
H E D E N D A A G S C H E
de legpenningen federt eenige jaaren
in de Vereenige Geweden is
opgchoudcn , zulks men deezen
voor den laatften houdt,
(i)R rfo l.
der Staat.
Gener.
2 lan. 1ÓJ4.
(i) Refol.
det Staat.
Gener.
(3) Refol.
der Staat.
Gener.
1 Jan.
1654.
(4) Refol.
der Staat.
Gener.
28 Dec. i7i3-fül. i 6s9 .
( s ) Gecemmittetrde
Kaaden.
(6) Raadwelken
te Uytrecht gemunt is,
zoo vindt men echter in de ( i )
Raadsbefluyten der Algemeene
Staaten, dat al in ’ t jaar zestien-
honderdvierenvyftig, in de plaats
dier legpenningen, der zelver
waarde in ( i ) geld door den Agent
der Algemeene Staaten, welke federt
hetjaar zeftienhonderdzeven-
enveertig mede een Leg heeft
begonnen te trekken,is uytgedeeld
(3) geworden en totnogtoe in gebruyk
gebleeven. Invoege jaarlyks
in ’t laatft van Wintermaand,
op den zelfden dag , alswanneer
de nieuwej aarsgiften worden ge-
regeld, de gemelde Agent by uytdrukkelyk
ftaatsbefluyt wordt gelaft,
om by den Algemeenen Ontfanger
der Vereenigde Geweften
naar ouder gewoonte op den lyft
der (4) Legpenningen de fom van
tweeduyzendeenenzeventig guldens
en dertien ftuyvers te ligten ;
om daarvan volgens deeze beraamde
en althans voor altyd vaftge-
ftelde orde de gewoonlyke uyt-
deeling te doen. Na.imelyk drie
Leggen, ieder van eenentachtig
guldens aan de Gemagtigden van
Gelderland, zeven Leggen aan
die van Holland; te weeten vier
voor de vier gewoonlyke Hollandfche
Staatsieden, twce voor de
twee Gemagtigde Raaden (j) van
Holland en eene voor den Loon-
trekkenden (6) Raadsman van dat
Geweft in de Hooge Vergadering
verfcheynende. Doch als ’er een
gewoonlyke Gemagtigde uyt Amfterdam
en dus v y f gewoonlyken
wegens Holland in de vergadering
der Algemeene Staaten zitting
■ hebben, ontfangt de Loontrek-
, kende Raadsman van Holland, in
I de plaats van de Algemeene Staat
e n , dan zyne Leg voor diejaa-
' ren nevens alle de andere Gemagtigde
Raaden van Holland van dat
Geweft z elf Voorts Worden daarvan
aan de andere v y f Geweften
ieder twee Leggen en aan den
Griffier, zynen Kommys, den A-
gent, den Algemeenen Ontfanger
en des zelfs Kommys ieder eene
L e g , en eyndelyk zoo aan des
Lands als Griffiers Klerken te
famen achtenveertig guldens en
dertien ftuyvers uytgedeeld.
Uyt het bovengemelde blykt,
dat ook in Holland aan de Gemagtigde
Raaden vau dat Geweft jaarlyks
eenig geld voor de althans
buyten gebruyk geraakte legpenningen
door hunnen (7 ) Geheymfchryver
wordt omgedeeld: ’t gene
in ’t jaar zeventienhonderd-
drieentwintig, by den Algemeenen
Ontfanger des Gewefts zynde
jeligt, eene fom van (8 ) negen-
londerdtweeenzeventig guldens Kaa».
heeft bedraagen, en zoo aan ieder
lid der Gemagtigde Raaden als aan ou-'
den Loontrekkenden Raadsman,
den
(7) Stcrtf8)
Refol.
der Gec,
Raad. vaa
(i) Refol.
van den
Raadvan
Staat.
2 1 Jan.
(i) Refol,
van den
Raad vaa
Staat.
23 Dec.
öfReM.
van den
Raad van
Staat.
18 April
1594.
(4) Refol.
van den
Raad van
Staat.
9 Jan. 1596.
is)7hefaH-
rier Gent-
raal.
(6) A d v e -
ka^t Fis-
kaat. {■j)Kom-
my ten v an
de Genera-
litiyts
Finantie.
(8) Kommys
van
den Seere-
tarisvan
den Raad.
(9) Kvmmy
s van
den The-
fiuru r.
( 10 )T w t e .
de Kommys
van den
Gntfanger
Gentraal,
den Geheymfchryver en dc twee
Kommyzen der geldmiddelen van
Holland, ieder ter fomme van
eenentachtig guldens is uytgedeeld
geworden.
Wat den Raad van Staate aanbelangt
, zoo zyn mede federt zyne
oprechting aan des zelfs leden
eenige legpenningen, op hunne
orde en gedaane (i) keuze gemaakt,
en nu eens in meerder dan weer
in minder getal j aarlyks uytgedeeld
geworden. Dus heeft men in ’tjaar
vyftienhonderdnegentig aan ieder
lid van dien Raad (1) behalven de
gewoonlyke kopere vyftig of zeftig
zilvere legpenningen, vier jaaren
laater (3 ) een getal ter zwaarte
van anderhalf mark zilvers, enin
het jaar daarnaa volgende honderd
zilvere legpenningen, van
tien ftuyvers (4) het ftuk ten kofte
des lands toegelegd. Sedert is
mede een vafte voet beraamd en
wordt nog jaarlyks in de plaats der
afgefchafte Leggelden eene fom
van zeftienhonderdtwintig guldens
door den (5) Opperfchatmee-
fter des gemeenen Lands uytgedeeld.
T e weeten, aan iederen
der twaalf Heeren zitting hebbende
in den gemelden Raad van
Staate, midsgaders aandenOpper-
fchatmeefter,denAlgemeenen Ontfanger
en den Geheymfchryver des
Raads ieder eene L e g , van eenentachtig
guldens; voorts aan den
Vooripraak (6) der Algemeene
’s lands goederen, de vier Kommyzen
van de (7 ) Geldmiddelen
Algemeene Muntkamer in’sGraavenhaage
ontfangen thans ook
nog, in de plaats hunner oude eu
thans in onbruyk geraakte Lcg-
gelden, jaarlyks eene vereering
van een mark zilvers in geld.
Diergelyke uytdeeling van legpenningen
zyn ook in Zeeland, zoo
onder de Staatsieden en der Schat-
kamere, als de byzondere regcer-
ders van ’ t eyland Walchere, des-'
;clyks te Uytrecht en in Gelder-
and, ten gebruyke zoo der Rekenkameren
als Staatsieden eertyds
gefchied; als blykt uyt verfcheydene
legpenningen, welken van die
gemelde Geweften en Vergaderin-
;en nog in de penningkaflen der
iefhebberen tot geen kleyn getal
worden gevonden.
In de Keyzerlyke Nederlanden
was voorheen en is alsnog hetom-
deelen van zilvere en kopere legpenningen
in vollen zwang. Dus
wierden jaarlyks op uytdrukkely-
ken laft van den Raad der Geldmiddelen
, ftaande de regeering
van Koning Karel den I I , door
den Algemeenen Ontfanger des
Lands aan den OppeiTandvoogd te
Brusfel , op Nieuwej aarsdag in
eene koftlyke geboorduurde beurs
honderd zilvere legpenningen aangebooden,
welken met verfcheydene
zinnebeeiden en daarop
ftaande fpreuken, naar de gele“
genheyd des tyds, waaren beftempeld.
Ten tyde van Koning Phi-
ips den V gefchiedde het zelfde,
en is nog daarenboven door den
Burggraaf van Alverado en den
Baanderheer van Humbecque .
der VereenigdeNederlanden, dien
van den (8) Geheymfchryver,
dien ( 9) van den Opperfchatmee- I beyden als algemeene Ontfan)
fter, den tweeden van den Alge- | gers des Lands, aan ieder lid van
meenen (10) Ontfanger, en den j den Koninglyken Raad, die toen
Agent van hunne Hoogmoogend- (n ) in de plaats van den Gehey
heden ieder mede eene L e g , doch -----t. . . j j — 1. - - . 1
flechts van vyfenveertig guldens.
I
(n)Europ.
men Raad door den Spaanfchen Ä ' . '
Koning was opgerecht, jjaaaanrlyyKkss is.“ '*” ®’
' Q.q ^ ver- I
De leden en Meeiters van de j met honderd zi vere legpenningen