
-,
I
I
jl ■ y;.
■ ■ -•?. R : 5:: if'
G ,, .1
l è ' f . . 4 ; 4
‘ I; !'■!
190
H E D E N D A A G S C H E
P ENNI N G KUNDE
DE S D E R D E N D E E L S
E E R S T E H O O F D S T U K .
Van de vafle grondregelen, in het penningmaaken te
onderhouden.
KEwyl ik in de twee voorgaande
deelen en den
ooripronk van het geld ,
en de onderfcheydene
foorten der laatere penningen
hebbe afgehandeld, zoo dunkt
het my thans niet ongevoegelyk
ook iet, volgens myne voorheen
gedaane belofte, van de noodwendige
grondregelen, om die naar
vereyfch te ontwerpen, in dit derde
en laatfte deel te melden. Eens-
deels op dat (dewyl over die ftoffe
tot nogtoe myns weetens van niemand,
niet tegenftaande de Je-
iloSD“'' 4 ) Meneftrier dat te doenbe-
Grand pat loofd had, iet is in ’t licht gegee-
&c. dan's ven) de penningbezittende Lief-
lavemir. ¿eeze hen voorgeftelde
grondregelen de rechte waarde
der zoonu'zoodan voor de hand
komende penningen zouden können
toetfen en afmeeten : anders-
deels ora dat in deezen tyd, in
welken het penningmaaken zoo
zeer in zwang gaat, de doorluchtige
grondregelen der Ouden by
de meefte penningmaakers zoo
niet geheel onbekend, ten minfte
zeer zelden en meer by geval dan
wel uyt eene grondige kenniffe
zyn in acht genomen.
; Ja ! de onbezonne vryheyd in
’t ontwerpen van penningen naar
I eyge en onbedwonge welgevallen I is thans te tyd tot dien top van
i ongeregeldheyd gefteegen , dat
eenigen , o p ’t hooren melden van
oude grondregelen in ’t penningmaaken
, die als belachgclyke en
onwaardige harfenfchimmen van
des fchryvers eyge uytvindingen,
zullen uytkryten.
Des onaangezien is het zeker
dat,gelyk de Treur- en Blylpelen
(waarin de zaaken ipreekende ver-
handeld worden) aan zekere
vaftgaande tooneelwetten gebenden
z yn , zoo o'ok de penningen,
op welken men de vereeuwens-
waardige voorvallen Ipraakloos
verbeeld ziet, aan niet min vaftgaande
grondregelen zyn onder-
worpen; welkea iemand zeer ligt
zal können ontdekken, zoo hem
het weezenlyke eynde, waarom
een penning gemaakt wordt, bekend
zy: want alles wat dat be-
doelde oogmerk bevordert en
voortzet, is te pryzen en als een
goede grondregel op te volgen;
daar in tegendeel alle zulke zaaken
hoe fraai, fchoon en zinryk zy
in haare afgetrokke befchouwing
anders ook moogen zyn, als grove
misllagcn zyn te vlugten , welken
dat beoogde eynde nietalleen
tegengaan,maar flechts vertraagen.
De
i i r
HEDENDAAGS CHE PENNINGK: I I I D e d : J Hoofdfl. 19 1
De Romeynen, welken in hunnen
meeft bloeijenden ftand, onder
alle de oude volken in ’t handhaaven
der goede tugt en orde,
by uytneemendheyd hebben uytgemunt
en daardoor niet min dan
door de kracht hunner wapenen
de geheele bekende werreld eyndelyk
onder hun gebied gebragt,
hebben ftraks in den eerften opgang
hunner grootheyd eene byzondere
zorg gehad, van dat het
munten v a n ’t geld en de penningen
buyten alle bedrog en volgens
zekere vaftgaande regelen, welken
gegrond waaren op de goede
rede, mogt verricht worden.
Aldus is, omtrent twintigjaaren,
naa de Koninglyke regeering binnen
Rome vernietigd- was, dc
bekende wet der twaalf tafelen tot
eenen vaften grondflag der vlot-
tende regeering van den vrygcwor-
den Staat ontworpen , en daarby
onder anderen het opzigt over het
geldmunten den mindere ( i) Ma-
giftraat aanbevoolen. Naamaals
zyn die genen, welken opzigt
over het geld- en penningmunten
hadden, verzorgen der tiendel'tngen
genaamd en eyndelyk, gelyk wy
(*) hier voore reeds gemeld hebben,
drtemannen der (2) munte
aangefteld: een ampt voorwaar
zoo aanzienlyk, dat men der zel-
ver naamen op op
de Keyzerlyke
muntftukken
;ei
(i) Cicero
delcg. III.
3-
(•> reel
fol.xx.
eni4.
(2) L . 2;
§.30. if.de
ong. juris.
Ì3) Jobert
kenn, der
:eld vindt, als door
dit volgende {3) wordt beweezen.
taf. III.
penn. j .
i!
'! T,
‘3Ì
I 1
"It-
Rondom het kopftuk van Auguftus
leeft men in den rand der
voorzyde deezen tytel :
C . E S A R A U G U S T U S , T R I BÙ-
H I C izE P O T E S t a t i s .
C f . Z A R AVQUS TVS , G RME E N S -
MAN.
Op de tegenzyde ftaan de letteren
S eu C ten blyk, dat dit ftuk
op laft van den Raad gemunt is ,
en daar rondom dit randfchrift :
C a j u s P L O T IU S R U F U S I I I
V I R A u r o , A r g e n t o ,
A e r e F l a n d o F e r i u n d o .
K A JU S P LOT /US RUFUS
D R I E M A N OM GOUD,
Z I L V E R ,
K O P E R I E G I E T E N E N TE
S L A AN .
En ’ t waaren deeze Drieman-
(4) L . 6.C.
de dignit.
nen, welken op het gedrag en de
daartoe opgerechte fchoole der
Geld- enPenningmunters, waarin
zy wegens de vereyfchte grondregelen
dier konfte wierden onderweezen
, een geftadig opzigt
hadden ; zynde deeze muntgezel-
len, op dat zy zich geheel aan
dat beroep zouden overgeeven,
van alle andere (4) bedieningen
uytgeflooten. T e meer mids die
oude geld- en penningmaakers eene
zekere foort van lla.aven waaren,
welken met vrouw en kinderen
(5) voor altyd aan dat hand-
werk verbonden bleeven. Hier- .«c
door is het gefchied dat der zelver
getal temet door de voortteeling
zoodaanig vermenigvuldigde, dat
die onbezonne menigte, ftaande de
regeering van Keyzer Aureliaan,
naa ’t oinbrengen van den Opper-
muntmcefter, tegen dien geduch-
B b b 2 ten
leg.moncr.
ft
„31
Ji
I
‘ i Ì I