
te!;
'li
III?
î *
U
J ' i f '
I S j
tuffchen dezelve en de gedenkpenningen. 193.
247. b.
Moerbeziboomen, deszelvs haflen werden hy den
Grooten Cham tot driederley foort van geld ge-
' maakt. 4.
Mohaz, fag aldaargelevert door Lodewyk Koning
van Boheemen aande Turken.99. b.
dog Lodewyk , nadien de Turken agtmaal
zoo fterk waaren , word geftaagen en fneuvelt.
99-b.
I daar op. 99.
Molinet (Klaude van) Monnik, deszelvs Boek.
5-8. a.
—- - zyn penningwerken 109.6.
Montfaucon, deszelvs werk. 286. a.
Morca door de Feneetiaanen veroverd. n j.b .
— . penning daar op. 113 .
MoiTclfchulpen voor geld ganghaar ,en hy wat voor
volken. 4.
Mukipiicatie op de vingers door denAuBeur uitge-
vonden. 146.3.6.
Munfterfcheu de StadGroeningen belegerendefchoo-
ten in dezelve een Toverpenning. 145.3.
— deszelvs afbeelding.i/^t,.
Munt moeft in Noordholland door drie Steeden op
heurten rond gaan. 40. a.
— in dezelve mag ieder een fijn goud en zilver-
brengen om 'ergeld vante laaten jlaan.ap.h.
Munt. hoe by de Romeinen verbeeld. 270.6.
Munten by de Oude een teken van Oppermagt geweeft.
51 . b.
Muntgodinne by,de Romeinen geeerd. 192.6.
- deszelvs afbeeldzel. 192.
i haar toegewyd en Jaarlyks feeft.
Muntkabinetten,
aangaande de Nederlandfche penningen. 13 f. b.'
Muntmeefters te Japan pakken het geld in rollen,
tn zetten ’er hun merk op. 9. a.
Muntmeefters naam waarom op de oude Franfche
geldftukken.19-n.
Muntftoffe,(/«rze/wi- befchryving. rjo. a.b. 271.
a. b.
Muts met punten bezet zinnebeeld der Parthen.
2t6. a.
Muylezel gemunt op het geld der Philippenfers, en
Alexandriers. 1 1 . b.
Muys (een) gemunt op het geld van die van Ar-
sos. 1 1 . b.
N.
j^ A a ra e n , groot getal van legpenningen hy
het aankoomen van een nieuwe Landvoogd
aldaar uitgedeeld. i j6.b.
. — afbeelding vancenderzelve.i g6.
Nancy. Hoogefchoole aldaar. 122.6.
Napels en Sicilien veroverd zynde, worden onder
de naam van beide de Sicilien beheerfcht. 104.
b.
i i worden in het Zwabifche huis gebragt. 104.
b.
. onder de Kroon van Spanje gekroont.
107. b.
Fiapelfche penningen tot
getaale uitgegeeve. 104. a. b.
"NaTea. een zeker Koningryk, alwaar de inwooners
gemerkte yzere plaatjes voor geld uitgeeven. g.
Navarre kry^ m Koning Garftas, oudfte Zoon
van Sanche.C^.h.
Nederlanden. derzelver 01
a.b.
Nederlanden (Keizerlyke) het jaarlyks uitdee-
len der legpenningen gaat daar nog in zwang, 155.
a. b. 156. a.b.
Nederlanders (oude) der zelver fyffermerken. 170.
b. 171.. a. b. 172. a.b. 17 3 .3 .6 . 174.3.6.
177- a- b.
Nederlandfche Jeugd, wierd eertyds in't fyfferen
met legpenningen onderweezen. 158. a.
van een der zelven. i r''
Nederlandfche legpenningen. der zelvir befchryving.
129. a. b. (flc.
oudfte der zelver. i<gi.
Nero geeft aan Tiridates den hairhand tot teken
van Koninglyke waardigbeid. 187. a,
Nerva.penningop hem.t-^y.
Neurenburger winkels, in dezelve meeft men de
rekenpenningen koopen. 157. a,
Nieumeegfche vreede, penning op dezelve. 206.
Nieuw Engeland , deszelvs inwooners waaren
eertyds zeer cnbefchaaft. 50. a.
— een aardig gedenkteken dat zy ter plaatze
van een voorgevalle veldflag gemaakt hadden.
70.;
Nigricen, wat voor geld gehad hebben. 7.
Niklaas den Florentyner. 52.6.
Nifia in Italie en Berge in Ht
!. 199- b.
penning daar op kwaalyk ontworpen.
199- b.
. op wat wys t zyn.
200. b.
Noach, door wien zommige meenen dat het geldmunten
eerß uitgevonden is. 1 1 . a.
NT—.a..»unten. derzelver bejcbryvmg. 176. a. b.
derzelver oudfte onder de Nederlandfche. 177.
■ van Goud. 178. b.
van Zilver. 1 78. b.
van roodkoper. 179.6.
■ ■■■ vangeelkoper. 179. b,
—— van metaal. 180. a.
— van tin. 181. b.
van lood. 181. a. b.
van leer. 182. b.
van papier. 182. b.
— van zegellak. 183.6.
in ouwel gedrukt. 183. b. 184. a. b.
op de zelve mag niet de beeldenis van den
Stedevoogd ftaan, die ze laat maaken. 184.a.
een voorbeeld van ’/ tegendeel hygebragt.
184. b.
Noordhey (Jakob) Bewinthehher der Oftindifche
maatfchappy, deszelvs penningkas. 181, b.
Noordholland, wanneer daar een munihuis is opgeregt.
39. b.
— - deszelvs eerfte muntmeefter en geldftuk 39.
wierd door drie Steden geduurig verplaatft.
40. a.
Normandie (de Hertog van) maakt dat de vreede
aan de (Iroom Oife getroffenword. 32. b.
Numa Pompilius zet bet houte , fteene , en leere
'6.
ter yzer geld voor in de plaats, in
6.
heeft een genootfchap van ’/ vormen der metaalbrokken
opgeregt. 10. a.
Numos de naam van zeeker geld , en waar van
daan de zelve naam ontleend heeft. 17. b.
O,
'.jmi*: „.ywewNw*. *
B L
o.
D
Oudfte geldfiukje van wie gCj
- destelvsafbeeldzel. 14.
o¿lavianus Strada, deszelvs hoek bevattende
" ' ' reeks van Julius Cafar tot
Keizer Matthias toe. 76- b.
---- V,!¡lelJimt, r uotntturte,!n,t... J7l6* .. bI/.,
Odoaker König der Herulen ,vernietigt het Wefterfche
Ryk 54. b.
Offen veroverd, en Hungarifche penning daar op
gemaakt. 101. b.
Om-«« Opfchriften. derzelver befchryving. 234.
237. 236. 237,238.. 239. 240. 24t. 242. 243.
244. 247. 246. 247. 248. 249. a. b.
Omeer door de Franfche belegerd en door Ghainie-
raine dapper befchermd. 177. b,
moet noodmunten maaken. 177. b.
O. . .n. .t.wI . evr. Jp. vVa.Vn.V euue.np penning voyp cdue Jf ta^g vvlaAlnu Riya.'.milltevlilbi.evs,
het ontzetten van Barçelona en Turin. 197. a.
Oorlog ( eerfte ) der Remeinen tegen die van Carthago
, is oorzaak dat het geld ligter gemaakt
word. 20. a.
•----- (tweede) tegen dezelve, is oorzaak dat het
geld mg ligter gemaakt word. 21 . a.
Oorlog tuffchen Karelden III. enPkilipsden V. doet
veel penningen tevoorfchyn koomen. 67. b.
Ooftenryk. het huis vanOoftenrykverhefttePraag
Frederik de V. Keurvorft van de Palts tot Koning
van Boheeme, ftaande de Regeering van
Koning Ferdinand de II. 96. b.
—— bekomt de Kroonvan Hungarie. loo.b.
heeft het Kroonrecht van Spanje. 226. b.
Oofterfche penningen, de oudfte onder de hedendaagfche
in rang. 72.6.
----- een penning aek zelven. 5 3.
Oofterfche Syfferletteren. 174.
Oranje (Prinsvan) Fleer van ßreiia, wijjelt de
noodmunten van die Stad weder in. 187.6.
Oranje (Willem de IL Prins van) penning op
deszelvs huuwelyk. 236.
Oranje (Willem de III. Pmr van) fpotpenning
op hem den Britfchen Troon heklmmende. 264.
Orauje (Prins van) Zoonszoon van den Koning
van Pruffe. deszelvs geboortepenning kwaalyk
ontworpen.zo\.a. b.
Otho (Roomfch. Keizer) deszelvs penning in 'i
koper van onwaardeerlyke prys. 272.6.
Otto (Keizer) krjgt voor eeuwig bet Hertogdom
van Lotteringe. 3 2. b.
— — hefchenkt Balderik Biffchop van Uytregt met
veele goederen en bet regt van geld ftaan. 32.
b.
Otto Zoon van Keizer Henrik volgt zyn Vader
in het Ryk op. 32. n.
Ottokeza Gemaalin van Czaar Peter. 85, b.
■— door hem in een Kloofter geftooken. 85,6.
Oudaan (Joachim) doet hot werk van den Abt
Bizot merkelyk vermeerdert in Holland drukken.
13 1.6 .
• veele feilen in het zelve aangeweezen.
M4.a.B
Ou.á£íe geldftukken der Batavieten. 26.
P.
geldder Cephaloniers:
131.3.6. 15 2 .a.b.134.a.b.
——. deszelvs penningwerk noodig om te leezen.
285.6.
Oude kleeding op d
te fiellen. 260. b.
0\iàtpenningen, weike men door die verftaat. 71.
a.b.
Oudenaarde. ongemeene zeege aldaar door de En-
getjche behaald.i^i.h.
%r op.zv—
Palacius (johan) deszelvs penningwerk van de
Veneetiaanfche Hertogen. iiz.b.
Palmboom by de Romeinen een zinnebeeld van bet
Joodfche Land. 216. a.
h Karhainen in gebruih
—— word, wanneer het onbekwaam is , weder
ingewffeld. 4. a.
Papirius (Cajus) deszelvswet om het geldwigt ten
vyfde maale ie verminderen. 22.6.
Parthen zenden de Krygstekenen den Romeinen wederom.
x^g.'^.b.
penning daar op. 197.
Paruta (Philips) uiigeever der Siciliaanfche pen-
ningen. 104.3.
Pafcal, deszelvs oordeel over het uitvinden der zin-
nebeelden. 227.6.
Pafiarowitz. vreede aldaar tuffchen den Keizer en
de Turken geftooten. 103. b.
— - penning daar op. 105,.
Patin^(Karel) een groot Penningkenner. 51.3.
— deszelvs oordeel over de eerfle legpenningen.
150.6.
— deszelvspenningwerknoodigomte leezen. 285.
b.
iOniwerter der Franfche Koninosti<’*>«i«s/.>i.
P a u s l y k e 107.a.b. loS.a.b.'
Pauwel d e ll. (Paus) eerfte munter der Pausly-
ke penningen.XQy .b.
deszelvs penning. 107.b.
Pecunia, dit woord vermeenen de Gauloizen dai
van hunne here ftukken geld herkomftig is.
Pcgafas gemunt op het geld der Corinthers. 1 1 .
Pegu een zeker Koningryk , alwaar de Inwooners
Armringen van Koraalcn draagen. 7.
aarJige mkaofmg der Juwcelen aldaar
I 4 f . b,
Penbroke (, Graaf van) deszelvs penningkafe.
Penningbocken noodig om te leezen. z%p. b.zSi.
a.b.
Ptnnmgcvxtweederkyofmeteen oftweezyden 209 ’
а.b.
— der Grieken en Romeinen, wanneer eerft byeen
vergadert zyn geworden ,51.3.
—— der zelver verdeeling.gi.2.h.
Penningkafle van den Heer Sigebert Haverkamp, б.
— van den Graaf van Penbroke. 12. a.
van de Hr. Kronenburg. 13.3.
— . vandenKoningvanPruffen.x^h.
van de Abdye van Sinte Genoveva. 17.6.
van de Hr. Willem Lormier. 38. a.
van Chriftina Koningin van Zweede. 57.
Î.278.
— * — • een pennning van 18. finfen gouds aldaar,
te vinden. 278.a.
Penningkaflen. hoe die moeten zyn. 284.6.
E 2 Pen-
I« Í
T- t . i
l l
à t e i
i á l
I J