
Henrik, ’t gene in ’t jaar negen-
honderdzesendertig voorviel, en als
zyn oudfte Zoon Otto zynen vader
in ’t volle ryksbeftier opvolg-
de, poogde federt, de beveftigde
Hertog Gilbert, met Iiulpe van;
Dirk Graaf in Holland, des zelfsj
Oom, Walger Graaf van Teyfter-i
bant en andere voornaarae LotteringfcheVazalen,
uyt krachte van bet
voorlieen te Bon gemaakte vreedes-
verbond , als voor ’t welke Walger
zelf en Graaf Dirks Vader borgen
gebleeven waaren , dat Hertogdom
weder onder Lodewyk Zoon van den
voorheen gevangen gezetten, en
thans overleeden Karel den Eenvoudigen,
alsjegenwoordig Koning
van Vrankryk, te brengen. Invoege
men tot dat eynde eenen zeer
hevigen oorlog nietalleen zag aan-
vangen, maar door dien ingeroe-
pen Franfchen Koning zelf eenige
geldftukken zoo te Marfal, Keulen
en eenige andere Lotteringfche fte-
den , ftaande die opftand, munten.
Maar Gilbert, Walger en de
meeften hunner aanhangeren omtrent
Andernach aan den Ryn federt
zynde omgekomen, Teysier-
bant gtvolgelyk bcdorven en meest
alle de andere afgevallene landen
niet minder verwoeft dan totgehoor-
zaamlieyd gebragt zynde, is het Hertogdom
Lotteringe volgens den in-
houd van den daarop gevolgden vreede,
welke door de bemiddeling van
den Hertog van Normandie, aan den
ftroom de Oife in ’t jaar ncgenhon-
derdtweeenveertig gemaakt wierdt,
door den Frahlchen Koning aan
Keyzer Otto voor eeuwig afgeftaan.
Welke gevolglyk den hem trouw
gebleeven Baldcrik Biffchop van
Uytrecht, uyt erkentenis dat hy
zynen leermeefter geweeft had, met
verfcheydene aangeflaagene goederen
van den omgekomen Graaf Walger
en de andere voorgemelde af-
valligen befchonk, naa hy hem vyf
jaaren te voore het recht gegeeven
had om eyge geld te ftaan. Zulks
uyt krachte dier Keyzerlyke vergun-
ninge van deezes Bilfchops tweeden
opvolger dit geldftuk nog gevonden
wordt.
t.
Zyne beeldenis ftaat met den
Biflchoplyken ftaf, doch zonder ray-
ter, mids het voeren van dateerte-
ken door den Paus aan deUytrecht-
fche kerkvoogden nog niet vergund
was, binnen dit randlfthrift; op de
voorzyde:
B A L D U IN ü s EPisCopus.
B I S S C HO P B A LD U rN .
De tegenzyde voert rondom een
kruys den naam .der ftad , alwaar
het gemunt is; te weeten :
T R A J E C T Ü S .
VXT RECHT.
Niemand Verwondere zieh dat ik
alle deeze en de volgende nieuwe
ftellingen zonder eenige bygebragte
bewyzen alhier heb ter neder gefteld
; dewyl ik van die tot nogtoe
onbekende gefchiedeniifen, midsgaders
van de Koningen, Hertogen
en Graaven, welken federt den val
des Romeynfchen ryks hier te land
het boog gezag gehad hebben , een
volkome Hiftori, zynde een geheel
ftuk in folio (gelyk men gemeenlyk
zegt) hebbe opgefteld , welke ik
tot volkome opheldering van onze
tot nogtoe ZOO mankgaande oude
Hifto-
"S' 9-
Hiftori met den tyd , ten dienfte
onzer Vaderlanderen, door de druk-
perfe hen hoop mede te deelen.
Om dit met eene goede orde, en
op onverwrikbaare grondcn te doen,
heb ik alles wat van de oude ge-
ichiedenilfen door alle de tot nogtoe
bekende fchryvers was te boek gefteld,
zonder aanzien van hunne
bekome hoogachting en onnaavolg-
lyke geleerdheyd, als onzeker en
verdacht, te meer zoo zy naa de
oprechting van den tegenwoordigen
vryenftaat gefchreeven hebben, achter
de bank gelegd, en in tegendeel
niets voor vaft aangenomen, dan
het gene in fchryvers gevonden
wierdt, die in en omtrent die tyden
geleefd hebben, alswanneer
de zaaken zyn voorgevallen en waar
van het getal, door my opgezogt
en doorloopen, niet min dan hunne
achtbaarheyd groot is.
Eu zekerlyk wie kan geloof wey-
geren aan eenen fchryver welke ten
tyde van den Vrielfchen Koning
Adgillus, vader van den befaam-
den Radboud, niet alleen leefde,
maar zaaken verhaalt, welken aan
dat Hof zyn voorgevallen, alswanneer
hy met dien Koning zelf aan
’t vuur zat? Wie kan geloof aan
eenen fchryver weygeren, welke
het leeven van eenen Vorft, door
wien hy verbannen was, befchryfc,
en dat werk, om uyt zyn balling-
fchap herroepen te worden, aan
hem weer opdraagt ? Wie zal geen
geloof aan eenen fchryver geeven,
als hy de zaaken van den Hertog
van Holland verhaalt, welke, als
die Vorft daar van bezit gong neemen,
in ’t zelve fchip met hem
derwaart voer ? En eyndelyk wie
kan geloof aan eenen fchryver weygeren
, welke verhaalende hoe de
Broeder van de Hertogin van Holland
in een kloofter verbannen
wierdt, getuygt dat hy hem zelf
by die gelegenheyd als Abt her
haair aflchoor.^
Uyt zoodaanige en diergelyke
fchryvers nu heb ik de voorgemelde
hiftori te zamen gefteld, en dit alleen
ter deezer plaatfe willen bekend
maaken, op dat de leezer
wegens deeze nieuwe grondftellin-
gen, welke te bewyzen het hier de
plaats niet is , immiddels zyn oor-
deel oplchorte, en, zoo by eenige
oude ftukken, ons land aangaande,
mögt bezitten, my die tot meerder
volltomenheyd van zoo overwigtig
werk, zou willen mededeelen.
1
... I
i Ij
A C H T S T E H O O F D S T U K .
Van bel Hollandfch geld ßaande de regeering van
des zelfs Graaven.
HOewel nu de kerk van Uytrecht
aldus vroeg met het recht van
eyge geld te munten door Keyzer
Otto den I begiftigdwas,ja dat Keyzer
Henrik de II zelf een muntliuys
te Dordrecht oprechtte, zoo blee-
ven echter en de hiervoor in Holland
aangeftelde Graaf Dirk en zyne
naavolgeren nog eenen zeer
langen tyd van gelyke muntreclit
verfteeken; want gelyk hy ftaande
de laatfte oorlog tegen Keyzer Ot-
ro de naaftgelege Kennemmers en
Vriezen,welken doordeopftooking
van’s Keyzers peweezen leerraecfter,
verftaa den Biftchop van Uytrecht,
I tot