
DERDE HOOFDSTÜK.
STOKHOLM.
Van Stokholm zegt de beroemde v o n b u c h , die
vele landen en volken gezien heeft : « Het is toch eene
« wonderbare, Wenige stad! Welke romantische tafereelen,
« eilanden , waterpartijen, rotsen, hoogten en dalen!
« ’tGeen men zieh in een droomgezigt uit verwijderde
«oorden zou bijeenbrengen , vindt men hier in den omväng
« der stad vereenigd. Hetgeen de natuur groots en heer-
«Inks voortbrongt, vindt men hier in de nabijheid van
«de schoone gedenkteekenen der k u n st,»
De oorsprong dezer stad dagteekent van het einde der
twaalfde eeuw, als een klein vlek, gesticht door verdre-
vene burgers van de oude stad S ig tu n a , welke bij eenen
inval van Esthlandevs ingenomeu en verwoest was. Tot
den rang van stad werd zij echter eerst verheven door
den Majordomus b i r g e r JARL,die haar met vesting-
werken, welke naar den toenmaligen toestand der krijgs-
kunst voor onwinbaar gehouden werden, omgaf, en in
1260 de residentie der Zweedsche Köningen van Upsal
derwaarts verplaatste. Het middelste gedeelte der tegen-
woordige s ta d , een eiland (holm) tusschen de Oostzee
en de M ä la r , draagt nog den naam van S ta d e n , of de
stad, en is dat oude Stokholm.
De bevolking van Stokholm bedraagt thans ruim 80,000
menschen (in 1839 gafmen het getal inwoners op 83,885).
Het is zonderling, dat, volgens statistieke opgaven.het
getal der geboorten veel geringer is , dan dat der sterfge-
vallen; het desniettemin toenemen der bevolking wordt
dus alleen veroorzaakt door van buiten aankömende nieuwe
burgers.
Stokholm vertoont niet veel beweging op straat. De
straten zyn siecht geplaveid. De huizen zijn bgkans alle
wit gepleisterd, deuren en posten en vensterramen licht
bruin geverwd. Lästig zijn op vele plaatsen de op straat
uitstekende goten, waardoor men bij regenachtig weder
genoodzaakt wordt het midden van de straat te
houden.
De stad telt verschillende bronzen beeiden, alle van
Zweedsche Köningen, die de groote plaatsen versieren.
Dat van g u s t a a f a d o i f is in het schoonste gedeelte
der stad, waar de nieuwe noorder brug (nya n o r rB ro )
Staden met N o rrm a lm vereenigt. Op deze ruime plaats
is het theatergebouw door g u s t a a f d e n III gesticht,