
Il '
1I .5 ^
l i ; H E D E N D A A G S C H E
P ENNINGKUNDE :
D E S T W E E D E N D E E L S
: /' ■ í|.r
E E R S T E H O O F D S T U K .
(i) Hand,
der Apcit.
iap.XVII, Yl.ip.
(i) J.Smits
icheeps-
togt naar
Nieuw-
Engd.pjg.
2S.
(3)J.d'A-
colta Be-
fchryv.
van den
aard der
Amerik.
Püg- I lä ,
|E eerfte menfch, den on-
ftervelyken God uyt
hoogmoed willende gelyk
zyn , is , volgens
wel verdiende ftraffe, ftraks fterve-
lyk geworden ; doch liet niet naa
van (i) Gods geflacht te zyn , en
des in zieh eene ingeboore neyging
te ontmoeten om, zoo veel hem
moogelyk waar , tot de voorheen
bezete waardigheyd weder op te
ftygen en in zieh de verloore onftervelykheyd
, door ’t verkrygen
van eenen onftervelyken naam ,
eeniger maate te herftellcn. Deeze
neyging is zoo algemeen, dat men
zelf by de onbefcliaafdfte volken
daar van de uytwerkfelen gewaar
wordt. Dus leeft (t) men hoe by
de Inwooners van Nieuw-Engeland,
welken geene de minfte kennifle der
letteren hadden, en des buyten ftaat
waaren om de merkwaardige voorvallen
by gefchrift den naakomelingen
achter te laaten , ter plaatfe,
alwaar eene zeldzaame veldflag was
voorgevallen , eene zeer groote
kuyl groeven, om den voorbygan-
geren door zoo onbefcliaafd gedenk-
teken, den roem hunner voorouderen
, in dat gevecht behaald, :e her-
inneren. Op de zelfde wys hadden
de inwooners van Peru hunne (3)
^ ip o s , zynde een zaamenweef-
fcl van veelkkurige katoene fnoeren
, wier ftrikken , knoopen en
vlegtingen , hen voor letrcren
verftrekten , en waardoor zy de
gefchiedenifl'en des lands , hunne
wetten en plegtigheden als te boek
ftelden en den naakomelingen ach-
terlieten. By de befchaafdere volken
nogthans is ditop eene befchaafder
wyze gefchied; en wat de oude
Grieken en Romeynen aanbelangt,
hoewel zy niet wiften ooit de onftervelykheyd
bezeeten , veelrain
op wat wyze verlooren te. hebben ,
ZOO zyn nogthans tot het bekomen
van eenen onftervelyken naam door
hen ZOO veele prächtige gebouwen
gefticht; ZOO veele wydluchtige op-
ichriften alom gefteld ; zoo veele
praalgevaarten , zeegetekens en
tronkbeelden opgerecht, ja eynde-
yk ook ZOO veele gedenkpenningen
gemunt geworden. De alver-
nielende tyd nogthans heeft over
meeft alle die eerfte voorwerpen ge-
zeegepraald, de woede des oorlogs
heeft het grootfte gedeelte gefloopt,
met de volken zyn hunne gedenk-
tekenen vernield geworden, en dus
is de daaraan bevoole gehcugenis,
welke men als eeuwigduurend waan-
de, te gelyk met den val dier gebouwen
uyt de gedachten der naakomelingen
gewift geworden. De
gedenkpenningen nogthans zyn
onder die te grond geworpene ge-
vaar-
(i) Cirol.
Patin. hilE
numifm.
pag. 180.
(zjBandurii
Impp.
Rom.
iiuinifm.
Acceific
Bibliotli.
numifm.
infoi.
Parif.1718
II voll.
(3)Hi ftor.
numi fm.
in u .
(4Ì Keimis
der gedenkp.
in 8. Ley-
d e i7 i8 .
(5) Spznh.
de ufii &
prseft.
num.
Amft.1717
infoi.
(6) Jobert
KennifTe
der gedenkp.
Paá-3-
vaarten , niet min de fchenzieke
handen der eerfte plonderaars dan
de fmeltkroezen der laatere gieri-
gaarts ontdooken. Dus is ’ c dan
door deezen, dat de oudheyd haare
geheugenis heeft ftaande gehouden
en den lof van de daarop ver-
beeldde beiden en heldendaaden aan
de onftervelykheyd toegeweyd. Het
is echter niet voor ( i ) de zes-
en zeventiende eeuwe dat men die
zoolang verfchoole gedenkftukken
heeft beginnen te vergaderen en ,
mids de Ouden het zelfs niet gedaan
hebben , met zoo groote drift
over de zelven te fchryven ; dat
men, om alle de fchryvers en hunne
daarover in ’ t licht gegeevene
werken te können kennen , goed-
gedacht heeft een geheel boek (2)
zynde eene lyft van hunne naamen
en penningwerken door de drukper-
fe den liefhebberen mede te deelen.
Om van deeze oude gedenk-
ftukken, wier Griekfche ia koninglyke
en ftedepenningen , eu de
Romeynfche in Burgemeefter- en
Keyzerlyke verdeeld worden , de
noodige voorafgaande kennis te bekomen
, hebben ons de Heer Karel
(3) Patin, de Jefiiit (4) Jobert en
andere afgerechte fchryvers ( 5 )
zeer geleerde inleydingen, naar ge-
noegen opgefteld , en inverfchey-
dene taalen en grootte aclltergelaa-
ten.A
lle de penningen worden in ouden,\
a òàcvan de mtddeleeuwe, en
hedendaagfche verdeeld.
Wat dcDuden aanbelangt, door die
verftaat men alle de zoodaanigen,
welken voor de derde of negende
eeuwe naa Chriftus geboorte gemunt
zyn , zynde deeze verfchillende tyd-
ftippen, naar den verfchillenden
fmaak der liefhebberen, daar byge-
zet,mids (ó) eenigen de oude penningen
doen eyudigeu naa Keyzer Gallienus
, anderen weder met Konftantyn
den Grooten, en eyndelyk
ook anderen met Auguftus byge-
naamd Auguftulus , mids ftaande
zyne flappe regeering het Wefter-
fche Keyzerryk vernietigd wierdt.
Door die der mtddeleeuwe verftaan
de liefhebberen alle de penningen ;
welken voor omtrent driehonderd
jaaren tot de hierbovengemelde
tydftippen door deGotten, Hunnen ,
Wenc ien , Franken en andere volken
zyn geflaagen. Wier plomp en
onbefchaafd maakfel de barbaarfch-
lieyd dier eeuwen genoeg te kennen
geeft, zulks zy niet bevatten , ’t gene
bet oog kan verlufligen, en daarom
weynig geacht en flechts alleen
vergaderd worden om de opvolging
der Vorften van die tyden te können
opmaaken.
üy t deeze twee voorgaande be-
fchryvingen vo lgt, dat de zulken
hedendaagfche genaamd worden ,
welken federd omtrent driehonderd
jaaren herwaart doorde onderfcheydene
volken van Europa , en de
zelfde ingefchaape neyging, naar
’ t voorbeeld der Ouden gemaakt
zyn om den lo f hunner beiden zoo
van wapenen als letteren te vereeu-
wigen, en de dierbaare geheugenis
van de wonderwaardigfte ftaatsge-
vallen huns lands op eene zoo aangenaame
wyze voor de naakomelingen
te bewaaren.
Hoe wel het munten der oude
penningen een teken van de hoogfte
oppermagt was, en diensvolgens
dat dit door de Keyzcren ,
Vorften, ep door de fteden onder
opzigt dier hooge overigheyd alleen
is verricht geworden, zoo is ’t in
tegendeel zeker dat de hedendaagfche
penningen wel meeft door de
byzondere konftenaars gemaakt
worden, en waarom de liefhebbers
der Oude penningen veeltyds geene,
N 2 of
'
■Llll,
H il
' „l
if