
I
Om dat
%e onsey
gen zyn.
I I
Om hun'
zaam~
heyd.
I l l
Om hu-,
V O O R B E R I C H T . ,
aenningwerk meerderen roem aan den maaker dan wel
uyfter aan de verhandelde zaaken heeft bygezet. Dit heb-
ben ook anderen gedaan : des is myn voorneemen alleen
van de laatere penningen, en wel vooreerft van der
zelverwaardye en nutheyd, te handelen.
Zoo de oude hiiloripenningen met recht zeer hoog
geacht en des ook gratig gezogt worden, onaangezien
de meeften zeer weynige o f ook wel geene betrekking
tot ons en onze voorouderen hebben, en gevolgelyk
hen en ons vreemd z yn , wat zal men van. de laatere
hiiloripenningen zeggen, die aan ons niet dan geheel
eygen können weezen? Want ziet men op deezen de
gewönne veld- en zeeflagen, de hachlykile belegerin-
gen en andere behaalde overwinningen afgebeeld ; ze
zyn veeltyds niet,dan met het ilorten v a n ’t bloed on-
zer naaftbeilaanden, ja altemets zelfs met het omkomen
onzer vrienden en bloedverwanten,' behaald geworden.
Wordt op anderen weder de gedaehtenis van eenen ge-
ilooten vreedc bewaard, ’t kan zyn dat de onzen, ten
minfte onze medeburgers en landgenooten in ’t maaken
van den zelven hebben deel gehad. Zoo ook in ’tftich-
ten der openbaare gebouwen j waarvan z y o f bet beftefc
en de fchetfe können ontworpen, of wel b y ’t opmet-
felen den eerften ileen gelegd hebben. Het gene ook
plaats heeft' in oneyndige andere zaaken.
■ _ Daarenboven zoo zyn de ~Kedendaagfclie biftoripen-
■ ningen te achten om de beilandigheyd, met welke zy
de gedaehtenis der voorleedene zaaken reeds-aan ons, en
de hedendaagfche voorvallen aan de volgende eeuwen,
naar bet voorbeeld der Ouden, op eene aangenaame wy-
Ze zullen overleveren.
’T is, ook deeze aangenaamheyd in opzigte van de
konft i n ’t penningmaaken, welke de liefhebbers aän-
zet, om zoo veele gedenkftukken van dien äardt te ver-
zarnelen. Veelen leggen ’t bier op toe om konftige
fchilderyen, anderen wederom weluytgewerkte beeb
den der dapperile krygshelden, geleerde mannen, of
die op de eene of andere wyze zieh beroemd gemaäkt
hebben, te bekomenymaar bier ziet men de Vaderland
V O O R B E R I C H T .
landfche gefchiedeniifen veeltyds naar ’t leeven, met
Z o o groote konft,pracht vanvindingeenbeknopte zin-
rykheyd uytgewrogt, dat ze, naa’t penningfchroeven
i n ’t midden der voorgaande eeuwe is uytgevonden, in
de verhevenheyd v a n ’t opwerk en andere bevallighe-
den, geenszins (i) voor die der Grickeii en Romey-
nen behoeven te wyken.
_ , Desgelyks is ook de heerlykheyd der vindinge, die
in de wel te zamengeftelde zinnebeeiden uytmunt, geene
der geringfte eygenfchappen, om welke de hedendaagfche
penningen zyn te achten. Want alles wat de
oude penningen in dat opzigte achtbaar gemaakt heeft,
kan en mag op de laateren gebragt worden. Het welke
hen des te grooteren luyfter zal byzetten, Z o o dit
(r) Scienc,
des Med. fag IP4*
TV
Wegens
hunne
zinryk-
Om de
acht'
beeide
gemeyd zyn.
Het is ook op de hedendaagfche hiftoripenningen,
dat men zoo veele Vorfteii j zoo veele Helden en zoo
veele Geleerdemannen, naar ’t leeven verbeeld ziet:
welken alteinets de geheele werreld, niet min door de wa-
penen dan de pen in roer gezet en veele geletterden in
ft befchryven hunner heldedaaden en zeldzaame gevoc-
lens bezig gehouden hebben E n gclyk de faam banner
loflyke daadcii en wel uytgewrogte werken de hoo-
ge eygenfchappen van bun grootfch gemoed in de ge-
dachtenis der naaeeuwen doed leeven; even zoo ziet
men bun verganglykfte deel tot eene zekere beftandig-
heyd opgevoerd, met de weezens, die reeds weezen-
lyk vergaan zyn, door gelykvormige ommetrekken,
zoodaanig op ft metaal naar ft leeven afbeelden , dat
de naakomelingfchap met een laater oog de reeds ver-
dweenene zaaken, als of die nog in weeZen waaren,
zal können beichouwen en worden opgewekt om de
deugden in de af beeldfelen te eeren; welken in de ver-
beelde perfoonen met zoo veel luyfters voorheen ge-
bloeid hebben.
Voorts wie is ’er, die zieh over de zwakheyd van
i '
* zyn "I