
N E G E N D E H O O F D S T U K .
Van de om- en opfebriftcn.
H Oewel ik bereyds van de eenvoudige
en zinnebeeidige
omfchriften in de twee voorgaande
hoofdftukken iets hebbe aangehaald,
zoo achte ik my echter
verpligt, dewyl de om- en opfchriften
de ziel van het ruggeftuk
zyn, van de zelven alhier wat omftandiger
te moeten handelen.
Het omfchrift eens ruggeftuks is
een kort doch deftig gefchrift,
ft gene in den bovenrand des pennings
gefteld, de gelieyme bete-
kening der opgeftelde verbeelding,
op eene aangename en klaare wyze
uytleyd, en die aan T uytgekooze
voorwerp, waarop de penning
gemaakt is , zoodaanig toe-
paft, dat zy gezamelyk daar aan
zoo geheel eygen worden, dat zy
nooit, ten minfte zeer bezwaar-
ly k , aan een ander voorwerp van
gelyken aardt, met de zelfde bevallige
zinrykheyd können toepas-
felyk zyn.
Zulks voor eerft, volgens deeze
befchryving, tot de deugdlykheyd
van een goed opfchrift de
kortheyd van T zelve vereyfcht
wordt. Welke men alom op de
Romeynfche penningen ziet door-
ftraalen, cn waar van ieder, die
het zich de moeite waardig acht
om de hiervoor reeds bygebragte
voorbeelden, als by eene terug-
tred met aandagt te befchouwen,
middagklaar zal overtuygd worden.
Want zoo eenig opfchrift,
hoe deftig het ook z y , te groot
en uytgeftrekt is , zoo paft het op
geenen penning , maar wel op
Praalgevaarten,Grafnaalden, Gevels
en andere zwaarlyvige gebouwen
, waarin , n.aar het voorbeeld
der afgerechte Romeynen,
eene grootere uytgebreydhcyd is
toege aaten.
Dus als Keyzer Konftantyn
den geweldenaar M.ixentius ver-
fla.igen had, is door den Raad en
’t volk van Rome een zeer prächtige
zeegeboog ter zyner eere opgerecht,
welke dit wydluchtige opfchrift
voerde.
i m p e r a t o r i C A E S a r i F L a v i o
C O N S T A N T IN O , M A X IM O , P io
F e l i c i , A U G U S T O S e n a t u s
P o p u l u s Q u e R o m a n u s , Q U O D
i n s t i n c t u d i v i n i t a t i s ,
M E N T I S M A G N IT U D IN E ,
C U M E X E R C I T U SUO
T A M D E T Y R A N N O Q U AM
d e O M N I E JU S F A C T IO N E
U N O T E M P O R E JU S T I S
R E M P Ü B L IC A M U L T U S E T
A R M I S , A R C U M
T R IU M P H I S IN S IG N E M
D IC A V IT .
B E R A A D E N T F O L K VAN
ROME H E E F T D E E Z E N Z E E R
H E E R L Y K E N Z E E G E B O O G
A A N D E N K E Ì Z E R C E Z A R
F L A F I U S CO N S T A N T 7N,
D E N GO D V R U G T IG EN ,
D E N G E L U K K I G E N E N D E N
DO O R LU CH T I G EN TOEGEWYD^
W E G E N S HY M E T Z Y N L E G E R
E N R E C H T V A A R D I G E
W A P E N E N , V O L G E N S D E GOD.
L Y K E A A N Z E T T I N G E N DE
GROOTHE YD Z Y N S G EMOED S ,
ZOO VAN D E N
G EW E L D E N A A R A L S V A N
A L L E N Z Y N E N A A N H A N G OP
E E N E N TYD D E N
V R Y E N S T A A T G EWROK EN
H E E F T
Hoe
,.:si
Hoe groots, en deftig nu ook breyd opfchrift op de Romeynfche
dit opfchrift is, zoo vindt men penningen, welken op het zelfde
echter, om tegen de vereyfchte voorval gemaakt zyn, geenszins
kortheyd, niet te zondigen, een gefteld; als uyt den volgenden al-
diergelyk wydluchtig en uytge- leen is a f te meeten.
Want hy voert opde voorzyde,
mids dees behaalde overwinning,
te recht zyn gelaurierd kopftu c,
door dit eenvoudig randfchrift omringd
:
C O N S T A N T IN U S , P i u s , F e l i x ,
AUGUSTUS.
K Q N S T J N i r N , D E GODVRVGTI -
G E , G E L U K K I G E E N
DOOR LUCHT IGE .
Naaft een opgerecht zeegeteken :
aan T welke twee overwonnene
vyanden gekluyfterd zitten, ziet
men de Overwinning de deswege
gedaane heylwenfchen des Roomfchen
volks op een fchild fchryven.
Welke met het bovengeftelde
randfchrift dusdaanig zyn :
V IC T O R E a u g u s t o N o s t r o ,
V O T I S X ,
m u l t i p l i CA T I S X X .
O N Z E K E T Z E R O V E RWIN N
A A R Z T N D E ,
Z T N DE H E T LW E N S C H E N
D A T Z T N E T I E N J A A R I G E , R E G
E E R IN G TOT TWIN T IG
MAG WO R D E N UTTG EREKT .
Eyndelyk, om aan te toonen
waar de penning gemunt is , zoo
ftaat nog op den voorgrond :
P e r c u s s u s T r e v i r i s .
T E T R I E R GEMUNT.
Noch de achtbaarheyd van den
fchryver, noch de verhevenheyd
van zyne ontleende fpreuk kan hier
eenige uytzondering te wege brengen.
Want hoewel ten tyde van
dien en andere, het zy vroegere
het zy laatere Romeynfche Keyzeren
de weergaalooze gedichten
van Virgilius, Ovidius, Horatius
en andere onnaavolgelyke fchryvers
in allermannen hand eu aan
ieder genoeg bekend waaren, zoo
ben ik nogthans verzekerd niemand
in ftaat te zyn van op eenen
Romeynfchen penning, niet tegen-
fta.mde zoo veele duyzenden der
zelven alsnog in der liefhebberen
verzamelkaifen gevonden worden,
flechts eenen halven dichtregel
der gemelde fchryvers, als een
om- o f opfchrift, te können aantoonen.
Daar nogthans de meefte
hedendaagfche penningen met die
ontleende pluymen worden opge-
fchikt, als o f de achtbaarheyd en
onftervelyke lo f, die dc gemelde
Dichters door het wel ontwerpen
hunner onnaavolgelyke fchriften
hebben verkreegen, zich ook eenigszins
tot die pennigen uytftrek-
te, welken flechts met een brok
dier affchriften, als de bekende
Kaauw van Fedrus met de
geleende Paauweveeren, verrykt
zyn. Niet dat ik hier mede wil
ftaande houden, dat men nooit
ipreuken, van deeze en andere
fchryvers ontleend, op de penniii-
N n n 2 gen
I:
%