
( I ) Le Cabinet
de
Sainte Genevieve
fol. 25.
naa de twaalfde eeuwe daarin gefneeden
zyn, want wat de Vader
Molinet daar ook op aantekent als-
of(i) de Romeynen , ftaande het
laage Keyzerryk, zich van de
zelven zouden bediend hebben, is
ligter onderfteld dan beweezen.
En hoewel ons de oude Spaanfche
of Punifche taal onbekend, ja
het A B C dier volken althans gehecl
verlooren en teniet gegaan
i s , zoo kan men nogthans op hunne
overgebleevene penningen,
ten bewys van de hierboven gedaane
grondftelling, onder de
letteren hunner onverftaanbaarfte
om- en opfchriften die alle mid-
dagklaar aantoonen. En om den
leezer nief lang op te houden zie M o o g.'
deezen (1) penning.
Welke ter eere van Csfar gemaakt
is en daarom op de eene
zyde zyn gelaurierd kopftuk en
wiggelftaf, en op de andere zyde
eenen Elefant voert,ter oorzaake
dat in den tweeden Punifchen
oorlog een Elefant, van de Afrikaa-
nen Ciefar genaamd, van Sextus
Julius eenen van Julius Cafars
voorvaders , zoude gedood zyn.
Doch wat daarvan zy , het is
ons genoeg alhier aan te tekenen
dat de drie laatfte letteren van het
Punifch opfchrift, ’t gene boven
den verbeelden Elefant gefteld is ,
onze hedendaagfche Syfferletters 9.
7 en 5 zyn, even gelyk de tweede,
derde en vierde letter van het
op den voorgrond geftelde opfchrift
onze 8 , 7 en 9 is. En
welke getallen men onder de Punifche
A B C letters op oneyndige
andere penningen, door de
zelve volken gemunt, zeer duyde-
lyk gefteld vindt.
Dus zal iemand, by voorbeeld,
de moeite neemende van het (i)
deftige werk van den Geleerden
Spanheim open te flaan daarin
ftraks deezen penning
(3)Differt.
1 1 1 ! deufu
8c præft.
num. pag.
ontmoeten, welke op de eene zyde
een kopftuk, en op de tegenzyde
eenen knielenden boogfchutter
voert , doch met een byfchrift
deeze getalletteren 1979 zoo klaar
uytdrukkende, dat iemand, vande
oudheyd des pennings onbe-
wuft, die letteren voor het getal
V an negentienhonderdnegenenze-
ventig zoude aanzien.
Zoo vindt men ook op deezen
(4) penning van Koning Juba, 174. ™
gelyk
gclyk het Latynfch randfchrift der
voorzyde te kennen geeft, naaft
eenen tempel o f prächtig Vorftlyk
h of in het daarnaaft geftelde Punifch
opfchrift deeze drie Syfferletters
1 , o , en r.
Invoege ons nu maar overblyft
de 3. en 4 te moeten aantoonen;
want wat de 6 belangt, dit is maar
eene omgekeerde 9.
Eer ik hiervan eenen aanvang
maake, zoo gelieve de Leezer aan
te merken dat men in den beginne,
te weeten als de Punifche
A B C letters eerft voor Syfferletters
in Europa zyn gebruykt geworden,
geenszins de vier dusdaanig
4 , maar op deeze wys j";
^ uyt drukte , als blykt uyt g - '- g
dit (U SS.pcqnrf.
geldftuk, ’ t gene in ’t jaar veer-
tienhonderdachtenzeventig ftaande
de regeering van Vrouwe Maria
vau Bourgonje gemunt is. Het
welk myne ftelling van dat de Hedendaagfche
Syffermerken Punifche
A B C letters zyn, te meer
beveftigd, dewyl het is op de oude
en niet de hedendaagfche wyze,
dat men de getalletter vier onder de
Punifche A B C letteren verbeeld
vindt, Als blykt uyt deezen penning.
Welke ons door den meerge-
dciMc-”” meiden Jobert (z) onder zyne ver-
^^elde penningen is medegedeeld
en achtergelaaten, mids deeze
de eerfte letter van het opfchrift
is , ’t gene men op de rugzyde onder
den verbeeldden ruyter gefteld
vindt. Wat nu dc3 eyndelyk aanbelangt
,van die ons nog ontbree-
kende letter zal ik naamaals met
meerder vrugt en orde gewaagen
..........................
Voorts wordt dit gevoelen, dat
naamelyk onze hedendaagfche
fyffermerken oude Spaanfche o f
Punifche A B C letteren zyn, Zeer
wel beveftigd, door’t gene de Je- (¡) Rtfp.
fuit Papenbroek (3) in zyne ge- S a i c
leerde fchriften aantekent, hoe,
naamelyk Alfonfus de X Koning
X X van
:j r