
Duitsche school geschilderd stuk van C o r n e l i u s , de
gelijkenis der vijf wijze en vijf dwaze Maagden voorstel-
lende. Hoezeer ik in die nabootsing van het oude iets
onbehagelijks vind , trok echter dit stuk mijne aandacht
door de wonderscboone uitdrukking. De Heiland komt
vriendelijk ontvangende u it; p e t r u s opent met rüstige
hand eene zware d e u r; smeekend en vol verwachting
liggen twee maagden reeds voor ’s Heeren voeten ge-
knield; twee andere, die op Hem met verrukking Staren
, lezen in zijnen blik de vervulling van den wensch
der eersten; eene andere beschermt met de hand hare
lamp voor den adern der lu c h t, terwijl zij den lang verwachten
Bruidegom te gemoet gaat. Op den achtergrond
ziet men de dwaze Ma,agden 6f nog ingesluimerd, 6f zieh
uitstrekkende, 6f de lampen te vergeefs aanblazende. —
Dan, ik moet verder gaan. Ik wandelde door kamers met
Romeinsche oudheden en Etrurische vazen, en klom
eindelijk in de werkplaats van t h o k w a l d s e n naar
beneden längs eenen m e t, nu verdorde, eikenbladeren
versierden trap. Zij waren er aangebragt, toen t h o r -
w a l d s e n in 1838 , na een lang verblijf te R om e , in
zijn vaderland was wedergekeerd, ’t geen hij echter later
weder verlaten had. Zijn bediende verhaalde mij, dat hij
in het volgende jaar te Koppenhagen werd terug verwacht
, en voorgenomenhad, daar zijn leven te besluiten. *)
Hij is nog een krachtig man, hoezeer hij reeds meer dan
zeventig jaren bereikt heeft. Zijne ouders waren uit
IJ s la n d afkomstig; zijn vader vond zijn bestaan in het
vervaardigen van beeldsnijwerk ter oppronking van sche-
p en ; deze deed den zoon, om den aanleg, dien hij toonde,
in de teekenschool der Akademie van Künsten te Kop1)
Hij is werkelijk aldaar (en niet te Rome, gelijk onlangs verkeer-
delijk in eene openbare redevoering gezegd is) in den aanvang van
penhagen onderwijs nemen; daar behaalde hij eindelijk
een’ prijs, waarmede een pensioen voor eei? vierjarig
verblijf te Rome verbonden was. Denemarken heeft de
grootste renten van dit geld getrokken. De werkkamer
bevatte velebeeiden, die echter bijkans alle in zijn Studio
te Rome vervaardigd zijn. De werken van t h o r w a l d -
s e n zijn grootendeels door gravuren bekend. Doch be-
halve het menschenbeeld heeft de kunstenaar ook den
dierlijken vorm in zijne magt. Ik zag hier eenen kolossalen,
liggenden leeuw, diescheente ademen; men ver-
geet steen te zien, en verwacht het oogenblik, dat de
krachlige gestalte zal oprijzen.
’s Namiddags verbeten wij Koppenhagen met eene
stoomboot naar C h v istia n ia , die in gemakkelijke inrig-
ting der slaapplaatsen en ruimte der Tiajuit al de vroe-
geren overtrof. W eldra vertoonden zieh de rotsachlige
kusten vau Zweden, en des anderen daags waren wij
reeds in den vroegen morgen te Gothenburg. Hierbleef
de boot op vrij grooten afstand voor anker liggen, en
de passagiers, wier bestemming zieh, gelijk met ons het
geval was, niet verder uitstrekte , werden inbootjesnaar
wal geroeid. Prof. j o h n s t o n uit Durham stond aan
het roer van het onze, en bragt ons met ongemeene
behendigheid , midden tusschen de talrijke schepen door,
in de haven. Bijzonder schoon is dit aankomen. De kust
vertoont zieh hier met donkere gneisheuvelen, waarop
wit gepleisterde huisjes als nesten op verschillende hoog-
ten schijnen opgehangen. De stad met hare ruimekanalen
en liooge huizen maakt eenen aangenamen indruk. ,
■Wij namen onzen intrek in de Gotha Kellare. Niemand
scheen zieh zeer om ons te bekommeren, en wij
zagen nu voor het e e rs t, dat wij in een vreemd land
waren, daar wij met ons Hoogduitsch volstrekt niet ver-
staan werden. Met moeite verkregen wij eene kamer;
men bezorgdo ons een ontbyt vanpeultjes, karbonaden ,