
i f i
toe, ja ftak naar Egypte over, alwaar
Pompejus vermoord, en Ce-
zar insgelyks het geluk had van
zynen aanhang te dempen; doch
inmiddels was door de Zoonen
van den gefneuvelden Pompejus
de kryg in Spanje hervat en des
Cezar genoodzaakt ten tweedemaal
dat geweft ten onder te brengen.
Nu wordt dees penning, wegens
Cezars behaalde overwinning in
Spanje, gevonden.
En dewyl daarop geen jaar- of|
tydbekendmaakend merk gefteld '
is , zoo Laat dit de liefhebberen
in onzekerheyd of hy naamelyk
op Cezars eerfte of wel zyne tweede
overwinning gemaakt is. Wel
is waar dat op zeer veele Romeynfche
penningen, ftaande de regeering
der volgende Keyzeren
gemunt , het getal hunner be-
kleedde Burgemeefterlyke o f Wyk-
meefterlyke bedieninge ftaat uytgedrukt,
en waaruyt men altemets
de vereyfchte tydrekening.
kan opmaaken. Echter verfchaft
dit niet altyd de noodige zekerheyd
, ter oorzaake het bekleeden
dier bedieningen geenszins den
loop der jaaren volgt, mids deKey-
zers, welken niet altyd Burgemeefter
waaren, echter in den tuflclien-
tyd van het eene tot het andere Bur-
gemeefterfchap ( die veelmaal van
verfcheydene jaaren was) altyd het
getal van het laatfte Burgemeefter-
fchap op hunne penningen behiel-
den, als, by voorbeeld, op deezen
van Hadriaan.
Want niet tegenftaande men op |
den zelven gemeld vindt dat hy g e -!
maakt is , federt die Keyzer ten der- '
demaal(cos: I I I ) de Burgemee-
(i)joitrt fterlyke (i) waardigheyd aanvaard
G "d"tnkp. had, T gene in Tjaar achthonderd-
r»s 8p. tweeenzeventig naa de opbouwing
van Rome voorviel, zoo kan echter
daaruyt de nette tyd der maakin-
ge van dien penning niet bepaald
worden, ter oorzaake alle zyne laatere
penningen ook met dit derde
Burgemeefterfchap tot zyne dood
toe beftempel zyn; welke eerft in
T twintigfte j aar naa dat derde Bur-
geraeefterfcliap voorviel. Gelyk gebrek
zyn ook veele Griekfche penningen
onderhevig, want hoewel
die volken met meer oplettendheyd
getracht hebben, om de tydftip der
regeeringe van iederen Vorft op
hunne penningen uyt te drukken,
en dat ook de Heer Vaillant de hiftori
der Syrifche Koningen, in welke
de gelykluydende naamen dier
Vorften geene kleyne moeijelykheyd
veroorzaakten, door T behulp
hunner opgeftelde tydbepaalin-
gen op eene verwonderens waardige
wyze ontward heeft, zoo blykt
nogthans, uyt het in T licht gegeeve
werk van Goltzius , hoc
groot getal van Griekfche ftedepenningen,
zonder die zoo zeer
noonoodige
tydsbepaalinge, aan den
anderen kant nog gevonden worden.
Invoege de laatere liefhebbers
door dien begaanen misflag der
Romeynen cn Grieken geleerd en
voorzigtiger geworden zynde, althans
het ftellen van een jaartal,
als eene weezenlyke eygenfchap
des pennings, op den zelven vorderen
, om van den waaren tyd der
voorgevallene zaaken, waarop hy
gemunt is , onderrecht te weezen.
En dewyl dit oogmerk, door het
eens ftellen van het jaartal, bereykt
is , zoo moet men het gebruyk
van de zoodaanigen afkeu-
ren, welken meer dan eens het zy
in tel- o f fyferletters, of ook door
T middel van de door hen uytge-
dachte j aarfchriften, het zelve op
eenen penning plaatfen, dewyl
het eene noodwendig overtollig,
en alle overtolligheyd als wanftallig
, even gelyk op deezen penning,
te laaken is.
I
Want niet alleen dat men op
den voorgrond van de eene, maar
ook op dien van de andere zyde
het jaar 1708 met Punifche Sy-
ferletters gefteld vindt, zoo wordt
dat zelve jaar, even als o f de voorige
overtolligheyd niet genoeg
waar , nog door drie onderfcheydene
Ichriften tot driewerf
verdubbeld. Zynde niet min be-
iachgelyk dan eenen menfch met
v y f hoofden te verbeelden, daar
een altemets meer dan genoeg is ,
om door zyne gefmeede harzen-
fchimmen , eene geheele werreld
altemets op ftelten te helpen.
Uyt deezen bygebragten penning
blykt dat het noodig geachte
jaargetal niet min op onderfcheydene
wyzen uytgedrukt, dan ook
op verfcheydene plaatfen op den
penning kan geplaatft worden.
Dierhalven, wat de jaarduydendc
letteren aangaat, zoo meen ik ,
dat, gelyk het heel oneygen zoude
zyn een Latynfch opfchrift met
Duytfche getal letteren te onder-
fchryven, zoo ook, mids wy de
Latynfche taal in het ftellen der
om- en opfchriften hebben aange-
gepreezen, men ook de Latynfche
telletteren in het uytdrukken
der jaaren dient te gebruyken:
even gelyk de Grieken by hunne
Griekfche byfchriften ook Gtiek-
fche telletteren, en de Hoogefchool
der opfchriften te Parys,
integendeel by haare Latynfche
om- en opfchriften weer Latynfche
telletteren gebruykt, en die
op den voorgrond der ruggeftukken,
niet zonder rede, fteeds gefteld
hebben.
Dewyl de rug- en niet de voorzyde
die verbeelding bevat, welke
het byftellen van den tyd der
voorgev.'ille zaaken vordert. Het
gene, T zy de voorgrond een op-
ichrift heeft of niet, fteeds aldaar
het gevoegelykft geplaatft wordt,
ora dat het nooit met het aldaar
geftelde opfchriftftrydt,daar
S s s het
'Il