
waarin talrijke portretten van Zweedsche regenten en
beroemde mannen, en ook verschillende portretten van
vreemde vorsten, vooral uit het huis van b o o r e o r ,
geplaatst zijn, te zamen nagenoeg vijftien honderd, zoodat
het als een rijk. museum van gescbiedkundige herinne-
ring kan beschouwd worden, hoezeer van de zijde der
kunst deze schilderten meerendeels zonder waarde zijn.
Gripsholm werd dikwerf door het hof bezocht, vooral
om de elandjagt; Roning g u s t a a f III vertoefde er
meermalen en bragt er vele verfraaijingen aan toe. Men
ziet hier een door hem gebouwd hoftheater, prächtig
met spiegels versierd en verguld, waarop deze Koning zelf
meermalen rollen vervuld heeft. Doch vooral is Gripsholm
merkwaardig door menigvuldige tooneelen uit het
leven der Zweedsche Roningen. Hier hield e r i k XIV
zijnenbroeder j o h a h gevangen, die er naderhand weder
zijnen oudsten broeder e r i k jaren lang achter dikke
muren in een’ toren liet opsluiten. Wij bezochten niet
zonder afschuw dit ijzingwekkend verblijf. Op dit slot
teekende g u s t a a f IV den 29 Maart 1809 eene acte
van afstand van de regering, en hield zieh gedurende
zijn verblijf aldaar met het onderzoek der Apocalypsis
bezig.
Na den middag verlieten wij Gripsholm weder en
keerden over Dro ttn in g h o lm terug; op dit slot hadons
de Roningin op een gouter uitgenoodigd , waar zij zieh
daarna in de bibliotheek verschillende vreemdelingen
liet voorstellen, welke eer ook my te beurt viel. Het
weder en de reeds te veel verstreken tijd lieten niet toe,
het park met zijne versiersels te bezigtigen. Laat in den
avond kwamen wij te Stokholm terug.
Een andere togt werd door het weder beter begun-
stigd. De Senaat der Universiteit te XJpsal had door een’
brief van 30 Junij , de natuuronderzoekers doen uitnoodi-
gen om die stad te bezoeken. Na den afloop der vergaderingen
begaven omstreeks tweehonderd der onzen zieh
den 20 Julij op éene stoomboot daarheen.
Wij verlieten Stokholm ’s morgens om 9 ure en kwamen
tegen den middag op het Roninklijk lusthof Rosers-
berg aan, waar wij talrijke schilderten en andere kunst-
zaken vlugtig bezagen. Men vindt hier prächtige zalen
en onder de schilderijen goede portretten van dekoninklijke
familie. Een marmerbeeld vanBYSTRÖM, eene liggende
vrouw met een zuigend k in d , beviel mij , vooral wat
het kind betre ft, slechts matig, en b y s t r ö m is met
t h o r w a r d s e h zeker niet gélijk te stellen. Wonder-
schoon is het uitzigt van het balkon van het slot op het
daarvoor liggend p a rk , onder welks hooge boomen wij
een diner champêtre hielden. In den namiddag bezochten
wij het aan den Graaf b r a h é toebehoorende slot
Skokloster met ruime corridors, waarin aan de muren zeer
middfelmatige schilderijen met Latijnscho en Italiaansche
bijschriften, meeslal van allegorischen aard hingen. Som-
mige Denen bewonderden deze S am m lin g a f Malerier
tenhoogste, maar ik weet n ie t, wat er aan te bewonderen
viel. Belangrijk is eene groote verzameling van oude
wapenrustingen, die men hier vindt, en hetgeheelekolossale
gebouw met zijne breede trappen maakt een’
indruk, dien men in gewone paleizen of kasteelen niet
ondervindt. Waar wij afstapten, stonden landmeisjes längs
den kant, die de door haar opgezamelde wild groeijende,
frissche aardbeziën in witle mandjes van berkenschors
aan de vreemden voor eenige penningen aanboden. Dit-
zelfde had ik ook vroeger aan het GoiAa-kanaal gezien.
Eerst laat in den avond kwamen wij te Upsal aan. Eene
steeds aangroeijende menigte menschen, meestal zeer
armoedig gekleed, met gescheurde lange jassen en op
bloote voeten, vergezelde onze stoomboot längs het kanaal.
Op een kwartier uurs afstand van de stad waren eenige
muzÿkanten geplaatst bij een klein koepeltje, en vier in ’t
4