
Ç'il
m
m
daartoe zelf aanleydinge gaf, invoege
het maaken van de zoodaanigen
, niet min dan andere vuyl-
aardtige fpotpenningen is te laaken
en a fte keuren, temeer dewyl
zelf het blinde Heydendom, zich
wel gewagt heeft van over deezen
fchandfteen te ftruykelen.
De vuylaardcigften nogtlians zyn
de zoodaanigen, welken de wel-
betaamelykheyd quetfen, door den
verbeelden perlbon op hunne penningen,
die, gelyk men weet tog
in allenmans handen komen, in
die geftalte te vertoonen, dat de
maaker der zelven op die wyze
zelf geenszins in T openbaar zoude
durven verfchynen. En om
met deeze fchenftukken zelf niet
te veel te pronken zal ik deezen
volgenden (i) alleen te voor-
fchyn brengen , welke federt de u deU '
• 2 1 1 fol. 407, regeering van Kromwel gemaakt
is , ter oorzaake van den beken-
den twift, die ’er tuffchen den
Franfchen en Spaanfchen Afgezant,
wegens den voorrang om ’t
eerft by dien geweldenaar gehoor
te hebben, met zoo veel hevig-
heyd te voore was voorgevallen.
Rondom Kromwels geharnafte
borftbeeld, die op de voorzyde te
recht met den rug naar de fchandlyke
verbeelding der tegenzyde
gekeerd is , voert de rand deezen
tytel;
OLIVARi us, D e i G r a t i a
R e i P u b l i c ® A N G L i ® , S COT i ® ,
H I B E R N IÆ PROT ECTOR.
O L I F J E R ,D O O R GODS G E N A D E
B E S C H E R M E R
F A N D E N E N G E L S C H E N ,
S CHOT S CHEN E N l E R S C H E N
F R Y E N S T A A T .
In ’ t verfehlet der tegenzyde
ziet
penningen gemaakt zyn ter gc-
dachtenis van de geftrafte boos-
wigten ; geenszins ; deezen zyn
onwaardig dat zy leeven, en worden
daarom uyt de gemeenfchap
der leevenden gerooid, hunne wapenfchilden,
zoo zy van Adel
zyn, verbroken, en hunne naamen
uyt deStaatsIyften gefchrapt.
Het is dierhalven dan ook onbe-
taamelyk dat men der zelver ge-
brandmerkte geheugenis, door
’ t munten vaii eerpenningen, zou
ftaande houden. Veel min können
ook zoodaanige penningen
ter gedaehtenis van eenen Vorft,
die de ftraf oeffent, met eere gemaakt
worden. Want hoewel de
wraakneeming altemets kan recht-
vaardig en billyk weezen, zoo is
’t ’er zoo ver van daan, dat aan
eenen Vorft deswege eenige roem
toekomt, dat men zulk beftaan,
zoo hy dat zelf verricht, als door
(i) Alexander, Klovis (t) en anderen
gefchied is , in de goede hi-
ftorilchriften daarom (3) fteeds zal
gelaakt vinden. Integendeel Flavius
(4) Vopifcus fchryft dat de
goedertierenheyd de eerfle deugd of
fchat der Keyzeren is. Ja niet alleen
der Keyzeren, maar van ons
alien. Zulks Claudianus te recht
aldus opzingt:
S o la D e o s æ q u a t c lem en tia n ob is .
ziet men den Spaanfchen en Franfchen
Afgezant onderling twiften
om den voorrang van Kromwel,
die hen in eene onbefchofte geftalte
verwacht, de eerfte te naderen;
als blykt uyt dit om- en opfchrift
:
R E T I R E TOY , L ’HONNEUR ,
A P P E R T I E nT AU ROI
MON MAI STR E ,
LOUI S L E GRAND.
P A K U F A N H I E R , D E E Z E E E R
KOMT D E N KO N IN G M Y N E N
M E E S T E R ,
L O D EW Y K D E N G R O O T E N
TOE.
Behalven de fpotpenningen
worden ’er nog anderen gevonden
, welken wegens het ftraf-
fenvan misdaadigen gemaakt zyn.
Deezen zyn wel zoo verfoeije-
lyk niet als de eerften ; maar zy
dienen echter van een rechtfchaa-
pen liefhebber niet gemaakt te
worden,dewyl zy tegen de grondregelen,
welken wy ons voorheen hebben
voorgefchreeven, rechtdraads
aanloopen. Zoo ’er ooit aanflagen
tegen eenig ryk en zyne Vorften
beftooken, en der zelver aan-
leyders ten ipiegel van anderen geftraft
zyn, het is in het Roomfche
ryk geweeft. En nogthans
zyn ons geene Roomfche penningen
voorhanden, welken van het
ftraffen der boozen gewaagen, en
zulks met recht: want zouden de
(OQ.cut;
tius lib.
V l ll.
cap.r.
(i) Greg.'
Turon.
Hift. lib,
I I. cap.27.
(3I P-Daniel
Hift.
de France
tom.I.
pag. 6.
4) In v iti
)ivi Au-
rcl. cap,44,
g o e d e n ie r e n h e y d e
Stelt met àe Goden ons gemeen.
Het is dan op deeze, en niet
de ftrafneeming dat men dient te
roemen, evengelyk men dat op
zeer veele Romeynfchepenningen
gedaan vindt.
) t
Mia
¡ Jil,
telt;
X x x 1 Zoo