
( i ) 7 ic-t
voorbericht
der
Neclerl.
Hiihorrp.
▼crfo.
geringe achtinge voor de
hoewel ten onrecht, heb- ¡
of zeer
zelven ,
ben. Want Gedenkftukken ten minfte geen
minder geloof dan aan de byzondere
men kan aan
deeze!
( i ) Hiftorifchryvers, welken ten
tyde der voorgevallene zaaken geleefd
en gefchreeven hebben, toe-
ftaan. Onder welken , zoo men
geenen moeft gelooven , dan die
op laft der Hooge Overigheyd gefchreeven
hebben , zeer weynigen
zouden worden gevonden, en gevonden
zynde nog weyniger in alles
geloofd worden ; dewyl deeze
hooffche’Papagaijen veeltyds niet
meet hebben geklapt , dat is gefchreeven
, dan het gene hunne
meefters hen geleerd en gewild hadden,
dat van het gemeen zoude ge-
weeten worden.
Doch wat hier van zy, dewyl de
hedendaagfche Hiftoripenningen tot
drie ganfch verfchillende eynden
gemaakt zyn, zoo worden zy ook
door de kenners, volgens den aardt
van ieder , in Gedenk- Tover- en
Legpenn'mgen verdeeld.
De eerften worden Gedenkpenningen
genaamd om dat zy alleen ter
gedaehtenis van eene befaamde
zaak , of ook tot onftervelyken
lof van eenige doorluchtige perfoonen
en tot geen ander oogmerk of
gebruyk gemaakt zyn. Het is dan
op deeze foort van penningen dat
men ziet de zoonu zoodan voorgevallene
zee- en veldilagen, de on-
dernome belegeringen , de intree-
den, de krooningen, de inhuldin-
gen ,de lykftaatfien,dehuuwelyken
en getroffene verbonden der Vorften
; veele Mannen beroemd zoo
om hunne geleerdheyd als krygs-
deugd, gelyk ook verfcheydene
Vrouwen der byzondere doorluchtige
ftamhuyzen, veele amptenaaren
zoo in de Kerk als den Staat, midsgaders
de onderfcheydene kerkdien-
ftcn, ridderordren , ftichtingen van
kerken , paleyzen en andere zwaar-
lyvige gebouwen, veelerhande plegtigheden
en, met een woord , alles
afgebeeld, ’t gene zoo wel tot den
Staat als den Godsdienft zyne betrekking
heeft.
Maar gelyk deeze onderfcheydene
Gedenkpenningen door verfcheydene
Vorften en Volken gemaakt zyn,
ZOO worden z y , naar de zelven,
ook in verfcheydene foorten ; dat is,
in die der Oofterfche en Duytfche
Keyzeren, gelyk ook in die der
Koningen van Vrankryk, Spanje,
Portugaal, Engeland, Schotland,
Deenematke, Zweede, Muskovie,
Poolen, Boheeme, Hungarie, Ñapéis,
Sicilie enz: midsgaders in die
der mindere Vorften, Vryeftaaten,
Vorftendommen, edele ftamhuyzen
, en beroemde mannen en vrouwen
verdeeld.
Van de Oofterfche Keyzers, als Ooßtr-
zynde de oudften in den rang, dient
men te beginnen. De Jefuit Jobert,
hebbende gemeld hoe door de vlyt
van Niklaas de Florentyner en de
fchilder Pifanus en Boldux eenige
gedenkpenningen met eene zeer
ftaaije tekening ( 1 ) en eene vry
aanmerkelyke verhevenheyd, naa
een verloop van veertienhonderd
jaaren, eyndelyk in het begin der
vyftiende eeuw weer te voorfchyn
kwamen, getuygt eenen penning
van den Griekfchen Keyzer Johan
den V I I I , Paleologus gebynaamd,
door den eerftgemelden fchilder in
’t jaar veertienhonderdnegenender-
tig gemaakt,in der liefhebberen ver-
zamelkafleu ontdekt te hebben , en
welke,buyten twyfel,dees volgende is.
Op
pp
»g- 43.
Op Wiens voorzyde rondora zyne
beeldenis, die met eene hooge
muts, volgens de dragt dier tyden,
verfierd is , men dit Griekfch randfchrift
gefteld vindt:
JßANHC bACIAEYC KAI ATTOKrATßf
POMAlßN O nAAAIOAOroC.
J O H A N P A L EOLOG US , KO N IN G
EN O P P E R H E E R S C H E R D E R
RO M E I N E N .
De tegenzyde verbeeldt hem
naaft een fpits gebergte voor een
opgerecht kruys met zamengevou-
wene handen te paard, midsgaders
aan zyne flinker zyde met eene
boog en aan zyne rechter zyde met
eene pylkoker voorzien, onder dit
Latynfch randfchrift, ’t gene qp
den voorgrond nog eens in
’t Griekfch gefteld is:
OPU S P I S A N I P IC TOR I S .
K O N S fW E R K V AN D E N P I-
Z A A N S C H E N SCHI L DER
.
Dan dewyl Konftantinopolen
hoofdftad des Oofterfchen ryks den
(i)Heirs
hift.de
l'Emp.
tom.L negenentwintigften ( i) van Bloei-
maand des jaars veertienhonderd'“
drieenvyftig, met omkominge van
deezes Keyzers Broeder en opvol-
ger,nevens des zelfs geheel geflacht,
door Mahomet den 11 federt is in-
genomen,en dus te gelyk het Oofterfche
Keyzerryk uytgerooid, zulks
het gebied der Chriftene Vorften
aldus in die geweften voor altyd een
eynde nam, zoo zoude het te ver-
geeffch zyn, federt veele Oofterfche
penningen van den hedendaagfchen
trand te willen vergaderen:
dewyl men van de Türken, welken
volgens hunne wet niet alleen
alle gelykeniffen en beeiden van
menfchen haaten en verbreyzelen,
maar ook alle geleerdheyd en konften
uytrooijenen verbannen,geene
zoodaanige gedenkftukken te wachten
heeft.
Ik weet nogthans wel dat men
( i ) in Lukkius ’er nog een ftuk twee
o f drie verbeeld vindt, doch die ä'^'Ar”
oordeel ik om de bovengemelde re- smeifac,
de geenszins door de konfthaaten-
de Türken, maar door de Chrifte-
nen op laateren tyd eerft gemaakt
te zyn.
O Wat
WS>li<Jgc
numifm.
i.
i 1
i; d!
I
1
’ ''li
'■ 1
"n
{*
' iuk
( '
'•|l