
H E D E N D A A G S C H E
k
Ir
Iht
m
|w.
'V
tot het maaken van eeneafwending
tegen hem waaren opgetrokken,niet
alleen geluklyk afweerde, maar eyndelyk
‘tc Rynsburg zoodaanig ver-
ilocg, dat hyze beyden ziehender
daanig maakte, zoo hebben ook
zyne naavolgeren , zoo door het
in bezit neemen der Merwe als het
ten ondeibrengen der Graaffchappen
van Maasland, Vlaardinge en
Bodegraave hun gebied, zoo ten
naadeele der Uytrechtfche kerke
als van het ryk, wel zeer merklyk
vergroot, doch daardoor te gelyk
tot vierwerf den Keyzerlyken ban
op zieh gehaald, en dit het bekomen
van gelyke muntrecht vrylang
verhinderd.
Dan als dit gefchil eerft door de
bemiddeling van den Luykfchen Biffchop
Wolbodo by het verdrag te
Tulpe, en daarnaa door her Ynel-
mondifche verbond ten voordeele
van Graaf Dirk den IV uyt den
Gentichen ftam beflecht was, zulks
hy door ’t behouden van alle
die landen, welke het oude Hol-
landfche Hertogdom hadden uytge-
maakt, dat vernietigd had, en hy
des ook de eerfte was, welke zieh
Graaf der Hollanderen noemde,zoo
hebben zyne naakomelingen meerder
gelegenheyd gehad om hun hof
by de Keyzers te maaken , zulks
men hen nu niet meer tegen, maar
voor de zelven de wapenen heeft zien
voeren. Aldus raakte eyndelyk
Florents de I I I , Graaf van Holland,
in zeer blaakende gunft by
Keyzer Frederik den I , die om zyne
roffe baard Barbarofle geby naamd
wierdt: mids Florents des zelfs belangen
in eenen tyd, als veele Duytfche
Prinfen dien lafhartig om het
tegen hem gevelde Pauslyke ban-
vonnis verbeten, onbeweeglyk bleef
aankleeven, ja den zelven in den
Italiaanfchen oorlog niet alleen ver-
zelde, maar in hoedaanigheyd van
Prim des ryks zieh in ’t jaar elf-
honderdzevenenzeventig onder cede
tot borg van den pays ftelde,
welke , door dien Keyzer den eerften
van Oogftmaand met Paus A-
lexanderden 111 gemaakt was. Invoege
’er geene redenen gevonden
worden, waarora men den fchryvc-
ren geloof zou weygeren, welken
getuygen dat hy door dien Keyzer
niet alleen met den Keyzerlyken toi
te Geervliet , maar zelf nog met
het recht van eyge geld te flaan,
zoude zyn begiftigd; te meer dewyl
wy van deezen Graaf, en geenszins
van iemand zyner voorgange-
ren, nog dit eerfte geldftuk bezitten.
Zyne beeldenis, waarvan het
hoofd met eene gemaailide muts
gedekt is, ftaat op de voorzyde,
even gelyk daarrondom in den rand
zyn naam
F L O R E N S.
Op de tegenzyde is een kruys gefteld,
’t gene, federt Konftantyn
eerften Chriften Keyzer, door alle
Chriftene Vorften in hunne ftandaarden
, ondertekeningen , doch
wel byzonderiyk op het geld is gefteld
geworden ; op dat het, als
van ieder werdende geeerd en als
iet heyligs (dat is onfchendbaar)
aangezien , diensvolgens ook het
;eld, ’ t gene dit heylig merkte-
cen Voerde , voor alle geldfchen-
nis zoude befchutten. Hoe ’t zy,
gegelyk
de naakomelingfchap van
Graaf Arnond den I door ’t bekomen
der overige landen van het
Hertogdom Holland, die waardig-
hcyd wel vernietigd, en des, als
zieh zelf geene Hertogen könnende
maaken, flechts in ’t eerfte den eenvoudigen
tytel van Graaven der
Hollanderen aangenomen hebben,
ZOO ftaat ook eenvoudig op de tegenzyde
:
H O L L A N T.
Zeer aanmerkelyk is dit geldftuk
van zdver te zyn : het zy het munten
van goude geldftukken aan Graaf
Florents door dien Keyzer nog niet
vergund was, het zy dat edelfte
metaal by de Hollanderen nog weynig
in gebruyk was, ter oorzaake
van den kleynen koophandel, welke
omtrent dien tyd aldaar bloeide,
en geenen grooten overvloed van
zilver,veelmin van goud aan des zelfs
inwoonners zal verfchaft hebben.
Mids zelf het zilver niet dan zeer
weyning längs den Rynkant, of
ook wel te Aartfchot in Brabant
wierdt gevonden. Ja daar zyn ’er
welken voor vaft ftaande houden dat
Vrouw Margriet van Henegouwe de
eerfte zoude geweeft zyn, welke
goud geld zoude gemunt hebben,
waartoe haar groot huuwelyk , als
zynde met Keyzer Lodewyk gc-
trouwd, of wel haars gemaals ver-
gunning, ’t gene ik liever geloof,
aanleyding zal gegeeven hebben, te
weeten, naa zy door den zelven by
’t openvallen van het Hollandfch
leen, daarmede verleyd was,- gelyk
zy zulks zelve in haare nog (i)
voorhanden zynde handvefte ge-
tuygt.
Wat hier van z y , dit is zeker
dat het geldmunten alhier federt
door alle de opvolgende ( i) Graaven,
en (zoomen Ada uytzondert)
ook Gravinnen van Holland tot
Philips den I I I is achtervolgd;
welke de Zoon was van Keyzer
Karel den V , en van wien ik in zynen
opzigte ter beveftiginge dit geldftuk
alhier inlafte.
(I) Te
München
in dato
den 5 Jan.'
1349.
(z) K. van
Alkcmade
munt der
Graav.van
Holland.
-T.
Onder eene Koninglyke kroon
ziet men op de eene zyde het Bour-
gonjesvuurftaal, kruys en Guldenvlies
verbeeld, even als de rand
orazoomd door deezen tytel
P H i l i p p u S , d e i G R a t i a H I S P a -
MJARUM, A N G L I 4 E z. R E X ,
C O M E S H O L l a n d i ä .
P H I L I P S DOOR GODS G E N A D E
K O N IN G K AN S P A N J E , E N G
E L A N D E N Z : G R A A F
F A N HOL L AND.
Uyt welken tytel, niet tegenftaande
dit geldftuk geen jaartal voert,
men voor vaft befluyren mag,dat
het tuflchen het jaar vyftieiihon-
derdzes-en (3) vyftienhonderdacht-
envyftig is geflaagen, mids Philips
ftaande die tyd alleen Koninw van
Spanje en Engeland te gelyk geweeft
is.
Tuflchen twee P , de eerfte letter
van’s Vorften naam, ziet men
op de tegenzyde zyn gekroond wa-
I a pen-
(jiNcilctl.
Hiftorip.
I dccl fol.
y c n iu .
i" '