
5%-
Zoo ziet men, by voorbeeld,
op eenen penning van Velpafiaan,
zynde de eerfte der voorgaande, die
Vorftlyke deugd zittende.en met
eenen genade tak in de rechterhand,
onder dit randfchrift:
C L E M E N T IA E A U G U S T I .
A A N D E G O E D E R T I E R E N H E Y D
D E S K E T Z E R S .
Op den tweeden, die van Keyzer
Trajaan is , ziet men de zelfde
hoofddeugd half bloot en naakt,
om baar fteeds eyge zynde open-
hartigheyd, den zelfden genade-
tak aan eenen voor haare voeten
geknielden begunftigde, onder
her uytfteeken zyner armen, toe-
reyken; en waarom de Raad en
T volk van Rome deezen penning
in dankbaare erkentenis heeft
doen maaken, als het randfchrift
beveftigt;
S e n a t u s P o p u l u s q j j e R o m a n u s
O P T IM O P R IN C I P I .
D E ROOMS CHE R A A D E N
F O L K A A N D E N B E S T E N
FORST.
En eyndelyk op dien van Keyzer
Markus Aurelius in de gedaante
eener vrouwe, welke met de eene
hand de flip van haar kleed opheft
en in de ander eene offernap
houdt, boven dit eenvoudig opfchrift
:
C L E M e n t i A.
G O E D E R T I E R E N H E T D .
En dit wel te recht: want dees
goedertiere Keyzer , als zyne
( i) Gemaalin Fauftina hem in eenen
brief tot wraakneeming over
den afvalligen Casfius ophitfte,
betuyde, wel ver van haar hierin
te wille te zyn, by herfchry-
vinge (2) dat ’er niets eenen Roomfchen
Keyzer beter aan de buyten
volken voordraagt, dan de Goeder-
tierenheyd. Deeze, (dus vervolg-
de hy) heeft Cafar tot eenen God
gemaakt, deeze heeftHuguflus onder
de Goden gefteld, en deeze heeft
eyndelyk uwen Vader met den naam
van den Godvruchtigen verfierd.
Deeze Hoofddeugd ziet men
insgelyks in eenen anderen brief
van den zelven Keyzer, aan den
Raad gefchreeven, wonderlyk uytmunten.
Wat nu belangt (dus
fchreefhy) den afvalvan Casfius,
ikbidde en betuygen, befchreevene
Vuders, dat gy uwe gefirengheyd af-
myne Godvruclitig-
heyd en Goedertierenheyd, ja de
uwe behoudt; en dat de Raad nie-
doode: laat niemand der
jf i r a f t , laat niet eenig
doorluchtigen Mans bloed ver-
gooten worden-, laat de afgezetten
wederkeeren; laat de gehannen hunne
goederen genieten-. Ach, of ik
’er veelen wederom, van de dood
( 1) Vuk.
Gallicanus
in vita A-
vidii Cas*
fu cap. 10.
(2) Ibid.
cap. I I .
P E N N I N G K U N D E . I l l Deel: X l l Hoofdß. 269
kon verwekken! Want nooit voegt
het eenen Keyzer wel, zyn eygen
leed te wreeken, diens fmart, hoe
zy rechtvaardiger z y , hoe zy
wranger fchynt. Dierhalven zult
gy de Kinderen, den Scboonzoon,
en de Vrou van Avidius Casfius hunne
misdaaden vergeeven, en wat zeg
ik vergeeven , dewyl deezen niets
misdaan hebben: laat hen dan vey-
lig leeven, weetende dat zy onder
het gebied van Markus leeven: laat
hen de ervenis van hunne Ouderen,
hen voor een gedeelte gefchonken,
genieten; laat hen goud, zilver en
kleederen hebben; laat hen ryk zyn;
laat hen veylig zyn -, laat hen vry
en vrank zyn ¡ laat hen door den morid
van alle volken een voorbeeld zoo
van myne als uwe Godvruchtigheyd
omdraagen enz; Zoo groote en ongemeene
Goedertierenheyd heeft
de Raad ook met zoo ongemeene
toejuyging ontfangen, dat die, ge-
lyk de iciiryver zyns leevens Gallic, la
getuygt , veelmaalen, volgens de Sim ap.
gewoonte dier tyden, uytriep;
Goedertiere Antonius , dat de Goden
a behoeden ! enz;
Uyt dit bygebragte laat ik den
leezer van deezen penning oordeelen,
o f naamelyk de maaker, die
den zelven tot lo f van Koning
Willem heeft willen in ’t licht geeven
, zyn bedoelde oogwit wel bereykt
heeft.
W ant op de voorzyde ziet men
het borftbeeld van dien Vorft met
laurier verfierd, ’t gene immers
geenszins om het voorwerp der
rugzyde kan weezen, en, zoo
om een ander, dan hier niet te
pas komt. Het randfchrift is :
INVICTISSIMUS G U I L L E L M U S
M A G nus.
D E O N F E RW I N N E L T K S T E
W I L L E M D E GROOTE.
Doch wat de bygeftelde tytel
van onverwinnelykfle aanbelangt,
zoo zou ligt iemand moogen vraa-
gen o f het niet beter waar, om
de voor- met de tegenzyde te doen
overeenkomen, dien van recht-
doende te ftellen, het gene ik ,
hoewel dit in den eerften opflag vry
overeenftemmend voorkomt, echter
even als de verbeelding der rugzyde
moet afkeuren; mids die beyden
met de bediening van eenen
Scherprechter te groote overeenkomft
hebben. Hoe’ t z y ; op de
tegenzyde heeft men niet alleen
eene zeer nette afbeelding, maar,
etn perttnitit uetpaai D a n ’t reclji
ofte juftitie / Dat ’ec in ’t legte on^
langg ia geDaan/ ’t gene de liedt-
jesomloopers nevens de laatfte
woorden, van den altemets nog
in ’t leeven zynden gevonnis-
ten , voor een oortje geeven;
Doch waarvoor de liefhebbers,
dewyl het op eenen zoo zinryken
penning hier verbeeld is,
thans ook ryklyker zullen moe-
Y y y ten
it f
-’ I I £■'
\X
hi
I '
I -
e-II
r rk
^
M-'-:
U
I
%