
te
• i4
aan het’goedgekeurde gebruyk dierhalven
zyn zegel bereyds gehangen
heeft; en waarom die 00 e van een
oudheydkundig liefhebber ftraks
zullen können verftaan worden.
En hoewel hunne voorheen aangebedene
Godheden thans niet alom
können gebruykt worden, zoo is
T echter, dat hy, met behulp der
althans ingebruyk geraakte wapenfchilden,
alles zeer gemaklyk
zal können verbeelden, het zy het
uytgekooze voorwerp op de zaaken
van den ftaat, oorlog o f den
Godsdienft zyne betrekking heeft.
In welk laatfte geval ook de onderfcheydene
kleeding der Geeftly-
ken, mids dit nogthans met een
goed ovcrleg gefchiedt, hem niet
weynig zal te ftaade komen.
Want hoewel ik hier de Geeftlyke
kleederen , om hunne onverande-
lykheyd, aanprys, zoo moet nogthans
nooit dewelbetaamelykheyd
uyt het gezigt verlooren worden,
even gclyk op deezen penning gefchied
is, welke in' T jaar zeven-
tienhonderdzes , ■ivegens het opbreeken
der belègeringe vàri B.ir-
celona,gema.akt is.'
Want het ruggeftuk verbeeldt
in den flinkeren hoek den Kardinaal
Portokarero, om hem recht
kennelyk te doen zyn, met die
kleederen en plegtgewaaden, met
welken hy in T doen der kerkdien-
ften alleen behoorde bekleed te zyn.
Eyndelyk zoo ftaat hier in opzigte
van de om- en opfchriften
nog aan te merken, dat, gelyk de
penningen alleen met dat oogmerk
gemaakt worden om de geheuge- j
nis der voorgevalle zaaken aan
alle volken der volgende eeuwen
over te leveren, zoo ook, om dat
weezenlyke oogmerk te beryken
de Om- en Opfchriften in eene
zoodaanige taal dienen ter neer-
jefteld te worden, dat die aan al-
e ten minfte de Geleerdfte volken
bekend zy. Het welke zoo die
van Spanje en Afrika voorheen
hadden inachtgenoomen, zoo zoude
niet alleen dees
maar ook eene groote meenigte
andere penningen , wier om- en
opfchriften in hunne eyge land-
taal en letteren daarop gefteld
zyn, aan ons althans in T geheel
niet onverftaanbaar zyn geworden.
Dewyl niet alleen de oude Punilclic
taal , maar ook de letteren van
hun
P E N N I N G K U N D E . I IID e e l: XHoofdfl. 2 j i
hun A, B, C , door eene reeks en dierhalven geene veranderin-
van zoo veele eeuwen, zyn ver- gen onderworpen is ; en, gelyk zy
looren en wy dierhalven, wat \ zoo veele eeuwen reeds verduurd
heeft, ook de aanftaande zekerlyk
zal verduuren, en fteeds aan
alle Geleerden even bekend blyven.
Want wat de taalen aangaat
die hedendaagfch worden ge-
fprooken, die veränderen nog dagelyks:
invoege veelen niet zouden
verftaan de taal, die onze
voorouders over ruym twaalf-
honderd jaaren hebben geiproo-
ken. Dus gelyk de minft ge-
letterde zelfs het Latynfch opfchrift
, T gene op de rugzyde
van deezen penning gefteld
is.
moeiten de Geleerden om die te
lierftellen hebben aangewend, buyten
alle hoop geraakt, van die
ooit weer te zullen aantreffen. En
gelyk de Latynfche taale, wanneer
die van bynaar ieder verftaan
wierdt, in T doen der gebeden en
andere kerkdienften, eertyds in
de Roomfche kerk is ingevoerd,
zoo meen ik ook het beft te weezen
dat de Om- en Opfchriften
der penningen, gelyk bereyds
alom bynaar in gebruyk is , in de
Latynfche taal gefteld worden : tc
meer mids zy eene doode taal.
met den eerften opflag verftaat, ] wat dat opfchrift beduyde , byal-
zoo twyfel ik echter o f ’er wel ! dien het in de oude Duytfche taal
honderd in Nederland gevonden aldus daarop gefteld waar:
worden, welken zouden weeten fris o ßc^iicljc in Sincro tußebe.
T I E N D E H O O F D S T U K .
Van de faargetallen en faarjchriftcn.
NAa de Om- en Opfchriften
komen de jaargetallen in
aanmerking, welken op de penningen
noodwendig vereyfcht worden
om de rechte tydftip te weeten,
in welke de zaak, waarop
men den penning gemaakt heeft,
is voorgevallen. De oude penningen
, het zy Romeynfche her zy
Griekfche, zyn veelmaal gebreklyk
in dat deel, ter oorzaake, dat op
de zelven de jaargetallen zyn achtergelaaten.
Dus als Cezar de
wapenen tegen Pompejus had opgevat,
bragt by aanftonds Spanje
onder zyn gebied, gevolglyk zynen
tegendinger de bekende nederlaag
in de Farfalifche velden
R r r 2 toe.
■f ;«
“Il -, »
te à
I: •' f
,| t
■' \ '
'X t e
f '
.1 1
I
•d, ,
1 ; r