
' c
f i .
ß.
N D A A G S C H E
verbeeldingen even als met zekeren
Vooripraak, die voor’t Hof
pleytende, verhaalde, hoe zyne
Meefters zich te vergeeffch, om
eenige geeyfchte acliterftallen, nu
by de Engelfche Koningin, dan
weer by de Vereenigde Nedeiiandfche
Staaten verfcheydene maalen,
hoewel te vergeeffch, hadden aan-
gegeeven, en deswege openlyk betuygde
, dat zy van den Os op den
Ë z e lgeweezen waaren. Fraije gely-
kenis voorwaar ! tusfchen twee zoo
doorluchtige Moogendheden.
A C H T S T E H O O F D S T U K .
Van de gemengelde tvggeflukken.
Eeze is geene nieuwe foort,
maar uyt de twee voorigen
te zaamen gefteld, en waarom ik
ze gemengeld noeme; dat is , zoo
de verbeelding van het ruggeftuk
eenvoudig is, moet het omfchrift
zinnebee dig zyn, o f zoo integendeel
het omfchrift eenvoudig is,
moet deszelfs ontwerp zinnebeel-
dig vertoond worden ; het gene de
leezer beter uyt de twee volgende
voorbeelden , volgèhs onze gewoonte
van de Romeynen ontleend
, zal können verftaan.
Keyzer Vefpafianus, door het
krygkundig beleyd van zynen
Zoon Titus, Jeruzalem hoofdftad
van Judea hebbende ingenoomen,
en nevens zynen tempel verwoeft j
wierdt tot onftervelyke eer van
den Vader, dees gemengelde penning
gemaakt.
] Hy voert op eene zyde, binnen
’s Keyzers tytel, zyn met recht
daarom gelaurierd kopftuk, en op
de tegenzyde een vrouwe, die,gezeeten
op eenen ftapel krygswape-
nen aan den voet van eenen Palm-
boom, met het hoofd tot teken
haarer droefheyd op den flinkeren
arm ruft; binnen dit randfchrift:
JU D E A C A P T A .
J U D E A IN G E N OME N .
En dewyl dit randfchrift eenvoudig
en de verbeelding integendeel
zinnebeeidig is , mids Judea
op eene zinnebeeidige wys door
dien palmboom betekend wordt,
ter oorzaake het Joodfche land vol
van dat foort van boomen was,
zoo wordt daarom die penning
Van den zelven aardt is ook de
volgende gemaakt ter eere van
Keyzer Auguftus , wegens het
dwingen van Fraates Koning der
Parten.
Want
P E N N I N G K I J 'N D E. H I Deel: F i l l Hoofdß. Î p
(i)Sueton.
in vita
Aug. cap.
Wantde rugzyde bevat op eene
zinnebeeidige wyze het Hemelte-
ken den Steenbok, onder’t welk
Auguftus, wiens kopftuk en naam
op de voorzyde ftaat, op den drieentwintigften
(i) van Herfftmaand
lebooren was, en welk hemelte-
cen hier onder zyne rechter poor
de werreldkloot, en achter zynen
nek een overvloeds hoorn heeft;
ftaande voorts nog dit eenvoudig
byfchrift op den voorgrond:
A R M E N IA C A P T A .
En desgelyks veele andere gemengelde
ruggeftukken op andere
Romeynfche penningen ; wier
voorbeeld men ook op de huyden-
daagfchen vindt naagevolgd, als
uyt den volgenden is a f te meeten,
welke op ‘ c winnen van Doornik-
in Tjaar zeventienhonderdnegen
ter eere van de IConinginne van
Grootbrittanje gemaakt is , ter
oorzaake liaare in Nederland ge-
zondene krygsbenden, onder T beleyd
van den Hertog van Marlbo-
rou zoo veel deels in die be-
ARMENIE VEROVERD. haalde overwinning gehad hadden.
De voorzyde voert de Brit-
fche Koningin,verzeldvan haaren
gewoonlyken tytel , en de tegenzyde
op eene zinnebeeidige
wys in de gedaante van de Go-
dinne Minerva ; welke gezeten
op eenen ftapel bevochte wapenen
met haaren rechteren arm
op een fchild, voerende het flangen
hoofd van Meduza, ruft en in de
flinker hand eene pick houdt,
waaraan een muurkroon gehecht
is , wegens het winnen van Doornik
, gelyk dit bovengeftelde eenvoudig
randfchrift beveftigt:
T O R N A C O E X P U G N A T O .
DOORNIK VEROVERD.
Van den zelfden aardt is ook
dees zeer fierlyk en welgemaakte
Engelfche penning, op welken de
gedaehtenis van de ongemeene
zeege, die de Engelfche hulpbenden
te Oudenaarde in T jaar zeventienhonderdacht
op de Fran-
goizen behaalden, ter eere van de
Engelfche Koninginne vereeuwigd
Mmm 1 Haar
% L