
(z)Num.
Hift.annf
JiDCCVII
fol. 701.
204 H E D E N D A A G S C H E
de. Want wat eenheyd van den
tyd is ’er inachtgenomen in opzigte
van een kind, ’t gene in de
wieg gezwagteld legt, en een
kind, dat met eenen gepluymden
helm verbeeld wordt? Of zou
’ t ligt zyn om dat het in zynen
hoogeren ouderdom tot het 'Voeren
der wapenen reeds als voorfchikt
is? zoo ja , zoo konde men volgens
de zelfde gronden het ook
met eene baard verbeelden, als
van welk manlyk lleraad her in
dien zelven tyd waarfchynlyk ook
geenszins ftaat ontzet te weezen.
Het gene ik echter meen dat niemand
zal goedkeuren.
Desgelyks zoo palfen geene geharnafte
borftbeelden op de voorzyde
van eenen penning, wiens ruggeftuk
van vreede o f eenige ftaats-
z a a k e n h a n d e l t . W a n t d a a r d e
penningen, gelyk gemeld is , niet
dan eene eenige tydftip of oogen-
blik moogen bevatten, hoe kan dan
aldaar de Vorft in eene oorlogsge-
ftalte , of wapenrufting te pas komen?
Hoewel deeze uytrufting niet
alleen toegelaaten maar z elf ten
hoogfte pryslyk zou zyn, by a k
dien de vreede in ’t oorlogsveld
en onder de wapenen gemaakt
was.
Volgens den zelfden grondregel
is ook dees eerfte der twee volgende
penningen a f te keuren,
welke, op het overleyden van Chriftiaan
(i) Ulrich, Hertog van
Wirtemberg zynde gemaakt, den
zelven , niettegenftaande hy op
zyn bed, en geenszins onder
het voeren der wapenen geftorven
is , echter op de eene zyde in
voile harnas verbeeldt.
Daar nogthans dees tweede penning
, gemaakt op het manmoe-
dig fneuvelen van den Prins van
Saxengotha, (2) in dat opzigt integendeel
te pryzen is : mids die
moedige held, ftaande het beleg
van Toulon, zich ziende door de
vyanden aangetaft,liever had zyn
leeven ten dienfte der gemeene
zaake op te öfteren, dan zyne
aan-
J
MDCCIV,
fol. 361.
P E N N I N G K U N D E . I l l Deel: IVHoofdfi. 20y
(t) Europ.
Merkur. 11 l luk,
1707. pag.
13t.
(2)JunTpr.
Heroica.
jurcßelg.
(01.419.
(3) Horan
cÜclickuti-
dedoor
Pels, pag.
aanbetrouwde (i) ftandplaats te
verlaaten. Een regel voorwaar!
welke in de wapenkunde alom
wordt inachtgenomen. . Want
waarom ziet men' naaft de op-
gehange wapenfchilden der op
’ t-bed van eer geftorvene krygslie-
den fteeds den degen bloot en zonder
fchee geplaatft, dan om dat
zy (2) dien ter befcherminge huns
lands tegen den vyand trekkende
onder’tvechtengefneuveld zyn?
Doch dit alles moet aan eenen
ervaaren penningmaaker niet genoeg
zyn, maar hy dient deeze
eenheyd ten opzigte van de verbeeldingen,
en bygeftelde fieraaden
zoodaanig in acht te neemen,
dat ’er niets op den penning verbeeld
en niets onder de byfieraaden
geplaatft wordt, ’t gene niet tot
het beoogde doelwit zyne betrekking
heeft, en aan her zelve zoo
eygen zy, dat ingeval die verbeel-
de zaak daar van wierdt afgefchey-
den, de ontworpe penning geenszins
de vereyfchte volmaaktheyd
zoude blyven behouden. Even
gelyk op het tooneel geene per-
loonen worden geleeden, welken
niet tot het eynde brengen van het
fpel weezenlyk medewexken; en
dat tooneelfpel voor het volmaak-
fte in dat deel wordt gehouden,
waarin geene (3) vertrouwelingen
maar alleen zoodaanige perfoonen
worden ten tooneel gevoerd, die
alien mede hun weezenlyk belang
hebben in het ontknoopen der ver-
toonde zaaken.
Zoo men aan deezen grondregel
veelen der hedendaagfche penningen
toetfte, hoe groote opfchik
van onnutte byfieraaden
zoude van de penningen niet
moeten worden afgekeurd, met
welke alle boeken en zyden, tot
walgens toe, overkropt zyn; en
die in de plaatfe van hem denvereyfchten
luyfter by te zetten , dc
eenvoudige grootsheyd, welke op
de penningen alom moet doorftraa-
len, komen te verdooven ?
Eyndelyk zoo moet ook deeze
aangepreeze eenheyd van den tyd
in de fchikking, het gedrag, en
de uyterlyke gehaarten der verbeelde
perfoonen en hunne verdere
byfieraaden worden uytgedrukt,
en alles tot de uytgekooze tydftip
indiervoege te zaracnloopen en
als ineenlmelten , even gelyk die
eygenfchappen, ten tyde dat de
verbeelde zaak is voorgevallen,
volgens het onderfcheyde belang
en de deelneeming van iederen
perfoon in de zelve, zich waarlyk
in des zelfs uyterlyk gedrag zouden
hebben moeten vertoonen.
En dit wel zynde inachtgenomen,
zoo zullen alle de verbeelde perfoonen
en byfieraaden, in de
plaats van de gedagten der aan-
I'chouweren te verdeelen , integendeel
de deftigheyd der verbeelde
gefchiedeniflen van alle kanten
en als gelyker hand te krach-
tiger voordraagen: te meer, zoo
dan de uytgekooze tydftip van dien
aardt is , dat zy op haar krach-
tigfte werking en dag gefteld, zoo
geheel eygen aan dat cen voorval
is , dat zy nooit aan een ander
van diergelyken aardt zou können
worden toegepaft. Want wat achting
kan ik voor eenen penning
hebben, die, als de op de koopge-
maakte fchoenen, mer eens op de
leeft te flaan aan aller mannen
voeten paffen; o f die gelyk zyn aan
die gedrukte liuurfeelen, welken,
met het invullen van de onderfcheydene
naamen en tyden, aan
zoo veele onderfcheydene huurders
en verhuurders te ftaade komen?
En echter, zoo men de meefte
hedendaagfche vreedepenningen
befchouwt , hoe weynigen zyn
F f f ’er
* n
I I
i'll ZH
l i -M
A