
H E D E N D A A G S C H E P E N N I N G K U N D E . I I Deel: I Hoofdft.
welke de Vader was van Maximi-
liaan den I , door wiens huuwelyk
met de eenige Erfdochter van den
Huyze van Bourgonje dat van
Ooftenryk tot eene zeer hooge magt
is opgeklommen en wegens welk
huuwelyksverbond , ’t gene den
achttienden ( i) van Oogftmaand vol- (.5,
trokken wierdt, dees penning on- '’Empir.
tom.I.
der anderen gemaakt is.
P»g. 37d*
f i
Onder een helderfchynend Hemellicht
ziet men op de eene zyde
dien Vorft en zyne Gemaalinne
hun nu ineengefmolte wapenfchild
vafthonden, en, behalven het jaar
14 7 7 , als wanneer dat huuwelyk
wierdt aangegaan, voorts nog in
den rand achter lederen verbeelden
perlbon zynen naara en tytel.
Op de tegenzyde is het vermeei-
derde Aartshertoglyke wapenfchild
door deeze Hoogduytfche ipreuk in
den rand omvaugen:
I N GO D T S H A N T H A B EN
W I E R E S G E S T A L T .
I N GODS H A N D H E B B E N
W r H E T G E S T E LD.
Deeze toegenomegrootheyd heeft
ook het geraoed van Maximiliaan
WJobm indiervoege opgeveyzeld, dat ( i )
kenn.ift ^ grootct dcnkbecld van
den luyfter zyner voorouderen te
geeven , verfcheydene penningen
ter gedaehtenis van veele vroegere
Vorften van zynen Huyze heeft laaten
maaken , en van welken eenidcnkp.
p a g.12.
gen in zeker penningwerk van Oc-
tavianus (3) Strada gevonden worden:
als bevattende eene onafge-
broke reeks federt Julius Cezar tot
Keyzer Mathias toe; welke regeerde
, als hy dat werk door de druk-
perie in ’t licht gaf. En hoewel
zeker geleerd fchryver ( 4)vermeent
dat men op de daarin verbeeld-
de penningen geenen den minften
ftaat kan maaken, dewyl veelen dier
bygebragte gedenkftukken zouden
valfch en verdicht zyn, en des
nergens dan in des fchryvers
bfeyn gevonden worden; zoo heeft
echter de Heer Sigebert Haverkamp,
althans Hoogleeraar der
Hooge fchoole te Leyde, my van het
tegendeel verzekerd, mids hem de
verdichtgewaande penningen zoonu
zoodan zyn voorgekomen, en
dat alleen de door hem verkeerd-
gedaane toepaffingen der zelven aan
Vorften, tot welken zy niet behoorden
, dien fchryver deeze berilping
op den hals gehaald hebben. Hoe
ftzy, diergelyke opvolging der Wes-
terfche Keyzeren is door den Heer
Abram ( y ) Bogaart met beter geluk
en toejuyging der dicht- en oud-
heydkundige liefhebberen, in ’t licht
ge-
(3)GeneaIi
Auil. Du-
cum Ar-
chid. Reg.
Imp.infoL
Francof.
1629,
Í4) Jobcii
kenn, dec
Gedcnlcp.
pag. « 5
(5) Room;
fche M onarchy
te
Am ft.n iö
¡Q 8.
( 0 Jac .a
Melle fyl-
loge num.
thalar:
quos Imp.
reges R.
necnon
‘Aichid.
»a.
iul ;runt. Li
gegeeven; zoo om dat veelen der
bygebragte muntverbeeldfelenuyt de
vermaarde penningkafle van haare
Majefteyt Cliriftiria, eertyds Ko-
ninginne van Zweede, zyn getrokken
; als ook wel voornaamelyk om
den verheeven dichtftyl, welke in
de bygeftelde dichtregelen alom
doorftraalt.
Het is dan federt den bovenge-
melden Frederik den I I I dat men
niet alleen zeer gemaklykdendraad
en de opvolging der Duytfche Keyzeren
volgens hunne achtergelaate-
ne Gedenkpenningen kan opmaaken,
even gelyk ( i ) dat de Heer
van Melle door tweeenzeventig
ryksdalers iedert dien V orft tot Keyzer
Leopold, gedaan heeft,welken
zoo door de Keyzers en Roomfche
Koningen, als Aartshertogen uyt
in“4,T5s. den Huyze van Ooftenryk geraunt
zyn, maar zelf van dien tyd tot de
dood van Keyzer Karel den V eene
volkome aaneengefchakelde pcn-
ninghiftori befchryven. Eene tyd-
ftip voorwaar, daarenboven zeer
aanmerkelyk! zoo om haare daarin
gebeurde ftaats- kerk- en krygsge-
Vallen als om de veelheyd van de
daarweder op gemaakte gedenkftukken
; mids der zelver getal het zy
Leg- het zy Gedenkpenningen vry
meer dan duyzend beloopt! zulks
dit den arbeydzaamen en nooit ver-
moeiden Heer Frans van Mieris
reeds zoo zeer aan de geleerde werreld
bekend door zyne in ’t licht
gegeevene zegelen en munten der
Biffchoppen van Uytrecht, federt
eenige jaaren herwaart heeft aange-
zet om, zonder ft ipaaren van
moeite of koften , daar van eene
omftandige penninghiftori, beftaande
in drie ftukken in folio te befchryven.
Waar van nietmin het
voorwerp heerlyk dan de penningen
zelfs, mids zyn konftryk oog om
die in ft koper te brengen, over
5?
de behandeling fteeds het opzigt
gehad heeft, op eene*wyze gefnee-
den zyn, dat men de verbeeldingen
van de daarin gebragte penningen,
zoo zy al geenszins tot beveftiging
der hiftorie dienden , echter als
meefterftukken in de teykcnkunde
uyt hoogachtinge zoude moeten bewaaren.
En dewyl dit uytmuntend
werk ft gene met dc zelfde fchik-
king, de zelfde grootte en met de
zelfde letteren als myne Nederlandfche
Hiftoripenningen ftaat gedrukt
te worden, aldaar eyndigt, daar
het myne zynen aanvang neemt,
ZOO ftaan zy dierhalven gezaame-
lyk ook onder anderen de Hiftori
onzes lands federt den aanvang der
hedendaagfche Hiftoripenningen,
dat is federt de tyden van Willem
den V I , Graaf van Holland tot
den te Uytrecht gemaakten vreede
te bevatten.
Met geenen minderen luyfter en
eene onafgebroke aaneenfchakeling
zou men ook eene penninghiftori,
ftaande de regeering van de Keyzers
Ferdinand den I, Rudolf den I ,
Maximiliaan den I I , Rudolf den
II, Ferdinand den I I , Leopold,
Jozef en Karel den V I können befchryven.
Dan ft gene , als buyten
ons land zynde, daarom aan anderen
wordt overgelaaten: doch
echter in opzigte van de Keyzerlyke
en andere ryksraunten alhier
tot flot aangetekend, dat die door
den Heer C: L: Lucius in twee (2)
ftukken en de Hoogduytfche taale
reeds zyn befcbreeven.
Naa de Keyzerlyke komen de
Franfche Gedenkpenningen het
eerft in opmerking, zoo om dat het
Franfche ryk het oudfte aller overige
Chriftene Vorftendommen is , als
om dat het voornaamelyk ftaande
de regeeringen der laatfte Koningen,
het rykfte in het uytleveren
van zoodaanige gedenkftukken ge-
P weeft
( i) Neu«:
Mimts»
traftat
&c. von
C. L . Lucio
in
Nurnburg
1691. in 4.
tom. II.
Franfche
pennin-
.-■fl
k4|
i