
Onder de graansoorten by de oude Romeinen was de
tarwe de meest heerschende; ook de gerst was algemeen;
daarentegen ontbraken de meer Noordsche korensoorten,
haver en rogge. Verkoolde tarwe- en gerstkorrels zijn in
Pompeji gevonden. Op eenen wand wordt eene schoone
afbeelding gevonden van een’ kwartel, die een’ gersten-
korrel uit eene aar plukt. Een tegenbanger daarvan stelt
een’ kwartel voor, die in eene aar van vogelgierst (.Pa-
nicum Italicum) pikt, welke gevolgelyk toen mede be-
kend was.
Daarentegen missen wy afbeeldingen van de ma'is,
eene door hären vorm zoo kennejijke korensoort, maar
wy weten tevens, dat wy die aan Am e rika verschuldigd
zijn. Thans is hare kultuur verbreid in de omstreken
van Pompeji.
Ook de rijst werd in den ouden tijd gemist ; toen was
zy beperkt tot Oostindi'e; ook thans wordt zy niet bij
Pompe ji, maar wel elders in Ita lie aangekweekt. Of
de Indische gierst of het zorghzaad (Sorghum) aan de
Ouden bekend was, of eerst door de Probieren naar
Europa gebragt werd, is twyfelachtig; de afbeeldingen
in Pompeji geven daaromtrent geene opheldering.
Van de peulvruchten vinden wij paardenboonen in
verkoolden toestand, welke volkomen gelyken naar de
tegenwoordige.
Op schilderijen, die voorwerpen uit de keuken voor-
stellen, vindt men eenen bundel Aspersies, welke echter
waarschijnlijk de wilde zijn, die nu, gelijk toenmaals,
worden gegeten; terwijl het schijnt, dat de Ouden de
aangekweekte Aspersies niet gekend hebben. Op andere
afbeeldingen van dergelijke zaken komen look, radij-
zen, knollen en eene soort van kleine pompoenen voor.
De Liefdeäppel (Solanum Lycopersicum) is uit Amerika
ingevoerd, en was derhalve aan de Ouden onbekend.
De olijfboom heeft in den tijd, toen Pompeji verwoest
werd, zoo ’t schijnt, dezelfde gewigtige rol gespeeld als
thans; daarvan geven de schrijvers getuigenis. Olijftak-
ken worden dikwerf voorgesleld; en in een opgegraven
glas heeft men in Pompeji ingemaakte olij ven gevonden,
volkomen gelijk aan de tegenwoordige, en welke tijdens
de opgraving hären smaak nog behouden hadden.
De vruchten, die thans in Italie meest gebruikt worden,
zijn druiven en vijgen; en deze zyn het ook, die
het meest voorgesteld zijn op de talrijke vruchtstukken,
op de wanden van Pompeji gevonden. Buitendien komen
wijngaardranken in menige voorstellingen voor, die
op de vereering van bacchds betrekking hebben.
Dikwerf vinden wij ook op vruchtstukken en andere
afbeeldingen de voorstelling vanperen, appelen, kersen,
amandelen, pruimen, perziken, granaatappelen en mis-
pels.
Eenigen hebben gemeend, den Ananas in Pompeji af-
gebeeld te vinden; maar, daar deze als eene Amerikaan-
sche vrucht wordt aangenomen, zoude zulks zonderling
wezen. Het voorwerp echter, ’tgeen men als een Ananas
beschouwd heeft, is, volgens de ongetwyfeld gegronde
meening van t e n o r e , de top van eenen dwergpalm,
die ook nu in Sicilie genuttigd wordt.
Yeel gewigtiger, dan het gemis der Ananassen, is dat
van de tot de familie der Aurantiaceen behoorende ge-
wassen, de appelsina’s, oranjeappels, citroenen en ce-
draten. Het is ongetwijfeld genoegzaam opgehelderd, dat
men m den tijd van p l i h i u s daarvan niet ¿e'ne soort
aankweekte; hij vermeldt, dat men te vergeefs beproefd
had , den cedraatboom (Citrus medica) voort te planten.
Het was niet vö6r omtrent in de derde eeuw, datdeszelfs
aankweeking in Ita lie begon; later kwam de Iimoen-of
echte citroen- en de oranjeboom in Europa, en hetlaat-
ste de appelsina-boom, die uit China afkomstig is en door
de Portugezen naar Europa werd overgebragt.
9*