
£
ÌS.’ì-yÈ')
»♦
fi
il
1
’ I i
If:
-I
) ! !’
jaar vyftienhonderdvicren-
negentig te Middelburg gemunt
is , en op dc eene zyde tot opfchrift
heeft :
I N S T I T U T A C AM E R A RATi o -
NUM Z E L A N D I k E ,
P R IMUM r e d d i t o THE SAU -
R A R IO F A L CO N E .
1794.
vindt men, met geenen minde-
(i)Biioi ren misflag het zelve aldus (i)
Medal . 1 1 ° S J Hill, van vertaald :
H o II. f)ag.
DE R E K E N K A M E R F A N Z E E L
A N D I N G E S T E L D ,
FOOR D E E E R S T E M A A L A A N
D E N S C H A TM E E S T E R E E N
F A L K G E G E E F E N .
reeds in den beginne door de
liefhebbers onzer Vaderlandfche
gefchiedeniilen met zeer ongemeene
hoogachtinge was ontfangen;
Zoo nogthans dat ik de zoohier
I zoodaar ingclloopenc misgangen
alleen vcrbeterende, die voor het
j overige met ftilzwygen en als 011-
' gemerkt zoude voorbygaan, om
den welverdienden lof der eerfte
I ysbreekeren, zoo veel in my was,
onbezw.alkt te laaten: mids nooit
rechtfch.ape roem uyt eens anders
ontdekte fchande behaald wordt.
En waarom zeker ftaatkundig (3 ) (3)t.Boc.-
fchryver die feylzoekende bedil- "nndrdi.
laars van eens anders werken, te llVfLi
Ncdcrl.
Hift.fol.
3 98.v e rIo .
Dewyl door niemand zal können
worden aangetoond, da t’er
ooit eenPalk aan den eerften Zeelandfchen
fchatmeefter gegeeven
W Mjtcr. is, maar wel dat Jakob (1) Falk,
toenmaals als fchatmeefter voor dc
eerftemaal in dat jaar die nieuwe
opgerechte rekenkamer van Zeeland
is toegevoegd.
Deeze en meer andere ingefloo-
pene mistaftingen, die alom in het
vermeerderd penningwerk van Bizot
gevonden worden, zyn dan de
oorzaak geweeft, dat ik eyndelyk
in het jaar zeventienhonderdtien
(mids zich daartoe niemand anders
opdeedtjde hiftorifche befchryving
der Nederlandfche penningen hebbe
by de hand gevat, en myne ledige
uuren niet nutter tot verlufti-
ging des geefts gedacht tc können
befteeden, dan in het herkneeden
van een penningwerk, ’t gene
recht by die uyt hunnen aardt zoo
loome doch verguldfchynende
vliegen vergelykt, welken, ver van
iet goeds zelfs voor te brengen,
het zoete aas van de roozen en andere
welruykende bloemen der geleerde
fchriften over het hoofd
ziende, liaar vadzig voedfel, tot
opzwellens toe, in den ontvallen
drek der hier en daar ingefloopcne
misvattingen zoeken.
Met het herfmeeden dan van
dat penningwerk had ik reeds
een begin gemaakt, en, naa een
jaar daarin te hebben geflee-
ten , ook een groot gedeelte,
eyndigende met de dood van
Willem den I , Prins van Oranje
, voltrokken , alswanneer de
Heer Andries Schoemaakcr , die
nu eenige jaaren in het vcrzame-
len der Nederlandfche penningen
en der zelver bcwysftukken had
gefleeten, eyndelyk ook van dit
voorneemen bericht kreeg, en zich
dier-
P E N N I N G K U N D E .
dierhalven ten mynen huyze ver-
11 Deel: F l l Hoofjfi. 1 3 j
voegendc het reeds zoo ver gevorderde
werk bezigtigde, midsg.a-
ders den daarin gehouden voet vol-
komenlyk goedkeurde: doch met
een in bedenken gaf, of het niet
beter en veel heerlyker zoude zyn
de aangevange befchryving niet
van de te hoof verfcheyning van
Bredcroode, maar van den afftand
der Nederlanden door Keyzer K arel
ten behoeven van zynen Zoon
Philips gedaan te beginnen, niet
alleen volgens de penningen, die
in Bizot waaren aangehaald, maar
ook volgens die genen welken
zoohier zoodaar by de liefhebbers
daarenboven nog bekend en voor
het meefte gedeelte in zyne weer-
gaalooze Nederlandfche penning-
kaife bewaard wierden. De heerlykheyd
van dit door hem gedaane
voorftet deed myne voortvaarende
drift ftraks in het by de handvat-
ten van cen werk bewilligen, waar
tegen haare krachten geenszins
fcheenen opgewalTen, en waarvan
eerft de onvermydelyke moeijelyk-
heden ontdekt wierden, als de hand
aan de ploeg gefteld en een begin
van dit zwaarwigtig werk gemaakt
was. Doch dien op
raad aldus aangevangen arbeyd
ook van zynen kant weer, zoo
veel doenlyk waar, te verligten;
heeft dieHoofdliefhebber derNe-
derlandfclie Hiftoripenningen my
nietalleen zyne eyge gemaakte
handtekeningen van de alom ontdekte
gedenkftukken gulhartig medegedeeld,
maar tot zyne Nederlandfche
penningfchat, welke in
die tyden in Europa om haare volkomenheyd
geene weerga had, altyd
vryen toegang vergund en federt
door geftaadige brievenwiffe-
lingen, nevens my, alles aange-
wend, zooom de penningen, die
zoohier zoodaar het zy in, het
! zy buyten het land by eenige liefhebbers
mogten bewaard, o f in den
; eenen of anderen hoek verfchoolen
I weezen, optefpeuren, als ook om
den echten zin hunner opgcftempelde
verbeeldingen en de grond-
oorzaak hunner geboorte te ach-
terhaalen. Waarby de Prins van
Rubempré, Ridder van ’t guide
j vlies,enGrootjagtmeefter teBrus-
fel ; de Heer Griffier François Fa-
gel zoo beroemd door zynen ftaats-
yver; de Heer Gerard Hogeveen,
Scheepen en Raad in de Vroedfchap
der ftad Leyde, midsgaders
in zynen tyd Bewindhebber der
Ooftindifche Maatfchappye te Amfterdam
; de Heer Kcrnelis Bakker
een- en andermaal Schepen aldaar
en grootfte bezitter van ’s land re-
kenpenningen ; de Heer Johan E-
mands Raad der munte v a n ’t Vereenigd
Nederland; de Fleer Herman
V o s , Agent van den Hertog
Holfteyn Ploen ; de Heer Leendert
Vermeulen, Agent van den PrinS
vanHeflekaifehde Heer Henrik van
Heteren, Vroedfchap van ’s Graa-
venhaage ; de Heer Johan Alençon
ontfanger v.m ’s lands verpondin-
gen te Leyde ; de Heer Rymond
Bakker woonachtig in de zelfde
ftad; de Heer Willem Lormier, Solliciteur
in’ sGraavenhaage; de Heer
Chriftoffel Beudeker, die behalven
zyne Nederlandfche penningen
eene weergaalooze vergadering
van allerhande zeehoorens en
Nederlandfche landkaarten gemaakt
heeft; de Heer Koenraad
Chriftoffers, voornaam Zweedfch
handelaar te Amfterdam ; de Heer
Frans van Mieris nietmin beroemd
door zyn konftryk penfeel dan zyne
geleerde pen ; de Heer Korne-
lis van Alkmade zoo ryk bezitter
van ’s lands oude ftukken ; de Heer
Henrik Graham, voorheen Advo-
kaat in ’sHertogenbos, en eynde-
L 1 2 lyk
î! f
1 Ï
t
f1
w||i
■ *
i 11 i
»