
■In
f t
ven eene geheel andere wys van ze
te behandelen van nooden; want,
naa zich zoo in alle het gene van
de behandeling der penningen
in T gemeen, als her gene van de
perfoonlyke voorwerpen in het byzonder
gemeld is, naar vereyfch
te hebben geoeffend; dient men
de Hiftorien van dat Land en jaar
te leezen van welken de gemaakte
penningvergadering haar begin
neemt, om naa de bekome kennis-
fe der Staatsgevallen van dat jaar,
ook de penningen in die orde, als
de zaaken achter de anderen zyn
voorgevallen, te fchikken; en boven
den eerften penning h etjaar,
als eene afgebaakte tydftip, te ftellen.
Maar gelyk alle de Hiftorifchryvers
alle de voorgevalle gefchie-
deniffen niet even omftandig hebben
te boek gefteld, zoo moet
men de gefchiedenis van den eerften
penning op nieuws voor oogen
neemen en de verfcheydene
Ichryvers, die dat geval in ’r byzonder
verhaalen,niet alleen naazien
, maar uyt alle de doorzogte
hiftorien, die plaatfen, alwaar her
voorwerp van den penning beft is
befchreeven, op een papiertje aantekenen
en dat onder den penning
leggen: op deezen voet en
den tweeden en de verdere volgende
penningen hebbende afgehan-
deld, dient men tot die van het
tweede jaar over te gaan, boven den
eerften penning wederom hetjaar
gefteld hebbende ieders byzondere
gefchiedenis op de zelfde wys leezen
en aantekenen, en met gelyke orde
tot het eynde zyner hiftorifche
penningvergaderinge voortvaaren.
Onbefchryvelyk is T , welke vrugten
een liefhebber uyt deeze welgeregelde
behandeling zal trekken
; de ftaatsgevallen zullen hem
wonder vaft in T geheugen geprent
blyven: zoo hy zich verledigd om
flechts eene zyner welgefchikte laden
te befchouwen, wier penningen
hy op deezen voet een voor
een heeft afgehandeld. Hoeveel
tyds zal hy met vermaak in die
aanvallige belpiegeling niet können
doorbrengen ? Hier zal hy de
vreugde, by T aangaan der Vorftlyke
huwelyken, zien in top gevoerd;
ftraks weer de werreld
door ’t ontftooke oologsvuur in
eenen vollen vLim gefteld; daar
fteden en veftingen gefticht of verwoeft
; gins weer zeegepalmen in
de aller ftrengfte gevechten zoo te
water als te land behaald: o f ook
het land in den uyterften nood gebragt,
om den byftand des Hemels
verzugten, ’t gene verhoord
eerlang het hoofd opbeurd en eenen
vreede fluyt, die alle menfchlyke
verwachtingen ver voorby-
loopt. Met een woord: hy zal in
een kort begrip dier metaale boek-
ftaaven, het voorwerp van de uyt-
gebreydfte hiftorifchriften be-
Icliouwen; en ziende den wonder-
lyken zamenhang der werreldfche
wiffelvalligheden niet dan te wel
overtuygd worden, hoe alles längs
zoo verfchillende wegen alleen te
zamenloopt, om de verborgenfte
raadsbefluyten van het Albeftierend
Weezen, van eynde tot eynde
naar des zefs enkel welgevallen,
te doen gelukken.
Hier mede zoude ik een eynde
deezer penningkunde maaken, het
en waar ik my verpligt oordeelde
om aan ’t oordeel van den tot
dus ver geduldigen leezer, mids die
nu eenigszins uyt het voorgemelde
de nutbaarheyd der penning-
oeffeninge zal können afmeeten,
het ongegrond gevoelen van zulke
onkundigaars tc ftellen; welken
het vergaderen en het behandelen
der laatere penningen, voor ge-,
heel
P E N N I N G K U N D E . lU D e e l: XVIHoofdft. 389
heel onnut aanzien of, gelyk Vallemont
in zyne hiftorizaal be-
tuygt, dat de laatere penningen
meeß zouden dienen om de penning-
kaffen der ließebberen op tepronken,
en te verßeren. Want wat ook die
anders zeer ervaare fchryver aldaar
ten bewys van deeze ftelling
by brengt als o f de laatere penningen
niet zoo zeer dan de Ouden
tot het uytleggen der Hiftorien
van nooden zouden z y n , kan
zeer lig t worden opgeloft met
Hechts alhier aan te tek en en ; dat
zulb niet uyt de minder waardy der
laatere penningen, maar uyt de
gebreklykheyd der oude Hiftorifchriften
voortvloeit; even g e ly k
dat in T voo rb e rich t van m y ne
Nerde rlandfche pinninghiftori
v r y omftandig reeds is beweezen.
E Y N D E .
Ddd d Druk-
, Sii:
!P'
i
I
w f
- f'“
;ll
il
w
li
M