
iife
I
de benden van Philips denV. 22p.b.
■ penning daarop. 22p.
Saturnus en Janus, waarom deszelvs koppen opde
penningen aan een gepaard. 14. b.
heeft Koning Janus in Italie den geldhan-
del geleerd. 14. b.
Schatkamer waar te Rome geweeft is. 18. a.
Savot deszelvs boek over de muntftoffen. 270. b.
Savoije eertyds een Graaffchap door Keizer Sigif-
mund tot een Hertogdom verheeven. 116. b.
Savoijfchepi«»/»^««. derzelver befchryving. ii6.b.
Saxengotha (Prins van) fneuvelt manmoedig. 204.
a. b.
—- penning daar op wel ontworpe. 204.
Sineezen, beroemen dat bun Koning Houngtins het
eerft geld te munten heeft uytgevonden. 12.
waarom verworpen moet worden, iz. b.
Sobieski ( Johan) tot Poolfch Koning verkoozen.
8p. b.
-— zyn ongemeene dapperheyd, en penning. 8p.h.
'— zyn 4ood. 90. a. b.
“— 2)’« gemaalin en kinderen. 90. b.
Solidus, zeeker geldftuk, 't welk naa Konftantyn
in gehruik geweeft is. 27. b.
Sophia (Charlotte) Koningin van]Pruifte. penning
op deszelvs krooning met àriéUubbele omfchriften
voorzien. 244.
Sophia Dorothea, Koningin van Pruijfe. deszelvs
penning. 253.
Spaanfche gedenkpenningen , waar hun
neemen. 66. b.
• neemen zeer toe. 67. a.
Spanheym, deszelvs gevoelen over
fchimppemingen. 261. b. 263. a.
/,* U. J .
' ’ ’ ÍJ.36. b.
vallen in de Bommelerwaard om Bommel ie
veroveren, doggeftuit. 221. b.
— bouwen een ßerkte op een bygelege eilandje.
221. b.
— eenvoudige penning daar op. 221.
Spanje door de Weftgottifche Koningen ingenomen.
64. b.
Sprccuw, weleer op een fterling gefiempelt. 8. a.
Staar, in de oude Saxifche taalheteekent een Spreeuw.
8. a.
Staaten der Nederlanden, weigeren in het viervoudige
Kamerykfe verbond te treeden. 6j. b.
— zeer zonderlinge penning daar op. 67.
eerfte geldftuk op de naam der Staaten gemmt.
36.
■ —— en by wat geJegenheid 36. a. b.
Staaten van Holland, wanneer deeze tytel door
den Landraad is aangenoomen. 36. b. 37. a.
Verklaaren Koning Philips als Vyand van
het Vaderland. 37. a.
fi— neemen een "
ven. 40. a.
------ deelden jaarlyks goude, zilvere en kopere legpenningen
uit. igi.h. 152,a.b. 173.6.
—-— — trekken het zelve in. 154.a.
■ wiftelen de noodmunten van Leiden weder in.
187.6.
verhoogen het geld met een ftempel daar op te
zelten. 188. a.b.
Staaten van Zeeland verhoogen het geld, met een
merk. i88.b.
7— afbeeldzel van het zelve. 188.
Staatfche Vreedepenúng. afbeeldinge van een zilvere
Staatfche Vreedepenmng,die meer van waarde
is dan een goude. 272.3.
Staaven (kopere en yzere) by de Britten in plaats
van geld gebruikt. 8. a.
Scaafjes (gemerkte zilvere) by die van Perfte voor
geld gebruikt. p. b.
----- dazehs afbeeUzih, en baar waarde. g.n.
Staniflaus Lczczynski tot Koning van Pooie ver-
klaard.pi.h.
enpenningdaar op. 91 .h,
word gekroond.pi.a.
—— zyn Dogter trouwt met den Koning van Vrankryk.
92.^.
— moet mt zyn Ryk vlugten en de Kroon aa»
den voorgaande Koning Auguftus overlaaten. pi
b.
Stedevoogden mogten hunne afbeeldzels op de noodmunten
niet zetten. 184.3. b.
V geen egter de Heer van Surville gedaan heeft.
184. b.
------------ afbeeldzel van deszelvs penning. 184.
Steenkerke. overwinning der Franfchen aldaar.
214.3.
penning daar op. 214.
Saxifch/»«»»/»¿/g {klein) ter sére van Job. Georg.
278.
Saxifche huis heeft het Wefterfche 5 Ryk bezeeten. .4-
Saxifchepenningen,derzelverhefchryving. r22.a.b.*
hofkleeding {oude) op een penning verbeeld.
257.
Schaal. by de Schaal«»Koper erfgoedovertedraa-
genby wie in gehruik geweeft. to. a.
Schaap (Gerard) Afgezant der Staaten na Engeland,
groot liefhebber der Nederlandfche pennin-
J en. 131. a.
u g e r , ( J . ) deszelvs penningwerk noodig te JeerKKKt.
-Rf h.
Schatkamer van Saturnus, waar te Seme re-
weefi is. 18. a. « '
Schatmeefters zie ^seßores.
Scheepen a/ Hoofden een zeker fpel by de Romey-
Schikken der penningen. wys van het fchikken der
penningen. z8l. a. b, 181. a. b.
Schmp of fpotpenningen. derzelver befchryvinge
gefchil of 'er zulke penningen van de Romeynen
zyn gemaakt geworden. z6z. b.
derzelver verfeeijelykbetd. a. b.
welke penningen daar onder hooren. z6S. a.b.
267. a. b.
Schip wameer op de eerfti
ken gemunt is. 17,3.
Schoemaaker (Andries)
geldftukvan
Ne-
734. b. 137, a.
de Nederlandfche penningen in 't
etfen , en zig een handboekje daar
van gemaakt. 280.a.
Schryvers*r onde Sjfferkunß,lyflderzeiven. i ¡8.
a. b. 15p. a. b.
Sebaftiaan Roning van Portugaal fneuvelt in een
'— lof van zyn C 68.
Seleucus Koning vanSyrie heflempeUde penningen
van Antiochus met een anker , en waarom. i86.
a.
Semis een half pond by de Romeynen, en deszelvs
afbeeldfeh 17.
B L A D W
Séneica fchryft de ..... van leeregeld aan de
Lacedemoniers toe. 6.
Servius Tullius, onder wien volgens Pliniushet
eerße koper geld gemunt is. 15. b.
ftag aldaar geleeverl. la i. b.
Sextans een zeeker gewigt by de Romeynen en deszelvs
afbeeldzel. 1 8-
Sicilie en Napels veroverd zynde worden onder de
naam van beiden de Sicilien beheerfcht. 104 b.
■----- worden in het Zwabifche huis gebragt.
104. b.
—— onder de Kroon van Spanje gekome. 107.
b .
Sic/iifche penningen , door wie al uitgegeeven zyn.
104. a.
----- deszelvs oudfte. 104.6.
Sigismund de I. Koningvan Poole, deszelvs penning
oudfte onder die van Poole. 88.
Sikel by de Hebreeuwen zeeker gewooge ftuk metaal
aldus genaamt. 7. b.
Siklos, nederlaag der Turken aldaar. 102. a.
Silvefter {Valerio) word Hertog van Veneetfie.
112 . b.
"■ deszelvs opvolger Alowizius Mocenigo. 112 .
Steenwyk belegen. 188. a.
---- verhoogen hun geld met een merk. 188. b.
----- deszelvs afbeeldzel. 188.
Scempelfnyders {Hollandfche) hun ftond geenzins
tsry opfchriften, die zy wilden, op de penningen
ie beftempelen. 17 1. a. b.
Sterlings {Ponden) waar van daan zoo genaamt.
8. a.
— van wie en wanneer gemaakt. 8. a.
7— al ten tyden vanHendrikde \l.bekend.8o.h.
geldftuk vyf Romeinfch fpon-
Scipendiani en Stipendium waaromzoTgedaàmd:
7. b.-
Stips uncialis een zeeker gewigt by de Romeinen
16. b.
. , deszelvs afbeelding. 18.
Strada OSiavianus. zie OSlavianus.
Scrangw-.iys {Engelfch Kernel) penning op zyn gevangen
neemen en loslaaten wel ontworpe. 102.
String, beleg aldaar opgebrooken, en penning
daar op door de Hungaaren gefiaagen. 101. b.
Stroomgoden moeten op de penningen met hunne
naamen uitgedrukt worden. 248. a. b.
Stuard (Robbert) bekiimt den Schotfchen troon.
74. b.
Sturnus dat is een Spreuw gezegt, heeft wel eer
de naam aan fterling, een zeker wigt, gegeeven.
8. a.
— en waarom. 8. a.
Sulla (L. Kornelius) heeft het lood geld door een
wet verbooden. 6.
Survillc {Heer van) Stedevoogd binnen Doornik
laat een noodmunt met zyn beeldenis, 'twelkniet
gefchiedenmogt, maaken. 184. b.
—— deszelvs afbeeldzel. 184.
— gevoelen daar over, der Hoogefchoole der opfchriften.
185. a. b.
Syfferen eertyds door 'penningen de Jeugd geleert.
178. a.
. afteekening, op wat manier zulks gefchiede
tn uitgelegt. 15p. löo. i6 i. 162. 163. 1Ö4.
165.
— derzelver oorfpronk. 144.3. b.
Syfferletteren {oude en hedendaagfche) der zelver
befchryving. 165. a. b.
die der Egiptenaaren. \66.
— der Chaldeen. 166. 167.
— der Hebreuwen. 167.3,
der Grieken. 168. a.
der Romeynen. 168. a.b. 169.3.6,
— der Runifche volken. 169. b.
fi— der Engelfaxen. 170. a. b.
der oude Nederlanderen. 170. b. 17 1. a. b.
der Oofterfche volken. 174.
Syffertafeltje by de Romeynen'Abacus genaamd,
148. b.
•---- deszelvs afbeelding. 148.
der oude Nederlanders. 179.160. i6r. 162^
165. 164. 167.
Syrifche geldftukken {drie oude) 1 86.
T.
T Aisnieres. Frangoifen aldaar
penningtje daar op met een jaa
fchrift. 277.
Tavernier, deszelvs befchryving der Oofterfche
landen. 174*6.
Taxis neemt Zutphen door overrompeling in, en
flaat een loode noodmunt. i8r.b. 182.
Tcifterbanc {Graaf .van) blyft borg voor Gifelbert.
30. b.
Telmerken der ouden, derzelver befchryving. 147«
a.b. 148.3.6.
Tefnieres. Franfchen aldaar geflaagen, en penning
daarop. 241.
Thaskalaanen een talryk volk op de vafte kuft van
Amerika. 3.
■ ■ - haar geld. 3.
Tenfelius, deszelvs aanmerking op zekere Hunb.
sing der Saxifche penningen. 124.
TherezaKuningonda,
van Beyere, Dochter van den Kor
le. 90. b.
Thcfeus, wmmer U Athenen geld gemunt heeft.
13. b. ■'
Tjberius^««// Tisanes den Hairhand tot een te-
. ken van Kontnglyke waardigbeid. 1 87. a.
T i e n d e n door Alva in de Nederlanden ingevoert.
36. a.
Tigranes ontfangt den hairband van Tiberius toi
een teken van Koninglyke waardigbeid. 187 a
Timotheus Krygsbevelhebber der Athenienfere¥ze-
hrmkt, door mod, zekere ftukken met zyn zezel
gemerkt voor geld. 176.3.
Tin geJd by die van Malakka voor de aankomßder
Portugeezen altyd gebruikt. 7,
— ^Id van vier Attifche drachmaas onder Dio-
nyfius gemunt. 7.
Tirididates ontfangt den hairband van Nero toi
een teken vrn Koninglyke waardigbeid. 185.3.
Titus Vefpafiaan draagt op het feeft van Apis een
hairband. 187.3.
Tombut een Koningryk, waar in zekere mojfel-
fchulpen voor geld gangbaar zyn. 4.
Toskaanfche penningen , derzelver befchryving.
1 1 5 . a.
Toverpenningen , derzelver verfcheide naamen
onder verfcheide Volkeren. 1 37. a.
—— wie delve hei eerß fchynen uitgevonden te hib-
hen. 1 37. b.
verfcheide afleeldzels derzeiven. 139. 140,-
141.14 2.14 5.
a fetvu.» I