
i
d' l | ' ii '*■“ I
r--
D E N
den kanten kraag , volgens de
drag dier tyden, leeft men op de
voorzyde dit randfchrift:
J A C O B U S , D e i G r a t i a MAGn i e
B R I T A N N I A ! , F R a n c i « E T
H i b b r n i i e R E X , FI .DE I
D E F E N SO R .
J A K O B , DOOR GODS G E N A D E
KO N IN G F A N G RO OT B R I T T
A N J E , F R A N K R T K E N
l E R L A N D ,
S E S C B E R M E R D E S GELOOFS.
En dewyl de drie onder hem vereende
ryken door de zee alom ora-
vangen worden, zoo zyn die door
de Arke van Noach op het water
dryvende zinnebeeidig op de tegenzyde
verbeeld; onder dit byfchrift;
S T E T S A L U S IN UNDI S .
D A T H E T H E T L I N D E WA-
T E R E N B E S TAA.
Welke en hoedaanige penningen
federt deeze vereeniging op de
Schotfche zaaken gemaakt z yn ,
moet niet hier, maar onder de Engelfche
Gedenkftukken gezogt wor-
P E N N I N G K U N D E . I I Deel: I I Hoofdß. 7 7
den , van welken wy hier voor reeds
gewaagd hebben.
Van het Deenfche ryk, wiens Dimfch
Prinlen by de zeftig jaaren in hoe-
daanigheyd van Hertogen over de
byzondere Graaven in het thans genaamde
Holland het hoog gezag,
als aangeftelde Leenmannen der
Ooftfrankifche kroone , eertyds
gevoerd hebben, worden zeer veele
oude geldftukken in de Koninglyke
penningkafle teKoppenhaage
gevonden; wier verbeeldingen en
befchryving men in het uytgegee-
ve ( I ) werk van den Heer Oligeer
Jakobeus kan aantrelfen. ej«ni.
X II XT' * V 1 * C/hrjiti2ns In weike Koninglyke penning- quintj.
fchat ik ecliter geenen ouderenGe-
denkpenning ontmoet , dan van
Koning johan, die de Zoon was
van Chriftiaan den 1, en de naa-
gelaate Weduuwe van Koning
Chriftoffel den I I I , onder wien
zieh alle de Noordlche ryken hadden
vereenigd. Het bovengemelde
gedenkftuk is in ’t jaar veertien-
honderdzesennegentig gemaakt,en
van deeze verbeelding.
Op de voorzyde zit die Vorft met
eene kroon op het hoofd, en den
Ichepter in de rechter hand op zynen
troon; binnen dit randfchrift:
J O H A N N E S , D E I G R A t i a R E X
DANOR vm, J U S S I T ME F IE R
I AN NO 1495.
J O H A N , DOOR GODS G E N A D E
KO N IN G D E R D E E N E N ,
H E E F T G E L A S T MT TE M A A K
E N I N ' T J A A R 1495.
Rondom zyn gekroond wapen-
Ichild, waarmede de tegenzyde beftempeld
i s , leeft men deeze ( 2 j
gewyde Ipreuk tot randfchrift: vc 16.
D E X T E R A D omiN I E X A L T A vi t
ME , D E X T E R A D omiN I F E C
I T V I R T U t em.
DE RECHTER HAND DES HEEREN
HEEFT M r F E R H E F E N ,
D E R E C H T E R H A N D D E S H E E R
E N H E E F T K R A C H T I G E
D A A D E N G E D A A N .
Hoe-
Hoewel zoo van deezen, als de
zeven volgende Koningen , welken
iedert tot Chriftiaan den V toe in
Deenematke de hooge regeering
in handen gehad hebben, in dat
werk daarenboven nog omtrent hon-
derdtachtig gedenkftukken van onderfcheyde
grootte en maaklel gevonden
worden; zoo is het echter
zeker dat my nog zeer veele anderen
zoo in deeze als gene penningkas-
fen onderwyle zyn te voore gekomen,
welken te wenfchen waar,
dat door den eenen of anderen liefhebber
verzameld , volgens den
draad der voorhanden zynde Hiftorien
befchreeven, en tot voortzet-
ting der Hedendaaglche Penningkunde
door de drukperle gemeen
gemaakt wierden.
Van den tegenwoordigen Deen-
fchen Koning , welke in ’t jaar
zestienhonderdnegenenncgentig zynen
Vader Chriftiaan den V opvolgde,
worden, zoo op zyn huuwelyk
en de geboorte van zynen
Zoon en Dochters , als op de andere
aanraerkenswaardigfte gefchie-
deniflen ftaande de Zweedfche oorlog
voorgevallen, in verlcheydene
tyden en plaatfen ook verfcheydene
zeer fierlyken gemaakte penningen
gevonden. Van welken,
mids eenigen der zelven
m ze-
ker ( I ) Hoogduytfch
i*n Ta- (OThef. C U n n tn ic m .
tynlch penningwerk verbeeld zyn ,
ik deezen op zyne krooning ge- «'>■ >i>
maakt tot Hot der Deenfche Ge-
denkpenningen alhier aanhech- Nurnb. in
te. ioi.1710.
Het kopftuk van den Deenfchen
Koning, waarmede de voorzyde
beftempeld i s , ziet men omzoomd
door dit randfchrift ;
F R I D E R I C U S I V , D e i G r a t i a
DAN1 . E , E T N O R W e g i ä ,
V A N d a l o r u m GOTH0RUMQ.GE
R EX .
F R E D E R I K D E I F , DOOR GODS
G E N A D E KO N IN G F A N
D E E N E M A R K E , E N NOOR -
W E E G E , W E N D E N E N
GOTTEN.
Onder den Hebreeuwlchen naam
des H E E R E N , die in een helder-
icheynend licht omhoog op de
tegenzyde gezien wordt, legt de
Koninglyke kroon, ftaf en degen
op eenen vierkanten voetftal, wier
voorzyde tuifchen twee palmtakken
en onder eene kroon de eerfte letteren
van ’s Konings naam dooreengc-
ftrikt voert. Het randfchrift luydt
aldus:
Q UI D E D IT , P R O T E G E T .
D I E Z E G A F Z A L Z E B E -
S CHE RMEN .
T e weeten de kroon, of, om
my beter uyt te drukken, het Ko-
ninglyk vermoogen. Op den voorgrond
leeft men voorts nog:
V D ie
ill
■ Ii,
i 'ill
'■F'
#-r'
-