
'It
IrU
(I ) Sat. II.
Í . . 3 1 .
le welken hunne herkomfte van
het fyfferen der Romeynen met
de reedsgemelde keyfteentjes hebben
.D
an als met den rykdom de
pragt en overdaad in die werreld-
ftad dagelyks meer en meer grond
won; zyn andere telmerken van
veel edeler ftof, te weeten van
Elefantsbeen, ten gebruyke ingevoerd,
en waarom Juvenalis (i)
aldus opzingt:
Adeo nulU nncea nobis
E ß eboris.nec teJfaU,necCi\au\ü% ex hac
Materia,
Zoodaanig ontbreekt ons alles van EU-
fantsbeen, dat wy zelfs geen teer ling
tiog tel'oerk van dteß o f hebben.
Ten tyde van Nero fchynen
deeze telmerken, volgens de getuygenis
van eenen ouden fchryver,
W'’“ ?,",' {i) van c.aAXLH. ' ' Zilv. er en. . G.. oud g^e mI , aak-t te zy n , want hy meldt van Trimal-
cion hoe hy onder zyn maal het
eiller lekkerfle aantekende , gebruy-
kende daartoe , in de plaats van
witte en zwarte telmerken, goude en
zilvere Denarien. Notavi rem
omnium delicatiffimam, pro cal-
culis albis aut nigris , áureos ar-
genteofque habebat denarios.
Uyt de voorgemelde ipreuk
blykt dat, tot meerder onderfcheyd
zoo om de verfcheydene
geldfomracn van de anderen af tc
trekken als om die onderling te
vermeerdcren, het eene gedeelte
der Romeynfche telmerken wit en
het ander zwart was; en op welke
onderfcheyde kleur der telmerken,
ook deeze fpreuk uyt (3) de heylige
bladen haare betrekking heeft :
ik zal hem eenen w i t x e n t e l-
S T E E N geeven, en op dien ßeen
een nteuwe naam gefchreeven, welken
niemand kent, dan dte hem
ontfangt.
Behalven deeze losfe hadden de
Grieken nog zekere aan koper-
draaden gereegene telmerken, die
op een langen Vierkant rekentafel-
je , by hen genaamd , gehecht
waaren, en welke aange-
reegen telmerken zy als de koraa-
len der Roomsgezinde Gebedetel-
lers (4) naar vereyfch van zaaken
verfchooven en, volgens de betrekking
die de onderften met de
bovenften hadden , aldus de re-
I kening opmaakten.
I Gelyke lyffertafeltjes zyn ook by
I de Romeynen in gebruyk geweeft
I en by hen Abacus genaamd, en
van welken dit volgende , onder
andere vergaderde zeldzaamheden
der ouden,in de (y) vermaarde
Boekzaal van Sinte Genoveve te
Parys, als nog bewaard wordt.
(3)Openb.
Jolian.
Il.hoofdft.
Í-.I7-
(4) VaitTd,
noßtrs.
(5) Le Cabinet
dc
l.a Bibl. de
Ste. Gene-
Tab.Xr.
S g .i.
Op wat wyze nu de Romeynen | op dusdaanige rekentafeltjes ge-
' fyfferd
(i)Flavius
Urdnus. CiaccoPnihu.
iM. onet.
Abacus Rom. ration.
in 8.
»Lion
1618.
Cl.Moli.
bniente lte d eC aSie.
Genevieve,
fol.
w;.cPpeitrotli.
n i.n
cap.I.
oper.l.
(Ö) De
Morib.
Germ. , cap.19.
fyfferd hebben kan ieder dit be-
geerig zynde te weeten, die (i)
fchryvers, welken daarover in
’t breede gehandeld hebben, naa-
gaan, zynde het my genoeg alhier
aan te tekenen d"at deeze de
eerfte lyfferkonft was, welke men
aan de jeugd leerde. Zulks zeker
fchryver (2) befchryvende den
jongen Pertinaz, hem noemt:
Puer litteris elementariis S f Caculo
imbutus. Door Tertulliaan worden
die genen, welken deeze konft
aan de jeugd leerden, primi nume-
rorum arenarit genaamd. De (3)
Rechtsgeleerden noemen ze Cal-
culones, te weeten als zy llaaven of
ten minfte vrygemaakten waaren:
dan zynde van eenen hoogeren
rang wierden zy (4) Calculatores o f
Numerarii genaamd. In ieder der
voornaamfte huyzen en hoven was
een zoodaanige Syffermeefter , en
dat bewind genaamd a calculis of
a rationibus.
Van welk onderwys om liaare
moeijelykheyd zeer veelen, even
als Auguftinus in zyne eerfte leer-
jaaren van de (5) Griekfche letters
, een af keer hadden. En zekerlyk
deeze fyfferwys was zeer
moeijelyk, zulks die der Ioffe telmerken
alleen, onder den naam
van leg- o i rekenpenningen ,o p laateren
tyd is in gebruyk gebleeven ,
en van welken wy daarom in het
volgende hoofdftuk ftaan te handelen.
t4) IÍ0J.
O i is .l,!.
(5I Coi>-
feff. lib. I;
n p .lX »
X IV.
E L F D E H O O F D S T U K .
Van de Leg- en Rekenpenningen.
Deezen worden aldus genaamd
ter oorzaake onze voorouders
met de zelven, in zekere orde
gelegd zynde, hebben gerekend.
XUant hoewel de Duytfchers, volgens
de getuygenis van Tacitus, in
den beginne geene kennis van de
(6) Schryf- veel min van dsSyffer-
konß hadden, zoo zyn hunne ze-
den door den ommegang met de
Romeynen temet meer en meer
befchaafd, en eyndelyk ook die
konften by hen bekend geworden.
Of zy nu naar ’t voorbeeld der
Romeynen zich in den beginne
van eenige keytjes, fchulpen of
jraankorrels i n’t fyfferen bediend
lebben, daarvan is , hoe waar-
fchynelyk dit ook z y , ons geen
het minfte bewys overig. Dit
weet men echter, en het kan uyt
de oude fchilderyen (7) beweezen S.^m.
worden, dat men daartoe in de
eerfte eenvoudigheyd zekere ronde
en gladde kopere plaatjes gebruykt
heeft. Dan met den tyd
de koophandel, met dien de rykdom
cn pracht toeneemende ,
heeft men die gladde en in gebruyk
geraakte kopere plaatjes federt
door eenige ingefneedene loof-
werktjens en andere byfieraa-
den beginnen te verlieren en
op te tooijen : en van welke
foort ik in de zeer oude Priory
van Grocnendaal in Brabant nog
eene geheele doos vol ontdekt
heb , en die alien van deeze
en diergelyke verbeelding waa-
P p By
. fell
h:
if'
'li''