
volgens de opgcftempelde gewigts-
mei'ken, van de zelfde verdeeling
als de voorgaande z yn , geenszins
de Ons zelve te vinden, dewyl de
As nu maar eene ons weegende, gevolglyk
de Ons zelve, als daarvan
alleen het twaalffte deel zynde, te
kleyne geldftuk zoude geweeft,
en des waarichynelyk niet zal geflaagen
, maar deeze ^'munx in
de plaats gemaakt zyn, te meer
dewyl men een zoodaanig geldftuk
vau de voorgaande verminderingen
tot nogtoe nooit gevonden heeft.
Dat dit ftuk een ^ in u n x is blykt
uyt de vyf opgcftempelde rondten
dertegenzyde ; invoege het volgens
deeze vermindering een drachme ,
een fcrupel en negentien greyn woeg.
Het voert op de eene zyde’t gelau-
rierd kopftuk van Janus, en op de
tegenzyde twee ruyters , wier een
eene fpeer velt, onder die verbeeld-
de paarden ftaat voorts nog het
woord
R O M A .
Niet tegenftaande het gebrek
aan geld, waarmede zieh de Room-
Iche ftaat, mids het geftaadig voe-
ren van oorlog , had gedrukt gevonden
, des zelfs Raad genoodzaakt
had het eerfte zwaare koper
geld op deeze wyze, onaangezien
het behouden van zynen voorigen
prys, in gewigt aldus tot viermaa-
len te verminderen, zoo (i) getuygt
ons Plinius ,• dat i e As eyndelyk op
eene halve Ons, en de andere geldftukken
naar geraade, in het jaar ( i )
vyfhonderddrieenzeftig door de wet
(3) van C: Papirius, ftaande het bur-
gemeefterlchap van L;Cornelius Sci-
pio en C. Lelius Nepos is verminderd
geworden, En tot welke vermindering
de Vader Montfaucon
{ 4 ) deeze drie geldftukken wil gebragt
hebben.
( i) Lib.
X XXUI.
cap, 3.
(a) Pitifci
L cxic.
tom. II.
fol. 63.
leg. m
Papiria.
Manut. de
leg.C.17.
Horman.
antiq. R.i^
ant. Rom.’
V III. 20.
(4) L ’an-
tiq. expliq.'
fupp. tom.
HI. fol.
Het eerfte is eene Semis ^ en zou men beftaan hebben, gevolglyk be-
dierhalven alleen uyt twee drach- vattede het tweede', ’t gene een
Triens
Triens is , een drachme , en een
fcrupel , en eyndelyk het laatfte
zynde een ^ a d ran s flecht een
drachme; en dus is op deeze wys
het in ’t eerft zoo groot geweeft
zynde Romeynfche koper geld, ’t
gene eertyds om zyne ongemeene
zwaarte Ms grave genaamd was,
eyndelyk tot die kleynte en ligtte
gebragt, als de geldftukken zyn,
welke in zoo groot getal alom in
de pcnningkaifen der liefhebberen
alsnog gevonden worden.
Onderwylen het zilver, zoo door
den toevoer van buyten, als door
het veroveren en uytplonderen van
de omleggende gebuurvolken , overvloediger
het geld van dat metaal , naa ’t
verilaan van Koning Pirrhus , \
gene in het vierhonderdnegenen-
zeventigfte naa Romes (i) opbou- (t) Petiv.
wing voorviel, ook eyndelyk aldaar tcmp.bb.
gemunt, en dat weer in zesderhan- ’.I,,’“®'
de foorten verdeeld geworden j te
weeten in eenen
Denarius doende 10 kopere aften.
^ ina rius 5 kopere alfen.
Seflertius 1 -j as van koper.
Libella I kopere as.
Simbella i kopere femis ;
Teruncius i quadrans , als
weegende drie Onfen. Ziehier deeze
zesderhande verdeeling der zil-
geworden zynde, is ook ' geldftukken.
Invoege de Driemannen der mun-
WBouk- welken honderd (i) jaar, naa
roue des het Kapitool door de Gaulers was monn.dc £
Franc, fol. belcgerd geweeft , waaren aange-
fteld, en tot nogtoe alleen Driemannen
om 't koper te gteten en flaan
(111 V IR i Monetaleis TEre Flan-
Do F e r iu n d o ) genaamd zyn geweeft,
federt deezen tyd nu Drier
mannen ( ¡ } om koper en zilver te
gieten en flaan (HI V I R i TEre,
•AROEN-to F l a NDo F e r ien d o )
Í3) Ibidem
fol. 84.
zyn genaamd geworden.
Hoewel het nu uyt de (4) ichrif- (A L ib;
ten van Livius zou fchynen dat de '
Romeynen al voor het jaar vyfhon-
derddrieenveertig goude geldftukken
zouden gemunt hebben , zoo
wil ik liever aan de getuygenis van
(5) Plinius geloof flaan, welke zegt, (nwin.’
dat zy tweeenzeftig jaar naa het
zilver geld, en dus in her vyfhon-
derdzeseuveertigfte jaar naa Romes
opbouwing, het eerft zouden
F 1 ge