
dat het uytgekooze zinnebeeidig
ontwerp altyd van eenen vry vcrhe-
vener’ en edeler’ aardt z y , dan de
zaak zelve , op welke het wordt
toegepaft. Alzoo hebben de af-
gereclite Romeynen, om hunne
ontzaglyke Werreldvorften te ver-
heerlyken, de zelven by de door
hen aangebedene Goden , gelyk
men in de weynige hiervoor aangehaalde
voorbeelden zien kan,
niet onaardtig vergeleeken; en de
deftige eygenfchappen, die zy hen
tot aanwas hunner glorie wilden
toepaflen, van Jupiter, Apollo,
Juno, Mars, Venus en andere
hoogverhevene zinnebeeiden ontleend.
Want hoe zal een zinne-
beeldig ontwerp, gelyk het om
de hiervoor bygebragte beweegrede
doen moet, eene zaak, die uyt
haaren eygen aardt *te gering is
om eenvoudiglyk verbeeld te worden
, opbeuren, en meerderen
luyfter byzetten, indien dat zelf
van kleyneren luyfter zy ? Diensvolgens
zyn alle verkleynendezin-
nebeelden verwerpelyk. Ja het
heugt my nog geleezen te hebben,
hoe de Redennaar Longinus met
den GriekTimeusom geene andere
rede den gek ftak, dan dat hy
den Grooten Alexander by den Redennaar
Ifocrates had vergeleeken,
met te zeggen: dat die Forfl in
minderen tyd geheel Azie had veroverd,
dan Ifocrates had van nooden
gehad om des zelfs lofreden deswege
op le flellen. Met meerder recht
nogthans heeft men den Griekfchen
Heldendichter Homerus be-
rifpt, van den Vorft Agamemnon
by eene Koe te hebben vergeleeken
, om dat hy haair van de zelfde
kleur als dat onbefchofd dier
had. Zulks zeker afgerecht leermeefter
der welfpreekendheyd des-
wese niet onaardtia; , o ° ii)J aanirtje - (S'i)'nL.’EJuIokent
, dat dit een en de zelfde lempi
misflag is, als of men eenen Kar-
dinaal by eene gekookte Kreeft
vergeleek, om dat de kleederen
van den eerften, even alsde fchaa-
len van de tweede rood van kleur
zyn.Z
oo wie nu luft de meeften
der hedendaagfche penningen ter
toetfe van deezen aangeweezen
grondregel te brengen, op welken
men Slakken, Kreeften, Varkens ,
Egels, Honden of nog verachtly-
kere voorwerpen, tot zinnebeel-
den gefteld heeft; wat lof zeg ik ,
zal die zoo hoogverhevene uyt-
vinders toeleggen? Ja : ik vraag
dusdaanige penningmaakers zelfs,
welken, als by voorbeeld, op deezen
penning
de getrouwe waakzaamheyd van
den Keyzerlyken Afgezant aan het
Pauslyke hof door eenen gehals-
banden Hond verbeelden, of zy
dien Graaf met woorden alleen,
die eerlang vervliegen, dit ooit
zouden hebben durven te gemoet
1? 0 tien ! ttwe
Excel-
Excellentie is de Hond, die voor
’s Keyzers welzyn a a n ’t Roomfche
hof op de wacht zit: en echter komen
zy bet zelve door hunne op
de penningen geftelde verbeeldfelen
uyt te drukken, welken gemaakt
worden )Om eeuwig in weezen
te blyven. Beter en gevoeg-
lyker dan was het die zaak flechts
eenvoudig vertoond te hebben,
dan aldus de onaffcheydbaare achtbaarheyd
des Vorftlyken Afge-
zants , op wiens voorhoofd de
Majefteyt zyns meefters gedrukt
en die des volgens het recht der
volken fteeds en alom in den hoogften
trap onfchenbaar en eerwaardig
is , door een zoo laag en lal
opgeftempeld zinnebeeld te ver-
k eynen. En om deezen grondregel,
want des zelfs aangelegen-
heyd vereyfcht het , klaarer te
doen begrypen , zoo acht ik het
niet overtollig deeze twee penningen
alhier aan te hechten ,• mids
die op de twee overwinningen gemaakt
zyn, welke de Bondgenooten
in het tiende jaar deezer eeuwe
zoo te Almanaraals teSaragos-
fa in Spanje op de benden van K o ning
Philips den V met zoo veel
lofs bevochten.
Doch wat ongemeen verichil is
’er tuflchen den eenen en den anderen
niet?Want hoewel de eerfte
het eerfte aldaar voorgevalle ruy-
tergevecht flechts eenvoudig op
de rugzyde verbeeldt enbefchryft,
zoo ziet men ’ er echter eene deftigheyd
uytmunten, welke, zoolang
die penning in weezen blyft,
te gelyk den welverdienden lof
des maakers zal in ftand houden.
De tweede integendeel verbeeldt
het tweede gevecht niet eenvoudig
maar zinnebeeidig, en diende
diensiolgens het voorwerp nog
vry grooteren iuyfter by te zetteiii
Maar ik vraag den leezer o f hem
dit daarop verbeelde vogelge-
vecht met de zelfde deftigheyd
voorkomt? en o f het, in de plaatS
van ’t voorwerp te vergrooten,
dat niet integendeel verkleynt?
Behalven dat een zoodaanig zinnebeeld
op alle gevechten en ont-
rnoetingen , tuifchen de Duytfchers
en Françoizen voorgevallen
altyd toepaifelyk, en des, gelyk
wy hier voor hebhen aangetoont,
te algemeen is.
Eyndelyk het gaat met veele
M m m veri
.'li
ML
;;t