
172 H E D E N D A A G S C H E
ningkunde,clat de waardy der penningen
niet altyd naar de edel-
heyd van het metaal , waarvan
zy gemaakt zyn, maar van datzy
o f zeldzaamer worden gevonden,
o f van de grootheyd der verbeelde
zaaken, of ook wel naar de achtbaarheyd
der genen, die ze gemunt
hebben, worden afgemeeten.
Dus is, by voorbeeld, onder
de Romeynfche penningen een
groote kopere van Keyzer Otho,
om zyne ongemeene zeldzaam-
heyd, van eenen (i) onwaardeer- i 'Ä ' "
haaren prys, daar integendeel een
goude penning van den zelven
Keyzer, maar omtrent veertig
guldens, boven de waarde van
het metaal, gefchat wordt. Zoo
is ook in ’s Graavenhaage in
het jaar zeventienhonderdveet-
tien by openbaare veylinge dees
Staatfche vreedespenning , welke
maar ruym tien lood zilvers
woeg, voor tweeenveertig guldens
verkocht, daar de zelfde penning
van Goud zynde, in die zelfde
veylinge pas de waarde van het
metaal kon ophaalen. En dat
om geene andere beweegrede, dan
dat de liefhebbers in het vergaderen
der penningen altyd op de
eenheyd van ’t metaal, zoo veel
in hun vermoogen is , toeleggen:
ter oorzaake dat, by voorbeeld,
een gemeene goude penning, die
in eene lade vol zilvere penningen
legt, ftraks de oogen der befchouwers
tot zich trekt en dus als
den prys en de achting van alle de
overigen, hoewel de zelven dier-
baarer zyn, berooft en vermindert.
Daarenboven zoo worden
de Goude penningen het minft geacht
om dat zy uyt hunnen eygen
aardt van eenen te hoogen prys
zyn, en dus bynaar niemand in
ftaat is om eene volkome vergadering
van dusdaanige penningen
te maaken , by aldien men
nog alle penningen van Goud,
’t gene echter geheel onmoogelyk
is, al konde aantreffen. Daarenboven
zoo is het Goud, om zyne
hooge waardy min dan het Zilver
bequaam om de geheugenis der
voorgevallene zaaken, en waarom
de penningen eygentlyk gemunt
worden , aan de volgende eeuwen
over te leveren : door dien
het naauwlyks moogelyk is dat zy
veele eeuwen de fmeltkroezen der
laatere gierigaards können ontko-
men: want de onbeftandigheyd
der menfchlyke zaaken brengt en
het algemeen Land en de byzondere
Huyzen altemets tot die laag-
te en in dien hooggaanden nood,
dat zy zich verpligt vinden, tot
het bekomen van geld, zoodaanige
P E N N I N G K U N D E . I IID e e l: XIIIHoofdfl. 273
ge dierbaare gedenkftulcken heym- | penningen bewaarheden,- want hoe-
i..r. ,1 wel’er jaarlyks aan de Vorften en
hunne Landvoogden eene geheele
beurs, gelyk wy hier voor gemeld
liebben , vol goude legpenningen
is vereerd geworden, zoo moet ik
bekennen van die alien nooit geenen
anderen dan den volgenden
lyk te fmelten, welken z y , om
dat die te zeer eygen aan hun geflacht
en des ook te veel alom
bekend zyn , in ’t openbaar niet
durven verkoopen. Niets kan
deeze grondftel ing beter dan de
oude Goude Nederlandfche legontdekt
te hebben, doch welke
federt mede, volgens het gemeen
noodlot der Goude penningen ,
aan de fmeltkroes is opgeofferd.
Het zelve heeft ook plaats in
de oude Romeynfche penningen :
want hoe veele penningen van dat
zoo aanlokkend metaal zyn door
dat magtig Keyzerryk, ftaande zyn
grootfte vooripoed, niet geflaagen,
en echter hoe gering en
kleyn getal van die goude gedenkftukken
is tot deezen tyd in weezen
gebleeven en tot ons afgedaald
? Zulks van de Goude K eyzerlyke
penningen ’er naauwlyks
(i)jobcvt (i) elf- of twaalfhonderd in der
Me'dim“ liefhebberen vergaderkasfen wor-
den gevonden, daar ’er ons integendeel
wel drieduyzend van Z ilver,
en van Koper meer dan eens
zoo veel van onderfcheyden aardt
o f verbeelding, nog voor handen
zyn. Overzulks , zoo alle de
Romeynfche penningen,, naar de
groote moogendheyd van dat wydluchtig
ryk , waaren van Goud gemunt
geweeft, van hoe weynige
zaaken zou ons de gedaehtenis op
zyne penningen althans zyn achtergelaaten?
Maar dewyl diè afgerechte
volken de dierbaare geheugenis
der deftigfte voorvallen
zelfs ook aan het koper hebben
toevertrouwd, zoo is zy tot deeze
tyden toeteongefchondeneropdat
metaal bewaard gebleeven,- naa-
demäal des zelfi waarde Zoo gering
is , dat de begeerlykheyd der laatere
metaallmelters, om door der
zelver fmelting gewin te doen,
zich daarover niet uycftrekt.
Het is dan om de zelfde rede
dat de penningen, zullen zy beftandig
zyn, van koper en zilver
moeten gemaakt worden, doch
deeze laatften van eene grootte
welke geregeld is , en waarvan
ons nog overig is alhier te melden.
Niet min dan de muntftoffe der
penningen, zoo is ook der zelver
grootte en zwaarte, zoo by de
oude als laatere volken, onderfcheyde.
En wat de Romeynen
aanbelangt, om nu niet weer te
meiden van die oude eerfte kopere
geldftukken, wier zommigen tien
ponden woegen, en des om zoo ongemeen
gewigt as grave genaamd
wierden, zoo weet men uyt de oude
Hiftorifchryvers, hoe de Keyzer
Heliogabalus ftukken, ieder van
omtrent twee ponden gouds , heeft
Z z z laaÍ,:
i
Jl
ILln
it
■'!
.ii
te
'«I
tei
li