
H E D E N D A A G S C H E
lU c d ,
pag. ÎI2.
nen , naa de gemerkte geldftukken )
by hen naamaals waaren ingevoerd, |
de zelve ook As, Dupondtus, Dena- |
rius of Sestertius , naar de onder- |
fcheydene gewigten van den zelven
naam , zyn genaamd geworden
, ZOO hebben ook de Britten in
den beginne kopere en yzere ftaa-
ven ter zwaarte van zeker bepaald
rewigt, in de plaatfe van geld ge-
aruykt: gelyk men by Csfar in zyne
(ODebd- ( 0 hiftorien vindt aangetekend, en
iib metaal weegen thans te tyd
7- ' nog zekere geldftukken ponden fter-
lings genaamd worden, welke geld-
wstaatk. ftuiken,volgensjohan Hubnerfz),
iiLk, het eerft door Koning Hendrik den
III, die in ’ t midden der dertiende
eeuwe heerfchte,zouden gemaakt,
en onder den bynaam van Sterling
alleen bekend zyn, naar den toenmaals
daarop geftempeldenlpreeaw,
dien men in de Latynfche taal dVar-
nus en in de oude Saxifche Staar
noemt. Dan dat die al ten tyde van
Koning Hendrik den II zyn bekend
geweeft, is zeker, dewyl dat uyt
de (3I oude gedenkftukken van het
jaar elfhonderdvierentachtig zeer
(3) Ordin.
Phil. reg.
Fran. &
Henr. II.
R.Ang.pro klaar kan worden beweezen. Des-
gelyks is by de zieh in Gaule neer-
gezethebbende Franken, nog zeer
langen tyd het metaalweegen in
gebruyk geweest , want men vindt
in eene wet van Pepin, in ’t zesde
jaar zyns (4) ryks gegeeven, der
zelver ovettreeders verweezen, in
de boete van tien ponden fyn gouds
terr*
fanél.
118 4 .
(4^ Dans
un vieux
regiftre de
Mr. de
Thou
cottlfoi, en twintig ponden zilvers aan de
Koninghjke fchatkamer te betaalen.
Dus weet men insgelyks hoe Karel
deKaale,om de ingevalleneNoord-
mannen, welke alles naa’t verove-
(siP.D«- ren van Hamburg (jlen hetafloo-
dipran« pon van Vricsland zyne landen om-
pag j's zwaard
verwoestten, die tedoenverlaaten,
ionfi“ “ genoodzaakt was zevenduyzend
TO34-' ponden {6) zilvers te geeven, Sedett
gelukte bet hem nog voor vyfduy-
zend ponden van het ’t zelf de metaal,
door hulpe van den zelfden landaardt,
welke aan de Somme zieh
had neergezet, hunne andere in-
gedronge landsgenooten , naa ’t
wedergeeven van hctingenomen cy-
land üiflel, hun leeven voor zeven-
duyzend {7) ponden gouds en zilvers te
doen a f koopen, en welken naamaals
zieh aldaar op nieuws willende ves-
tigen, op ’t ontfangen van (8}
vierduyzend ponden zilvers, dat
voorneemen ftaakten. En hoewel
men by den zelfden (9) Hiftorifchryver
gemeld vindt, hoe Klouis, door
den Griekfchen Keyzer Anaftafius
met de Burgemeefterlyke waardig-
lieyd zynde befchonken, in ’t naar
de kerk ryden van Sint Maarten eene
menigte goude en zilvere geldftukken
te voore reeds te grabbel gooi-
de; ja dat men zelf geldftukken
vindt,welke eenigen (lo) meenen
door dien Vorft gemunt te weezen,
zoo i s ’t nogthans zeker dat tot de
tyden van Philips den Schoonen ( 1 1)
de meefte en gewoonlyke fchatten
der Franken nog in ruuw en onge-
munt goud en zilver beftonden; mids
het weynige in gebruyk geraakte
geldflechts totden geringften koop-
handel gebezigd wierdt. Welk ruuw
metaal de een den anderen nog eenen
zeer langen tyd met Ro-
meynfch gewigt toewoog; tot dat
door Karel den Grooten (iz) het
Gauloilche is ingevoerd. En het
is ook van dit metaal weegen dat
hunne guldens livres genaamd zyn,
om dat ieder de zwaarte had van
het gewigt van (13) dien naam,
’t gene in 't metaalweegen tot de
tyden van Philips den 1 is in gebruyk
geweeft. Desgelyks ook de
Franc , door Koning Johan in ’t
jaar dertienhonderdzestig naa zyne
te rngkomst uyt Engeland gemaakt,
dewyl zy een Franc ( 1 4 ) ,dat is de
zwaarte
(7) P.D>-
nitl. Hill,
de Fran ce.
Torn. I I.
pag-73-
(8) P .D t -
niel Hilt.
de France
tom. II,
pag.98.
(9) P. Daniel
Hift. ■
de France
tom.I. pag. 44.
(ro )L e
Blanc des
Monnoyes
de France
pag. 46.
C ii)L e
Blanc des
Mono, de
France
pag. 40.
( t i ) L e
Blanc des
Moim.
dc France pag-3p.
0 3 ) L e
Blanc des
Monn.
de France
pag. ISO.
(14) L e
Blanc des
Monn.
de France
dans la
^ref.p.g,
zwaarte van een pond Franfch ge-
wigts bevattede.
Ja het is zeker dat het metaalweegen
by onze voorouders ook is
in gebruyk geweeft , het gene ik
mecn dat genoegzaam uyt hunnen
ouden en ons althans nog bygeblee-
ven fchryfftyl is afte meeten. Want
behalven het boven aangehaalde
woord ym Waard- o i Waaggelders,
zoo leeft men nog veelmaals van
Baare gelds , ’t gene maar van
ruuwe ongemunte brokken en flaa-
ven metaals kan verftaan worden.
In andere plaatfen weer van Ponden
te veertig grooten het ftuk:
zynde deeze bepaaling daarby gefteld
, om een Hollandfch van een
Vlaamfch pond te onderfcheyden;
mids die landaardt ook zyn onderfcheyde
gewigt had. Invoege
een brok metaal van bun gewigt
een pond Vlaamfch , of, om dat
het zesmaal grooter dan het onze
was, zovi pond groot genaamd wordt.
Even gelyk by ons alsnog de duyt
;ewigt WMfai:
HI. deel
p ig .iS i .
van (i) Deutske, zynde een
twee Aazen ; en een Grootje mmten
van Gros, het achtfte gedeelte van "elSLi,
een onfe gewigts, hunnen naam be-
houden hebben. Het komt ook
hier vandaan dat men als nog zegt
in Comptanten gelde betaalen , te
weeten van het Franfch woord
Compter, teilen ; en betckent diens-
volgens zoo veel als de fchuld in
Tel-CCS niet Weegbaar geld te voldoen
; hoewel men daardoor althans
alleen eene gereede betaaling
verftaat.
Maar doordien dit metaalweegen
by het koopen, verkoopen en andere
handelingen groote belemme-
ring veroorzaakte, kwamen veelen
de metaalbrokken vooraf te weegen
en de ontdekte zwaarte met merk-
tekenen daarop te ftellen; die dan
van de verkoopers ter goedet trou-
we , als zoo wigtig wierden aangenomen.
Even gelyk in Perfte
deeze zilvere gemerkte geldftaafjes
alsnog in zwang gaan;
Die zy heele (1) en halve Laryns
noemen ; en wicr vyf heelen voor
de waarde van een Hollandfche
Ryksdaler gangbaar zyn. Zoo
worden ook ten huydigen dagc te
Japan door deMnntmeefters zekere
foramen gelds in rollen gepakt ,
zynde ieder geldrol van twee- of
drieduyzend, of ook van eenhon-
derdvyftig guldens , en met des
Muntmeeftersmerk verzegeld, om
aldus van de eene in de andere hand
in voile veyligheyd over te gaan,
en voor alle vervaliing en befnoeijing
befchut te weezen.
Dan hoewel dit voorafweegen
der metaalbrokken wel een zeer
merklyk gemak in den dagelyk-
fchen handel te Wege bragt, zoo
gaf het nogthans eenen voet tot
fnoode bedriegeryen, en gevolglyk
ook aanleyding tot veel gefchils.
Waarom eyndelyk de Hooge Overigheyd,
tot voorkoming van dat
bedtog en den daaruytvoortipruy ten-
den twift, het maaken der metaal-
C brok-
' Ì
■'I ^
H i '