfoonen in gebruyk geraakt
, en eyndelyk by alle Europifche
volken, hoe zeer van taalq
eu zeden onderfcheyden , alom
als de bequaamfte fyfferletters aangenoomen
en met eene wonderbaare
beftandigheyd totnogtoe in
zwang gebleeven.
(3 ) K le ef-
fcheL uflh.
p a g .96.
X x 2 v e e r -
14!
I
i
-I