
ite i
'■ 'h
life
' i i
B L A D W Y E R.
—*■ overw'nnen, onder bet amvoeren van hunnen
Koning Klovis den RomynfcienLandvoogd Sya-
grins te Soijfons. 27. a.
hrengt nde Aborichen le onder. 27.3.
Kränkliche huys, ivanneer bet aan het Wefterfche
ryk gekoomen is. f4- b.
Franich/«¿fr ¿7 Taifnieresgeftaagen en penningdaar
op. 241.
Franfche geldftukken op de rand met hetjaar om-
zoomt en waarom. 246. b.
Franfche bdegeren ^uefnoy. 184. a.
benden neemen Konde in, en penning daar op.
249.
— gedenkpenningen komen naa de Keyzerlyke het
eerfte in aanmerking 57. b.
---- en waarom. gy. b.
— gedenkpenningen worden van ^Koning aan de
afgezanten affcheydneemende vereerd. 62. a. b.
•— Ryk bet oudfte naa het Keyzerlyke der Chriften
Vorftendommen, gy b.
— zeer ryk van gedenkpenningen. gy. b.fS.a.
— Vazalen ftaan legen Koning Karel op en ftoo-
ten hem van den Troon. 31.3.
•--------------- Zeiten hem gevangen. 31. a.
---- Vorften,waaromhet geldder Batavieren fmelten
en anderJlaan. zy. b.
— deszelvs afbeelding. 28.
— Vorftendeszelvsinkomftenzeeruytgeput. 3 1.a.
• ----- ( de oude) lieten den Muntmeefter zyn
naam op het geldftaan, en waarom. 29. a.
Frederik Augr llus wordKeurvorftvanSaxe. 125.
b. zynpennmg.iz^.
— word Koning van Poole, en zyn penning.
90. b.
•— 2*3 -»of-frvat
gelegaheden. 9 1 . a. b.
— werdvanden Throongeftooten. 91. b.
— bekiimt andermaaldenTbroon, en penningdaar
0/). 92. b.
Frederik de II Keyzer ,munt!eere geld by gebrekvan
zilver. 176. b.
Frederik de III. Keyzer , deszelvs huuwelyk en
Penning. 56.
Frederik de I. waarom Barbaroftegenaamd. 34. a.
—— door den Paus in den Ban gedaan. 34. a.
.— maakt de pays met Paus Alexander den III.
34-b-
tot Wefterfch Keyzer verhören. 54. b.
Frederik de I. Koning van Pruyffe, desz.elvs fraaije
penning, zzz.
Frederik de ll. Koningvan Sicilie en Napels, deszelvs
penning oudfte onder die van Sicilie. 104. b.
— verlieft zyn Ryken, en geeft zig over aan de
Koning van Vrankryk. lof. a
— krygt van den zelve het Hertogdom van Anjou,
en dertig duyzend dukaaten jaarlyks inkomen.
105.a.
Fredeiikde IW. Keurvorft van Brandenburg, verfierd
de St ad Berlyn met zeer pragtige Paleyzen.
127. a.b.
. — penningdaar op. \zy.
— word Koning van Pruiffe. 127. b. 128.
a.
— ---- penning daar op. 128.
— zyn lof wegens het befchermen dergeleerdbeid.
128 b.
zend twee legers tegen den Franfchen Koning, \
226. b.
— zeer zinryke penningdaar op.ziy.
penning op de geboorte van zyn Zoonszoon.
¿35-
Frederik de IV. Koning van Deenemarke, ver-
fcheide penningen op zyn huuwelyk, gebcorten van
zyn Zoon en Dugtets, en andere gevallen gemaakt
.77. b.
Frederik de V. Keurvorft van de Paltz, wordBo-
heemfcb Koning, ftaande de Regeering van Ferdinand,
96.b.
deszelvs penning. 97.
---- brengt een magtig leger in het veld.
97, a
word van zyn Koningryk Boheeme weder berooft.
giy.h
Frederik de Wyze, Keurvorft van Saxe, iz^h,
Frederik Willem, Kroonprim vanPruiJfen ¡deszelvs
huuwelyk.ng.n.
penningdaar op. ziY{.
G.
GAlba (RomeinfcbKeizer) deszelvs penning. 2 1 o.
Gallienus (Roomfch Keizer) deszelvs penning,
224-
— fpotpenning, zoo zommige willen , op hem.
263.
deszelvs penning, zy I.
Ganiere liefhebber van penningen. T fo. a.
Ganza een mengzel van koper en tin, voor geld by
die van Sint Thomas gebruykt. g.
het zelvefiaatiederen underdaan vry iemaaken
■, mas zekeren toi betaalende, g.
Garde {Le) Deenfch bevelhebber belegert Wismar.
180. b.
Garzias Zoon van KoningSanche. 6g.h.
zynRyk.Cg.h.
Gauloizen of oude Franken vermeenen dat hei woord
P e c u n i a van hunne gemerkte leere ftukken geld
herkomftig is. 6.
hebben het zelve in metaal veranderd. 6. b.
Gedenkpenningen, wat <
derzelver verdeeling
le zyn 52.3.
gi. a. b.
(Spaanfche) waar hun aanvang neemen. 66. b.
— neemen zeer toe. 67. a.
GttMykt kleederen. wat daar omtrent op de penningen
moet in agt genoomen worden. 250. b.
Geld {Romeynfch) door iets daarop te jiempelen
Geldmunten toegefchreeven aan Noach 1 1. a.
aande Jooden. 12. a.
■ aan de Sineezen. 12. a. b.
— aan de Lydiers. 12. a.
— — aan de Phoeniciers. 1 2. b.
— aan de Affyriers r 3. a.
aan de Perfiaanen. i3.b.
Gcldrollen by die van Japan in gebruyk, en hot
veel uytmaaken. p. a.
— worden met des muntmeefters merk verzegelt.
9. a.
Geldfchroeven wanneer dat uytgevonden ts en van
wie. 40. a.
Geldftuk ( een) van de Romynen vyv Romeynfche
ponden weegende. i f . b.
deszelvs afbeeldzel. i f .
Geldftukje (£)«i//?«J van wie geftaagen en deszelvs
aßeeldzel 14.
Gcldilukken waarom rond zyn. lo.b.
waarom geftempeld. 10. b.
— (oudfte) der Batavieren. i6.
waarom een Kruys op de zelve gemmt. 34*^'
Geldwigt (Romeynfch) deszelvs verdeeling. 16.
. deszelvs zwaarte by de Romeynen verligt, en
waar
B L A D W Y Z E R .
waar uyt beweezen wordt 18. b. 19. b. 20. b.
21. a. b. 22. b.
Geldweeger by de Romeynen, waar van daan zo
genaamt. 10. a.
Gel fomore, bswerkie haften vanhoomen,voor geld
gebruykt. 4.
Gemengelde ruggeftukken. derzelver befchryving.
250. a. b.
Genootfchap we 't vormen der met aal brokken door
Numa opgeregt. 10. a.
s’Genoveve (Abtdye van) desz.elvs Penningkaffe
58. a.
— — deszelvs penningkas. 109. b.
George de II. Koning van Engeland, fraaije penning
op hem. 73.
Gefchil over de Schotfche Kroon na de dood van
Margriet ontftaan. 74. a. b.
— tuftchen de navolgeren van Graaf Dirk en die
van den Keyzer te Tulpe beflegt. 34. a.
— ah medetc Tffelmonde. 54. a.
Gefpikkelde en gryze ftukjes ker by de Ruteniers
voor geld gangbaar. 6.
Getallen. derzelver oorfpronk. 144. a. b.
Gt\.te\M geldftukken, weker by de eerfte Batavieren
tn gebruyk. zg. b.
— deszelvs afbeeldzels 26.
enwaarom zy getand waaren. 26. b.
■ hoe lang dit geld in gebruyk geweeft is. 26. b.
27. a. b.
Gewigt by de Romeynen met trappen verdeelt. 8. a.
Gilbert;« 27« Hertogdom van Lotteringe, door
Keizer FIcnrik beveftigt. 31. b.
■— krygt deszelvs Dogter Gerberga ten huuwelyk.
31.b.
■— poogf met hulp der voornaamfte Vazalen
dat Hertogdom onder Vrankryk
32. a.
32.a.
„ - ^ 3i -
— deszelvs dood. 7,1. \i.
Godonefche, een beek van de penningen op den tegenwoordigen
Koning van Vrankryk Lodewyk de
XV.geftaagen, door hem uytgegeeven. 63. b.
Goeree (Johan) vermaart Plaatjnyder, lyft der
Hiftorifche Gedenkpenningen van Lodewyk de
XIV. door hemuitgegeeven.6^. a.
GoUzius, deszelvs penningwerk. 2 5 2. b.
Gonzalvus, door wiens krygs beleid Napels gewonnen
is, gewagvandeszelfspenning gemaakt. loj.b.
Goslinga (Sikkovan) Afgezant der Staaten aan
het Franfche Hof. 62. b.
. 27« affcheit neemende , word van den Koning
met een fierlyk Cabinet met Franfche Gedenkpenningen
befchonken.6z.h.
. — vertoont bet zelve aan hunne Hoogmoogende
, welke hem toe ftaan het zelve te behouden.
62.b.
Goud, waarom vanhleeke kleur is.g.
Goudgeld, wanneer by de Romeynen geftaagen.
23.b.
— deszelvs zwaarte. 14a.
. wanneer het eerße in Holland gemunt. 3 j.b.
Goude Penningen, waarommindergevondenwor-
den.zyz.z.h. 275.3.b.
Graan, (eenfoort van wit enzwart) bywievoor
geldgangbaar. 3.
Graav, wie fig het eerfte Graav van Holland heeft
laaten noemen. 34.3.
Graaven enGraavinnen van Holland bebben zedert
Margriet van Henegouwe tot Philips den III. Goud
geld gemunt, 33-b.
Gran, nederlaag aldaar der Türken. 101 . b.
veroverd.101. b.
Grieken, derzelver t e lm e r k e n . 148. b.
—— noemen een hunner gewoogen metaalbrokken
een drachma. 7. b.
Griekfche penningen veeltydsgehreklykin'tjaargetal.
2fi.a.b.
—— Syffermerken. 169,. a.
Grondrc'gelen/wè«/penningmaakente onderhouden,
ipo.a.b.c»2.
Groenendaal (Priory van) een doos aldaar be-
waart met eenigefyfferpenningen. 149 a.
Groeningen, den Raad, door een beroerte aldaar
ontftaan, vermoord. lyj-n.
—— munt noodftukken.
Grootje, een zekere kleine fomme gelds, waar van
daan zyn naam ontleent heeft. y b.
Grootfte penningdie’ergevondenword. 27Ö.
Grootte der penningen, deszelver befchryving. 27 3,
b. 274. a. b.
— der Romeinfchepenningenafgebeelt. 274.
----------der hedendaagfche. 278.a.b.
Gros, een zeker gewigt, waar van daan een Grootje
baar naam draagt ■ 9. b.
Guana (dievan) geevenhungetallendoorhetopfteeken
der vinger ente kennen. 144. b.
Guiskart (Robbert) ftaat geld van leer, enwif-
felt het daarna weer in. 176.3. b.
Guftaaf Adolf deszelvs lof en ongelukkig fneuvelen,
78.3.
Guftavus word Koningvan Zweede. 78. b.
en naa deszelvs dood zyn oudße Zoon Erik.
78. b.
Gylippus had veel uylen onder zyn dak, en wat
dit zeiien heteekent _ 1 1 . a . .
H.
HAan (een) gemunt op het geld der Dardaners.
11, b.'
Haarlem belegerd. 188. a,
bet geld om het zelve te ontzetten, verhoori.
188. b. ^
Haas (een) gemunt op bet geld van die van Reggio.
1 1, b.
Hadriaan (Roomfch Keyzer) deszelvs penning. 237.
Hadriaan (Keyzer) penning op deszelvsderde Burgemeefterfchap.
zgz.
Hairband teken der vorftelyke moogendheyd in het
beeid van C<sfar. 185.3.
Halma (Francois) neemt voor het leeven van Frederik
de\\\. Koning van Pruyften,met deszelvs
penningen uyt te geeven, dog word belet door de
dood van die Vorft. 125. b.
Halskraagen, Wijwuffr;« demanierwaaren. 257.b.
Hannover (Keurvorfi van) tot Koning van En-
gcland verklaard. 7 3. b.
— — 27« komft en intreede (flc. 75. b.
Harlay, hoofdraad, deszelvs penningkafte. f8. à.
vermeerdert daar mede de penningkafte van
Koning Lodewyk. f 8. a.
— ---- deszelvs befchryving. f 8. a.
Havcrkamp (Sigebert) deszelfs penningkafte. 6.
— ——- deszelvs gedagten ontrent het boek vart
Oäavianus Strada. g6. b.
Hebreeuwen geeven hunne geldftukken den naans
vanfikel. 7. b.
Hebreeuwfche Syffermerken. 167. a.
Hedendaagfche penningen, welke zyn. gi .h.
zeer noodig tot onze hiftorienwaarom. 52. a.
—— derzelver verdeeling. f2. a.
C 2 Heti"
ir '
'iH .
«1
ÎÀ
I -
1*1;
■I