
onlangs nieuwe voorwerpen aangekomen van P o rt N a ta l ,
die ik met Prof. b o h e m a n doorliep, en waaronder zieh
schoone lepidoptera bevonden. Ook voor de overige klas-
sen waren van daar nieuwe schatten aangebragt, met
welker onderzoeking s d k d s v a l l zieh bezig hield.
Vooral waren daaronder vele schoone vogels, waaronder
eene prächtige groote Corythaix (Touraco g ea n t,v a i l l . ? )
In een geheel ander gedeelte der stad (nya Kongsholm-
Iro-gata) ligt het Anatomisch Museum, waarbij r e t z
i u s woont. Ik heb reeds gezegd,dat deze de Secretaris
onzer vergadering was.Denaam van r e t z i u s , als naauw-
keurig en schrander ontleedkundige, is algemeen bekend.
In de kracht des mannelijken levens, werkzaam en voort-
varend, kan deze geleerde nog veel voor de wetenschap
doen; als schrijver is hij altijd met kleinere bijdragen ,
die de uitkomslen van eigen onderzoek behelsden, opge-
treden, en beeft het onnoodig geacht, het groot getal
van ontleedkundige handboeken nog met een nieuw te
vermeerderen. Zijne onderzoekingen over het weefsel der
longen bij de slangen en vogels, en over de mikroskopische
anatomie der tanden, worden op billijken prijs
gesteld; zijne werkzaamheid strekt zieh over het ge-
heele gebied der menschelijke, vergelijkende, ziekte-
kundige en mikroskopische ontleedkunde uit. In den
laatsten tijd heeft hij zieh echter wegens groote gevoe-
ligheid zijner oogen van het mikroskoop spaarzamer moe-
ten bedienen. Het Anatomisch Museum is wel niet groot,
maar keurig, en verloont ons in alle bijzonderheden den
bekwamen man. Opspuitingen vindt men betrekkelijk
slechts weinige. Vele fijnere preparaten zijn niet op was-
maar op glasplaten gehecht en met egelpennetjes in
geboorde gaten bevestigd. Bijzonder -schoon zijn vele
preparaten van magen van dieren, in spiritus bewaard,
nadalmen ze eerst met sterken spiritus gevuld had en op
die wijze stijf doen worden, waardoor zij, bij het doorsnijden
in de le n g te , derzelver gedaante volkomen
behouden hadden. Men kent die methode uit ?ijne beschrij-
ving van de maag van den lemming, die ook in mü l e e r ’s
A rch iv in eene Duitscjie vertaling gevonden wordt. Op
deze wijze heeft hij ook de holten van het hart naauw-
keuriger, dan vöör hem geschied was, doen kennen. Hij
toonde mij ook het ligamentum fu n d ifo rm e ta r s i door
hem ontdekt, ’t geen onder het lig am en tum cruciatum
over den peeskoker voor de lange uitstrekkende spier
der toonen en den musculus peronaeus te rtiu s als eene
lus heenloopt. — De schedelverzameling van menschen-
rassen was niet rijk, behalve voor Zweedsche en Lap-
landsche schedels. Die der Zweden zijn lang, met voor-
uitstekenden achterhoofdsknobbel. R e t z i u s meent, dat
de scherpe gelaatshoek bij Negerschedels alleen van de
grootere tanden afhangt, welke meening mij echter niet
gegrond voorkomt. Fraaije corrosie-preparäten van longen
en lever, vervaardigd door den Koppenhaagschen
Prosector i b s e s , versieren mede deze verzameling. Ook
Zietmen er eenige schoone waspreparaten van Florence,
waaronder een van het geheele menschelijk ligehaam voor
de neurologic, ’t geen een geschenk is van den Kroon-
prins o s c a r . Aan den kundigen en beschaafden Prosector
b e r g heeft r e t z i u s eenen ijverigen medehelper.
Bii den Heer s c h w a r t z , Directeur van het Technologisch
Instituut, zag ik een0e zeer groote cram*oilo-
gische verzameling. Het belangrijkste was mij , dat hij
eenige voorbeelden had van veranderingen van den sche-
del door ontwikkeling van het denkvermogen. De basis
van het voorhoofd boven de oogen i s , volgensscnwARTZ
zeer ontwikkeld bij menschen, die veel aanleghebben om
te leeren en ta lrijke/aeiakunnen verzamelen (b. v. bij den
grooten geschiedschrijver jo H. von k ü il e r , van wiens
hoofd hij een afgietsel had). Het bovenste gedeelte van
het voorhoofd is daarentegen groot bij menschen van
3*