
-h:
j
H E D E N D A A Q S C H E
(i)2ieFlor.
Hift. cum
no tisL.
Begeri
fol. 33.
werpen acht ik aan den anderen
kant weer te zeer onbezonnen.: T e
meer, zoo zy door de zelfde volken,
bloedverwanten of overhe-
den met voorbedachten raad , om
dc weetenswaardige heldendaaden
hunner Voorouderen of medebur-
geren te vereeuwigen, zyn ontworpen.
Dus heeft tot nogtoe niemand
van zoo veele liefhebberen
der oude penningen ooit gedacht,
om de goude penningen van verfcheydene
Koningen en de eerfte
Burgemeefters van Rome, , als by
voorbeeld, van Numa (i)Pompilius
, van Ancus Marcius en anderen,
als onecht te verwerpen, hoewel
het zeker is , dat zy ten tyde
dier Koningen o f Burgemeefters
niet gemaakt zyn, maar wel dat
de laatere afkomelingen, om den
luyfter van hunnen Huyze meerder
op te veyzelen , de beeldenisfen
hunner loflyke Voorouders
op de naamaals gemaakte
penningen hebben doen ftellen.
Met deeze foort van penningen
niet te verwerpen, wil ik nogthans
het maaken der zelven geenszins
aanpryzen : integendeel vinde ik
my verpligt het maaken van zulke
laatere penningen by deeze gelegenheyd
volkomenlyk af te raaden,
niet alleen om dat zy met
recht minder geacht zyn, maar
om dat verfcheydene jonge liefhebbers
, niet weetende dat zy op
die, wyze gemaakt zyn, die voor
echte ouden aanzien en zich ger
volglyk bedriegen.; het welke dan
ook aanleyding. tot .veele verwar-
ringen geeft, en de liefhebbery
niet weynig benaadeelt. Behalven
dat dagelyks zoo veele aanmerkenswaardige
zaaken voorvallen,
dat, by aldien iemand om
Jenningen te maaken beluft was,
iy genoegzaame voorwerpen kan
ontmoeten , om zyne bequaam-
heyd in ’t ontwerpen van welgeregelde
penningen te doen uytmunten
en aan zyne genegenheyd te
voldoen.
V Y F T I E N D E H O O F D S T U K .
Fan het fchikken der verzamelde penningen.
NAa de beoogde penningen vergaderd
te hebben komt de orde,
volgens welke men de zelven
in de penningkaflen dient te fchikken,
in aanmerking. Dit kan op
tweederhande wyze gefchieden,
o f naar de perfoonen, die op de
Voorzyden, o f naar de gelchiede-
niffen, die op de ruggeftukken
verbeeld zyn. En gelyk de verbeelde
perfoonen en gefchiedeniflen
eerder dan de penningen geweeft
zyn, zoo moeten ook de
penningen aau die twee eerfte
voorwerpen ten dienft ftaan; dat
is , men dient ze naar den draad
der hiftorien o f naar de opvolging
der perfoonen in orde tefchaaren.
By voorbeeld , iemand genegen
zynde federt Keyzer Karel d e aY
tot deezen tegenwoordigen Keyzer
de Nederlandfche penningen
volgens hunne perfoonlyke voorwerpen
, die op de voorzyden verbeeld
ftaan, te vergaderen, dient
de famengekreegene penningen,
in deeze orde te fchikken: en vooreerft
zyne penningkafle in zeven
laden
p e n n i n g k u n d e . Ill Deel: XVHoofdfl. 283
laden te verdeelen. In de eerfte
leidt men in ’t midden a an ’t bo ■
veneynde eenen penning, wiens
voorzyde, op de bevalligfte en
befte wyze , het borftbeeld van
Keyzer Karel den V verbeeldt,
zonder acht te geeven waarop het
ruggeftuk gemaakt is. Daarnaaft
aan de flinker zyde eenen penning
van Izabelle van Portugaal zyne
Huysvrouwe, en daar onder eenen
van Koning Philips den 11 zynen
Zoon tuflchen vier penningen ,
van welken ieder eene zyner vier
vrouwen verbeeldt , voorts nog
eenen van Maria nevens Keyzer
Maximiliaan hparen man, envan
Johanna getrouwd met Johan
Prins van Portugaal beyden K a rels
Dochters. Eyndelyk nog op
de zelfde hoogte, dan wat afge-
fcheyden van de acht voorige penningen
, eenen van Don Johan
tuffchen zyne twee gemaalinnen
en voorts eenen van Margreta
beyden zyne natuurlyke kinderen
doch deeze laatfte mede tuflchen
haare twee Mans Alexander van
Medicis en O daaf Farneeze. Het
Vorftlyke geflacht van Keyzer
Karel den V door de penningen
aldus hebbende aangetoond moet
men op den zelfden voet in de
tweede lade alle die penningen
plaatfen, door welken men de huuwelyken
van KoningPhilipsden I I
en die zyner kinderen kan aanwyzen
en opmaaken. Desgelyks in
de derde die van Philips den I I I ,
in de vierde die van Philips den
I V , in de vyfde die van Karel
den I I , in de zesde die van Philips
den V , en eyndelyk in de laatfte
die van Karel den I I I tegenwoordigen
Vorft der Roomfche
Nederlanden. En ik ben verzekerd
dat alle de. penningkaflen,
waar in deeze o f diergelyke fchikking
by wyze van geflachtkundige
tafelen in opzigte van eene perfoonlyke
verkiezinge zoo van deeze
als andere Staaten , Vorften
en Vorftendommen wel is waargenomen,
niet dan bevallig aan
T oog en tot geen kleyn hulpmiddel
voor onze zwakke geheugenis
zal weezen. Zoo echter dir beftek
naar des verzamelaars beurs
en genegenheyd als te kleyn en
bekrompe voorkomt , kan hy
het getal zyner laden verdubbelen
en ftraks naa de eerfte lade eene
tweede laaten volgen, in welke
niet alleen de penningen van die
landvoogden gelegd worden, welken
ftaande de regeering van K a rel
den V en Philips den 11 het
hoog beftier hier fe land gehad
hebben, maar onder iederen Landvoogd
weer de gedenkftukken van
die perfoonen, welken ftaande zyne
landvoogdy het zy in de kerk,
den ftaat o f den kryg gebloeid, en
hunnen naam onftervelyk gemaakt
hebben.
Wat de fchikking der penningen
in opzigte van de op de ruggeftukken
geftelde gefchiedeniflen
aangaat, die moet in eenegeheele
andere orde, te weeten; naar den
draad der Hiftorie, binnen de
zich voorgeftelde tydftippen en
j plaatfen voorgevallen, met behulp
der ontdekte penningen, het zy
die op den voor- of tegenfpoed gemaakt
zyn, onafgebroo ten gefchieden.
Op deezen voet heeft
eertyds de Heer Andries Schoe-
maaker zyne gemaakte vergadering
der NederLandfche hiftoripenningen
in eene zeer goede orde
gebragt: op deeze wyze zyn de
Heer Chriftoffel Beudeker en verfcheydene
andere liefhebbers zonder
het ontzien van koften o f moei-
: te althans nog bezig om de tot
hun oogmerk dienftig zynde ge-
; denkftukken van alom te vergade-
I B b b b 2 ren.
j i r
‘ ter
'ZU.
, ! i l
'il t
tef'i I
f l
te ' I. 5
f&
L