
f
I
é
vcrecrd geworden. Dan federt lier
ja.ar zeventienhonderdzeventien
heeft dc algemeene Ontfanger op
uytdrukkelyk bcvel van den Raad
der Geldmiddelen een dubbel getal
, te weeten tweehonderd zilvere
legpenningen, op Nieuwej aarsdag
den Markgraave van Prié te
Brusfel aangebooden, en een dier-
gelyk getal aan den Geheymfchryver
van den Prins Eugeen van Savoije,
aïs Opperlandvoogd der
Keyzerlyke Nederlanden , over-
handigd,om door hem naar Weenen
aan den gemelden Prins ge-
zonden te worden.
Zoodaanige uytdeelinge gefchiedt
ook nog jaarlyks te Doornik,
te Gent, te Ooftende, in
't Oudenburgfche van Gent, in de
Kaftelnye van K ottryk , in de
Zaal en Kaftelnye v.in Ypere, in
de ftad en het Vrye van Brugge,
gelyk ook te Namen. In welk
laatftgemelde Geweft daarenboven
nog een zeer groot getal van legpenningen
telkens by het aanko-
raen van eenen nieuwen Landvoogd
cn Hoofdbaljuuw van’t zelve
, wordt uytgedeeld; alle welken
dan, ter gedaehtenis zyner aan-
ftellinge op de eene zyde het
wapenfchild des Gewefts, en op
de andere zyde het zyne, nevens
zyne tytels voeren, als uyt deezen
is aftemeeten , die in ’tja a r
zeventienhonderdeenentwintig gemunt
is , alswanneer de Graaf van
Lannoy tot die hooge bedie-
ninge wierdt verheven.
Want op de eene zyde is zyn
wapenfchild omvangen door deezen
tytel;
A D r i e n G E R a r d
C o m t e DE L A N N O Y ,
g o u v e rn e u r ,
c a p i t a i n e G e N e r A L E T
S O U V E R A IN B A I L L Y DU PAÍ S
E T C O M T E DE N AMU R .
A D R I A A N G E R A R D
G R A A F f a n L A N N O r ,
L A N D F O O G D ,
A L G E M E E N K R T G S B E F E L -
H E B B E R E N H O O F D B A L JÜ V I F
F A N 'T L A N D
E N G R A A F S C H A P N AM E N .
De tegenzyde, die met het gekroond
wapenfchild des Gewefts
beftempeld is , voert in den rand
dit omlchrift :
furi muDtc
teAntw.
I E T o i r s DE S E T A T S D E
N AM U R 1721.
L E G P E N N I N G E N D E R STAATEN
F A N N A M E N 1721.
En van welken penning dertien-
honderd zilvere en zesentwintig-
honderzeftien kopere (i) zyn uyt- (.) voi.
gedeeld geworden; te weeten,
honderdachtenzcftig zilvere en
driehonderdzesendertig kopere aan
den nieuwen Landvoogd zelf, en
de helfte van dat getal aan ieder
lid der befchreeve Staatsvergade-
ringe.
Invoege men door her aanhou-
den van dat gebruyk aldaar eene
onafgebrooke reeks der byzondere
Landvoogden van dat Geweft,hunner
tytelen, en der jaaren hunner
aanftellingen, even als door de
andere legpenningen de andere
Staatsgevallen des Lands, met
ruym zoo groote zekerheyd, mids
zy allen op laft der Hooge Overigheyd
gemunt zyn, dan de op-
volging der Roomfche Burgemee-
fteren door de oude penningen
kan opmaaken en beveftigen.
Wat nu de onbeampte inwoon-
ders aanbelangt, welken mede
met legpenningen rekenden, doch
de zelven geenszins van ’t land
ontfongen, die waaren genoodzaakt
de hen noodig zynde rekenpenningen
by het pond, gelyk
men althans de pachtpenningtjes
doet, in de Neurenburger Winkels
te koopen. Want het was
voornaamelyk in die ftad en
Duytfchland dat by eenen Wtilf
Läufer, en Hans Krauwir deeze
foort van rekenpenningen op de
koop gemaakt wierden, en welken
de liefhebbers zeer gemaklyk op
den eerften opflag des oogs vande
anderen, die op ’ t bevcl der Hooge
Overigheyd gemunt zyn, kan
onderfcheyden ; zoo om dat zy
dünner, en ligter van muntftoffe
z yn , als ook om dat de bovenge-
meldc naamen dier penningmaa-
kers o f ten minfte de eerfte letteren
van de zelven op de voor-
gronden geftempeld ftaan; als op
deeze vier volgende kan gezien
worden.
Voorts zoo hebben de opge-
ftempelde zinnebeeiden deezer op
de koop gemaakte rekenpenningen
nimmer of zelden hunne betrekking
op de Staatsgevallen des
Lands gehad, maar zy waaren
meeft uyt den Bybel, o f uyt de
verdichtfelen van ’t oude Heydendom
getrokken, gelyk als die der
ZOO even bygebragte penningen.
Waarom deeze op de koop voorheen
gemaakte legpenningen, als
van geen nut zynde,des ook door
de liefhebbers der Hedendaagfche
penningen nooit worden vergaderd.
In tegendeel zoo vindt men
op die, welken op het bevel van de
Hooge Overigheyd gemaakt zyn,
door wel bedachte zinnebeeiden
en daaropflaande zinfpreuken niet
alleen de gefchiedeniflen des verloopen
jaars bewaard, maar veeltyds
zelf onder debedekte fchorfe
vanipitszinnige uytbeeldingenhet
;edrag der gebuurvorften gehe-
celd; ’t gene door de byzondere fteden
onderling met den tyd ook is
naagevolgd; zynde veele zinnebeeiden
en omfchriften der legpenningen,
die in dc eerfte Nederlandfche
beroerten gemunt zyn, uyt zeker
kleyn boekje, de Princely ke Devy-
zen genaamd getrokken, ’t gene
by Willem Silvius in ’tja a r i j ö i
te Antwerpen gedrukt is.
De bcicheyde Leezer oordeele
uyt het gene tot nogtoe van de
Nederlandfche Legpenningen ge-
r meid
i ili
I i
i . i I
i ? . !. .*,