
f f ■;
jite
240 H E D E N D A A G S C H E
Invoege dees penning in dien
tyd gemaakt is, als die Vorft
door T veroveren van Portugal,
ook de Ooftindien aan zyne kroon
gehecht hebbende, dus nooit de
zon over alle zyne wyd van een
verfpryde ftaaten zag ondergaan,
mids de avondftond van het eene
geweft weer de ochtenftond van
het andet was.
Diergelyke duyfterheyd befpeurt
men op deezen penning, gemaakt
ter eere van des voorgaanden K o nings
natuurlyke Zufter Margreta
van Parma. Want hy voert in
den bovenrand der rugzyde, die
eene Kniefiool tot zinnebeeld
heeft, deeze niet genoeg uytleg-
gende byfpreuk :
V E R S A E S T IN L A C H R IM A S .
Z r I S I N T R A ANEN VER-
JVI SSELD.
Dewyl zy den befchouwer in
onzekerheyd laat wanneer, en
•welke zaaken in traanen zyn ver-
wilfeld. Dierhalven, gelyk wy
bereyds hiervoor onderfteld hebben,
zoo moeten de bygeftelde
randfchriften volkomen klaar en
verftaanbaar zyn, zoo in hen eygen
zelven als in opzigte van de
uytlegging, die zy aan de ondergeftelde
verbeelding geeven. Hier
door zal gefchieden, dat niet alleen
nu, maar in alle volgende
eeuwen de voorwerpen, waarop
de penning gemunt is , fteeds zullen
kenbaar weezen, daar integendeel
, by gebrek dier alhier aangepreeze
klaarheyd, veele penningen
althans niet worden geacht,
en als onnut over het hoofd gezien
, ter oorzaake de beoogde
zaaken des pennings, hoewel die
overheerlyken des weetens waar dig
zyn, op eene ganfch duyftere wyze
op den zelven verbeeld en be-
fchreven zyn.
Ik beken nogthans dat ’er verfcheydene
zeer deftige penningen
gevonden worden, wier omfchriften
nict geheel klaar zyn, maar
alwillens en met voordacht eenige
duyfterheyd overlaaten: doch welken
dan door een bygefteld Opfchrift
in diervoegen worden opgehelderd
dat zy gezamentlyk de
verbeelde zaaken aan ons geheel
klaar en deftig doen voorkomen.
Gelyk op de rugzyde van deezen
penning, welke ter eere van Keyzer
Trajaan gemaakt is.
Want
P E N N I N G K U N D E . I l l D eel: I X Hoofdfi. Z4t
J ,
I Ht
Want in den rand der tegenzyde,
die eene vrou in lange kleeden
met eenen olyftak in de hand naaft
eenen Struysvogel verbeeldt, leeft
men dit opfchrift:
S e n a t u s P o p u l u s Q u e R o m a n u s
O P T IMO P R IN C I P I .
DE RAAD E N ’T VOLK VAN ROME
A A N D E N A L L E R B
E S T E N VORST.
En dewyl men, onaangezien
dit bygeftelde randfchrift, in onzekerheyd
blyft, wie door de verbeelde
vrou betekend, o f waarom
deeze zoo gunftige betuyging door
den Raad en bet volk van Rome
aan den Keyzer gedaan is , zoo
leeft men tot volkome ophelderinge
nog dit dierhalven zeer noodwendig
opfchrift op den voorgrond
:
A R A B ia A D Q U I S i t a .
A R A B I E BEKOMEN.
En het is in dit en geen ander
geval dat de opfchriften zyn uytgevonden
, en nevens de omfchriften
moogen ja moeten gebruykt
worden, als men uyt de volgende
voorbeelden ten overvloede zal
können ontdekken. Het ver-
fchanfte leger der Françoizen by
Taisnieres, onder het beleyd van
den Prins Eugeen en den Engelfchen
Hoofdbevelhebber Marlbo-
roug zynde geflaagen, heeft men
op die aldaar bevochte overwinning
deezen penning door den zeer
vermaarden Engelfchen penningmaaker
Johan Kroker te Londen
zien in ’t licht geeven.
Welke op de rugzyde om hoog
eene vliegende Overwinning en
daar onder twee legers in een
bofch tezamen handgemeen verbeeldt,
onder dit randfchrift:
CO N CO R D I A E T V I R T U T E .
DOOR DE E EN D R A G T E N
DAP P ERHE TD.
En dewyl men hier wederom
geenszins onderrecht wordt, hoe-
daanig de uytkomft van dit verbeelde
gevecht is, o f welke gevolgen
deeze eendragt en dapperheyd
gehad hebben, zoo wordt te recht,
naar het voorbeeld van den
P p p hier
l S
Ir