
I L ■
V O O R B E R I C H T .
Maar deeze uytfpanning, met zoo veele nutbaare
eygenichappen voorzien, laat echter niet naar in den
beginne eenige moeyelykheyd, gelyk w y bier voore
reeds al eenigszins hebben te kennen gegeeven, in
zieh te bevatten: waardoor de eerfte yver der nieuwe
liefhebberen niet 'weynig wordt verminderd: ja ook
wel, door het wanhoopen van die onvermydelyke hin-
derpaalen te zullen te bovenkomen, de begönne ver-
zameling geftaakt en afgebroken. ’T is om aan deeze
zwaarigheyd te gemoet te gaan, dat ik dee-zepenningkunde
heb ontworpen , en des , om den leezer het weezen-
lyke ondericheyd tuifchen het geld en de hiftoripenningen
te ligter te doen begrypen , voorgenomen in
’t eerfte deel , den oorjpronk en voortgang van ’t geld
zoo der ouden in H algemeen als van de thans genaamde Hollanders
in ’/ byzonder ßaande des zelfs Graaven en Staaten
te verhandelen: in ’t tweede deel, van de hedendaagfche
Gedenk- Tover- en Legpenningen, midsgaders ook van de
eerfle Syfervsyze, de telmerken der ouden en de onderjcheydem
Noodmunten te fchryven , en eyndelyk in ’t laatfte lid,
de noodmndige grondregelen aan te toonen, die in V maa-
kcn der penningen, zullen zy goedzyn, moeten mrden in acht
genoomen.
Op dat de liefhebbers niet alleen den oorfpronk,
voortgang en bet onderfcheyd zoo der gelden als penningen
zouden kennen, maar der laatften waarde in
deugdlykheyd aan die grondregelen naar genoege können
toetfen en afmeeten. Om aan dit laatfte te voldoen,
hebbe ik daar telkens op toegeleyd, om zoodaa-
nige voorbeelden, zoo uyt de oude als laatere gedenk-
penningen by te brengen, welken my de bequaamfte
icheenen om en den onderftelde grondregelen te beveftigen
en den leezer te gelyk te vermaaken: op dat,
zoo by dit werkje geenszins als eene inleyding
tot de hedendaagfche penningkunde wilde aanmer-
k en , by het ten minfte als eene vergadering van verfcheydene
fraije en zinryke gedenkpenningen zoude
aanzien.
Eer
V O O R B E R I C H T .
Eer de leezer nogthans tot het werkje zelf toe-
treedt, wil ik hem gebeden hebben, de drukfeylen,
die in ’t zelve zoohier zoodaar, mids myne afweezig-
heyd, onder’t drukken zyn ingefloopen, te verichoo-
nen en, volgens de achteraan gedrukte ly ft, onder’t lee-
zen te verbeteren.
I lii i!
f
■K- * o V E R -
i i '
iS: , ■1
I, X, .