
Deezen aangepreezen grondregel
ziet men ook, om zyn gewigt,
op eene wonderlyke wyze op alle
dc gemaakte penningen van de
Franfche Hoogefchool der befchaafde
weetenfchappen, alom
uytmunten. Want hoewel het inneemen
van zeer veele fteden het
voorwerp haarer te ontwerpene
penningen was, zoo heeft die
doorluchtige vergaderinge fteeds,
zoo veel moogelyk waar, toege-
legd, om in ’t maaken van penningen
wegens het veroveren van
iedere ftad, zoodaanige tydftip en
omftandigheyd uyt te kiezcn,
welke aan der zelver veroveringe
alleen eygen was, en om ’t welke
te beveftigen ik , mids des zelfs
aangelegenlieyd, niet ondienftig
achte, dit gezegde door een o f
twee voorbeelden ter meerder ophelderinge,
te beveftigen.
De Fr.anfche Koning Lodewyk
de X IV , Willende de ftad Mesfi-
na, welke zich voor hem ver-
klaarende thans door de langduurige
influyting der Spanjaarden
zeer groot gebrek leed, eyndelyk
te hulp komen, zondt den Hertog
van Vivoue met negen oorlogfcheepen,
om eene groote vloot
bevragt met allerhande eetwaaren
derw.aart te geleyden. En zekerlyk
die bragt de Spaanfche wacht-
fcheepen op de vlugt, gevolglyk de
noodige voorraad in de gebrekly-
dende ftad , en dus de zoolang
ontbeerde overvloed wederom
daarbinnen te wege.
De penning dierhalven hierop
gemaakt verbeeldt op de rugzyde
de gefpyfde ftad en om hoog eene
naar haar toevliegende Overwinning
, welke in de flinker hand
den krans der bevochte zeege, en
in de rechter eenen bundel koorn-
aairen voert ; onder dit randfchrift
i
A L IM E N T A M E S S A N A E .
M E S S I N A F A N L E E V E N SM ID -
D E L E N VOO R Z I E N .
Floe dit nu te wege gebragt is,
geeft het opfchrift van den voorgrond
te kennen:
H I S P A N i s AD F R E T U M S I C I L t ®
D E V 1C T I 3 M D C L X X V .
D E S P A N J A A R D E N I N D E
Z E E e N G T E VAN S I C I L l S
i
F E R S L A A G E N i6yg.
De leezer ziet wel hoe alhier
eene zoo juyfte en zoo geheel
aan dit voorval eyge zynde tydftip
is uytgekoozen, dat die penning
door ’ t flechts veränderen
van het jaar op geen ander voorval
toepaflyk is. Van den zelven
aardt is ook decs volgende op het
ftormenderhand veroveren van
Valenfyn gemaakt:
En welke, mids de ingenoome
ftad echter van den gewoonlyken
moord en de opvolgende plonde-
ring op het enkel ontfange bevel des
Hertogen van Luxemburg by dit
voorval was verfchoond gebleeven,
dierhalve deeze zonderlinge en
hier alleen eygen zynde tydftip
verbeeldt. Want men ziet op de
rugzyde de in den ftorm vermeeft
terde ftad door de Overwinning,
als wier knien zy in dien uyterften
nood omarmt, tegen de woede van
den ingedrongen krygsknecht befchutten.
Invoege het randfchrift
te recht aldus luydt:
C O N S E R V A T O R I SUO .
A A N H A A R E N B E H O E D E R .
Waarom nu de overwinnaar alhier
zelf haar behoeder genoemd
wordt, geeft dit opfchrift van den
voorgrond te kennen:
V A L E N T IA N A E C A P T ® E T AB
E X C io io S E R V a t ®
M D C L X X V I I .
V A L E N C T N I N G E N O M E N E N
V A N D E V E RWO E S T IN G
B E V R TD 1Ö77.
Den zelfden grondregel ziet
men op den penning, gemaakt
wegens het winnen van Bouchain
in ’t jaar zeftienhonderdzesenze-
ventig, even gelyk ook op meer
änderen waargenomen, overzulks
het thans de tyd wordt om tot de
verdere grondregelen over te gaan,
welken wy ons voorgefteld hebben
in dit werkje te verklaaren.
V Y F D E H O O F D S T U K .
Van de voorzyde der penningen.
A Lie de gedenkpenningen, het
zy ouden, het zy nieuwen,
zullen zy goed en volkomen zyn,
hebben twee leden, waarvan het
een de voor- en het ander de tegenzyde
o f ’t ruggeftuk genaamd
is. Want wat de zoodaanigen
aangaat, die maar eene zyde hebben
: deezen worden geene penningen
maar flechts penningplaa-
ten genaamd en welken de liefhebbers
dier zinlykheden als on-
voldraage vrugten of flechts als een
gedeelte van eenen gefnuykten
penning befchouwen.
t r<=.
i f
I r
Van de Romeynen zyn’er weynigen
o f geenen van die foort
voor handen: ja zeker fchryver,
in zyne (i) inleyding tot de oude
en laater penningkunde, merkt dat
aan als een wis bewysteken hunner .s! '
valsheyd, en’t gene ik desgelyks
be'ame en goedkeure in opzigte,
dat die nooit zoodaanig in den beginne
gemaakt zyn, doch vlak
uyt ontkenne en tegenfpreeke,
byaldien hy daarmede wilde vaftftellen
dat de eerft welgemaakte
penningen by ’t vervolg van den
tyd en door verfcheydene hier op-
G g g gef
.
ill I