
. 4.0CO. GuijAiis.
nSEHI-
^ ^ < S E y -
E S m S S K M '
m s s m r y
de eerfte fom met legpenningen,
die aldaar dubbelgefchaduwd zyn,
het zelve doe ik van de tweede
fom, doch die aldaar geftipt zyn
afgebeeld, maar dewyl ik , dit verricht
hebbende, bevinde dat ’er
zeftien penningen op de onderfte
ftreep leggen, die eene ftuyver
uytmaaken, neem ik die alle zestien
op en leg daar voor eenen en-
kelgefchaduwden op de ftreep der
ftuyvers,- zulks daar nu twintig
(die eene gulden zyn) leggen.
Dierhalven neem ik wederom die
twintig penningen van de ftreep
der ftuyvers op , en vermeerder
daar voor, met eenen enkelge-
ftreepten het getal der enkelde guldens,
die nu tien zyn. Voor
welken ik (naa ze wederom alle te
hebben opgenomen) eenen enkel-
gefchaduwden op de ftreep der tienen
leg. Maar dewyl hier nu wederom
tien tienguldens leggen, die
gezamelyk honderd guldens uytmaaken
, vinde ik my verpligt die
tien wederom op te neemen en
voor dat honderdtal eenen enkel-
gefchaduwden op de ftreep der
honderden te leggen. Alwaar
dan insgelyks tien honderden leggen;
dierhalven ben ik genoodzaakt
die tien penningen nogmaals
op te neemen, en eenen enkel-
gefchaduwden penning op de ftreep
M , by de drie voorigen te voegen
: zulks ’er nu vier penningen
op de ftreep der duyzenden gevonden
worden, die de vierduyzend
guldens aanwyzen, ’ t gene ik voorgenomen
had te bewyzen. ‘
Op den zelfden voet gefchiedt
ook het aftrekken eener kleyner
fomme van eene grooter: als by
voorbeeld. Iemand , die d/op
guldens, l o ftuyvers en 12 penningen
fchuldig was, heeft federt
daarop 2J02 guldens, 8 ftuyvers
en 4 penningen betaald; en gevraagd
zynde hoeveel hy nu nog
ichu dig blyft, zoo blykt uyt deeze
volgende afbeelding,
dat
Q.GiJJsPiS
Jetts
iÄ
---------------------------f ---------•— .•—
Xtaj-yers " ®n z in r > - -
^ - 1 2 0 7 . - a., s j
dat de Ichuldeyfcher by flot van
rekeninge nog moet hebben 4207
guldens, 2 ftuyvers, en 8 penningen
: het geile aldus wordt beweezen.
V o o r eerft legt men volgens de
voorheen aangeweeze orde de gemelde
hoofdiom Van d/op guldens,
10 ftuyvers, en 12 penningen
, met de rekenpenningen,
even gelyk die in de voorgaande
tafel het zy gefchaduwdhetzy on-
gefchaduwd verbeeld zyn. Om nu
deeze geldfom op haare behoorlyke
grootte te brengen zoo neem
ik , van onder a f beginnende,
vo o r’t afgelegde geld alle de penningen
op, die ongefchaduwd op
de voorgaande rekentafel verbeeld
zyn. T e weeten : voor de vier
afgelegde penningen ook vier on-
gefchaduwde rekenpenningen van
de ftreep der penningen: des gelyks
ook acht ongefchaduwden van
de ftreep der ftuyvers voor de acht
afgelegde ftuyvers. Het gene op
de zelfde wyze fiiEt de overige bn“
¡efchaduwde penningen Van' de
-iteep der enkelde guldens, van
die der honderden en Van die def
duyzenden moet gedaan worden.
En als dan zullen de gefchaduwde
penningen, die overblyven, met
den anderen aantoonen, volgens
de achtergeftelde en te zamen opgetrokke
lyfferletteren dat de
fchuldeyfcher, naa aftrek der gedaane
betaalinge, nog 4207 guldens,
2 ftuyvers, en 8 penningen
moet hebben.
Eyndelyk het verdeelen der getallen
wordt, van boven neder-
waarts afdaalende, bynaar volgens
de zelfde regels verricht.
Het welke klaarer uyt dit voorbeeld
zal blyken met eene geldfom
van 3423 guldens, p ftuyvers, en
ly penningen in drien onder A B
enC te verdeelen, zullende alle de
penningen, die in de ondergeftelde
’-’<■“1 geftipt verbeeld zyn , aan C ,
mkelgefchadnwden aan B , 4
de dubbelgefchaduwden aan, a
worden aanbedeeld. ■
^ V o o r