
zeedienst zijn , of liever hunne gezinnen, daar zij , zoo
als men mij verhaalde , grootendeels gehuwd zijn. Eenige
dezer woningen zijn yoor zeeofficieren ingerigt. Buiten
de poort kwamen wij weldra in de nabijheid van de zee.
De weg loopt längs de kust der S o n t, somtijds slechls
op twintig voet afstands van de zee; waar de afstand
breeder i s , strekken zieh weilanden tot aan de zee u i t ,
en men ziet paarden en runderen grazen tot aan hären
zoom. Aan de westzijde van den weg lagen vele land-
huizen. Bijzonder talrijk waren derijtuigen, die ons hier
op den weg ontmoetten. Groote omnihussen reden heen
en weder. De Denen zgn groote liefhebbers van hard te
rijden, en daaruit ontstond een gedurige wedstrijd van
den eenen voerman tegen den anderen, om elkander op
den weg voorbij le snellen.
In de nabijheid van de Diergaarde heeft men een fraai
uitzigt tot op het eiland Helm en op Landskrona aan
de Zweedsche kust. De Diergaarde is een fraai bosch van
prächtige beukenboomen. Men bragt ons , in het mid-
den van het bosch , naar eene heldere bron (.Kirsten
P ils ) wat men ons echter van de bijzonderheden van
dit heldere water verhaalde, heb ik niet begrepen. Allen
moesten wij eene teug van dat water drinken. Men vond
hier duizende menschen vergaderd; het was eene soort
van kermis; talrijke tenten waren in de Diergaarde opge-
slagen ; muzikanten , goochelaars , koorddansers verza-
melden om strijd de gapende menigte. Ik had gelegenheid
nationale kleederdragten op te merken , waaronder vooral
die der vrouwen van het eiland Am a k , afstammelingen
eener Hollandsche kolonie van het begin der zestiende
eeuw, doordekoningin i s a b e u a , gemalin van koning
c h r i s t i a a n II en zuster van keizer k a r e l V der-
waarts getrokken, om er op Hollandsche wijze het land
te bouwen, en boter en kaas te maken. Rood , groen en
blaauw schijnen hare meest geliefde kleuren te zijn; het
höofd was bedekt met kleine smalle hoedjes, van welke
lange, rozeroode linten naar achteren afhingen.
Na lang in de Diergaarde te hebben rondgewandeld,
reden wij naar de H e rm ita g e , een jagtslot op eenen zand-
heuvel gelegen, van waar men een fraai uitzigt naar het
bosch en naar de zee heeft; over Charlottenlund keerden
wg terug, en kwamen eerst ’s avonds tegen 11 ure weder
in ons hötel aan. Hier vonden wij nog eene uitnoodiging
v a n e s c h r i c h t , die alles zöö ingerigt h a d , dat wij
op de stoomboot plaats konden vinden; maar j o h n -
s t o n , die door onzen uitstap in eene, volstrekt voor
alle ernstige bedenkingen ongeschikte, schertsende luim
gebragt was, kon niet besluiten, over deze zaak met
mij te beraadslagen , en ik moest dus ook wel voor mij
van dat aanbod afzien. Mij blijft nog altijd de gelegenheid
der terugreis over. Daar ik in elk geval over Koppenhagen
terugkeer, zal ik mijne berigten over die stad
alsdan vollediger geven kunnen, dan thans na mijn kort*
stondig verblijf. Ik wil nog alleen iets zeggen van de
woning van t h o r w a l d s e n , die ik den tweeden dag
van mijn verblijf te Koppenhagen bezocht. Dezelve maakt
een gedeelte uit van het slot Charlottenburg, op dezelfde
groote nieuwe K o n in g sm a r k t, waar mijn hotel gelegen
is. Achter dezelve ligt de botanische tu in , op welken de
kamers van t h o r w a l d s e n het uitzigt hebben. Al de
vertrekken, die ik zag, bevatten kunstvoortbrengsels;
de meeste zijn met schilderijen versierd , bijkans alle van
moderne meesters, die met t h o r w a l d s e n te Rome
hebben geleefd. Een schoon en krachtig gepenseeld por-
tr e t, ’tgeen t h o r w a l d s e n levensgrootte bijkans in
profiel voorstelt, hangt in het eerste vertrek, dat men
binnentreedt. Onder de schilderstukken van Deensche
meesters bevielen mg vooral twee tableaux de genrevwn
zekeren k ü c h e l , beide in Itali'e geschilderd. In een
ander vertrek hangt e e n , geheel in den tränt der oud-
2*