
-A
I ^
" S
ß
I*' - i .
If' . I T.T. , i
' " I
V O O R B E R I C H T
W E G E N S
D E W A A R D E E N N U T H E Y D
D E R
HE D E N D A AGS CHE
P E N N I N G K U N D E
|Een menfch wordt ’er op de aarde gevon-
den , die ondertuiTchen, onder ’t wel
waarneemen zyns beroeps, geene uyt-
fpanningen van noode heeft, en die by
tuflchenpoozen5 volgensde(i)leiTenvan S aU
Fedrus, de boog zyns verftands altemets
niet dient teontfpannen, omalzoo, naa’t herzamelen
der eeril verloorene krachten, bet voetfpoor zyns beroeps
weder des te moediger te betreeden. Dit wordt
door verfcheyden in verfcheydene voorwerpen bedoeld,
doch naar maate van de geringheyd of de waarde van
het uytgekooze voorwerp, zoo is ook die uytfpanning
o f te laaken of te pryzen. En zoo men b y kleynere
zaaken ook grootere voorLieelden ter beveilinge magby-
brengen; wat lo f, vraag ik , kan men den Romeyn-
fchenKeyzer Domitiaantoeleggen,die,om zieh te vcr-
luftigen, dagelyks een (2) geheel nur fleet i n ’t doo-
den der vliegenPDaar zieh integendeel overdeVyftig(3)
pennen affloofden, met alle die ” ; roemruchtige oorlogsdaa-
denteboek teftellen, welken ihet het heldhaftig tydverdryf
t
van den Grooten Alexander aer geweeftzyn. Onde
Onder de waar
digfte en nutbaarfte der hedendaagfche uytfpanningen
Dorn. Cap; 3-
(3) Hooft
Nederl.
Hift. ind«
opdtagt*
is men verplicht zoo de oude als laater penningkunde,
om veele doorflaande beweegreden, te ftellen. E n voor
beweezen; dat men kan twyfelen of zyn weergaaloos
* pen-
(4 )D ta fai
& prsit.
Lff: