
¡i f e
(i)M.Ma-
hudei ciif-
fert. hilh
fui- les
Monu. antiq.
d’E f
pagn. pag.
7.
kcn de voorgemelde lighaamen
onder de fchorfe van wel uytge-
dachte zinnebeeiden op de voorzyde
der penningen te vertoonen,
en deeze is de derde foorte der
voorzyden, van welken ons alsnog
overig was te melden : te
meer, mids het gebruyk daar van
zeer oud is , en niet zonder rede:
want de Grieken zyn (i) de eerften
geweeft, welken op hunne geldftukken,
hun land, fteden cn
ftroomen, onder de zinnebeeide-
lyke verbeeldfelen van de aldaar
aangebedene Godheden vertoond
hebben, waarin zy door de Romeynen
niet alleen naagevolgd,
maar in die te vermeenigvuldigen
zelfs overtroffen zyn. Aldus
hebben zy op eene zinnebeeidige
wys de ftad Rome op deezen pen-
'ning
'PS;
Moog.
pag. i i8 .
(3 ) Spanh.
deufu &
n um. diíT.
III. fol. *49.
als eene gehelmde vrou verbeeld,
welke gezeten op eenen ftapel wapenen
met haaren flinkeren arm
op een fchild ruft, en in de
rechter hand een ipeer voert, boven
den eenvoudigen naam der ftad
ROME .
die op den voorgrond gefteld is.
Aldus zyn ook door hen voor het
Joodfche (1) land eenen Palm-
boom ; voor Egypte , (3) eene
Krokodil; voor de Patters eene
hooge met punten bezette
Muts, welke die volken geheel
eyge was, en dus ook voor andere
landen, fteden, ftroomen en volken
andere afbeeldfels op hunne
penningen zinnebeeidig gefteld.
En van alle welken op eene zinnebeeldige
wys verbeelde landfchappen,
fteden,en ftroomen Oudaan
in zyne derde famenipraak omftandig
handelt. En hoewel wy Chriftenen
die voorheen aangebedene
Godheden niet wel alom gevoeg-
lyk können invoeren, zoo is
“t echter dat men met behulp van
de hedendaagfche wapenfchilden,
en de overige zinnebeeiden by de
Romeynen gebruykt, genoegiaam
alles, ’t gene men wil, kan verbeelden.
En ’ t gene ook door
wel erva.are penningmaakers bereyds
is naagevolgd, als uyt deezen
kan worden afgemeeten, welke nu
onlangs te Amfterdam door den
Penningmaaker Maarten Holtzhey
gemaakt is.
Want op de eene zyde is het, -Vereenigd Nederland zinnebeeldig
dig in de gedaante eener vrouwe
verbeeld, welke aan den boord
der zee gezeeten in haare flinker
hand den hoed der vryheyd
op eene fpeer voert en met de
ander op een fchild ruft, in’t welk
de Leeuw der Vereenigde Geweften
gefteld is , en dus betekent
op eene zinnebeeidige wys, volgens
het bovengeftelde randichrift
;
h e t V E R E ENIGD N ED E R LAND.
B E L G IU M F O E D E R A T U M .
Met hoe groote konft de opge-
2 1 7
fterapelde kop- en borftftukken
ook zyn ontworpen, zulks in dien
tyd de daarop verbeelde perfoonen
uyt de ftiptlyk naagevolgde trekken
van ’t weezen, ftraks kennelyk
waaren , zoo hebben nogthans
de penningkundige Romeynen
goed gedacht in den rand
fteeds een omfchrift te ftellen, het
gene den naam, de waardigheyd en
bezeetene eertytelen van den op
den penning verbeelden perfoon,
o f de zinnebeeidige verbeelding
eener maatfchappye, als op deezen
van Keyzer Vefpafiaan, uytdrukte.
Want hoewel Vefpafiaans weezen
, door zyne holle oogen, ke-
velachtigc kin, en gefronfte kaa-
ken gelyk aan iemand, die met
COSueton. moeite zyn ( i ) gevoeg doet,
o'XX zoodaanig kennelyk was,
- dat eenigen deeze twee dichtregels
van Martialis aan Febus op hem
hebben toegepaft;
U t e r e la r iu c is & m o llib u s u te r e m a lv i s ;
N u m f a c iem d u rum , P h o e b e ! c a c an t is
habes.
Gebruyk latou en zagte kaasjesblaén.
Zoo mag V, o Fcbe, in V eynä' u eens geluk-
kenl
¡Vmt uw geftel dat dunkt my flaag te
ßaan
Als of gy V hard had om het uyt te drukken.
ZOO hebben echter de afgerechte
Romeynen goedgedacht daar rondom
in den rand deezen tytel, op
dat hy naamaals kennelyk zoude
zyn, te ftellen;
IMPERATOR C A E S A R V E S P a s ia .
NUS A U G u s t u s ,
C O n S u l V , C E N S OE, Pa t e r
P a T R I ¿E.
KE T Z E R C E Z A R V E S P A S IA AN
AUGUSTUS ,
DE VTFDEMAAL BURGEME E .
ST ER, TUCHTMEESTER ,
V ADE R DE S VADERLANDS .
En niet zondqf rede,- Want gelyk
het voornaamfte doelwit van
eenen penning is de geheugenis
van den opgeftempelden perfoon
te vereeuwigen, ’-tgene alleen door
de omtrekken yafiFt weezen niet
zou können gefchieden, doordien
die den naakomeiinge'ri zullen onbekend
zyn, zoo dient men door
een klaar en duydelyk in den rand
gefteld omfchrift, dat gebrek tc
voorkomen. Dierhalven is het
weezenlyke van het randfchrift der
voorzyde dat het geheel verftaafi-
baar den daarop verbeelden per-
^ i i foon 2