
vordertden roem zijner regering en T a n zijnland, daarop
mag niet bezuinigd worden. O e r s t e d verhaalde mij
daarvan merkwaardige voorbeelden. Op een verzoek om
noodige gelden voor eene wetenschappelijke onderneming
had hem een Minister toegevoegd : «Wij zijn wel een
klein volk, maar dumm wollen w ir doch n icht w erden.»
Mg körnen daarbij de woorden van g l e im in het geheu-
gen : « D umm machen lassen w ir uns nicht. » Dat is
de troost van een klein volk, dat zijne sterkte gevoelt!
In het tegenwoordig Europa verslikt men dien vrijen
geest te dikwerf, en, alleen op materiele belangen zien-
de, vergeet men, dat menschen nog iets anders zijn
dan gefallen. Die groote woorden van den geschiedschrij-
ve r voN M ü l l e r mögen ook wij (een klein volk, eve'n
als de Denen), ons wel gestadig herinneren : Die
grössten Dinge sin d durch kleine V ölker geschehen;
sie bedurften der Anstrengung. Door dien geest werden
onze vaders groot, en Nederland, eene naauwelijks
zigtbare piek op de wereldkaart, trok aller oogen tot
zieh en verspreidde licht in het rijk der wetenschappen
over den ganschen aardbol.
Een groot gedeelte van mijnen tijd bij mijn tweede
verblijf te Koppenhagen besteedde ik aan het bezigtigen
der ontleedkundige verzameling van e s c h r i c h t , waarin
een groote schat van voorwerpen aanwezig i s , die op
de walvisschen betrekking heeft. Het koninklijk mu-
seum van natuurlijke geschiedenis, in het jaar 1801
uit eene vereeniging vanverschillende verspreide verzame-
1) «Dumm machen lassen wir uns nicht,
W ir'wissen dass wir ’s werden sollen!
Vernunft heisst das von Gott uns angestechte Licht,
Das sie auslöschen w o llen ! x
Wir wissen dass wir dumm, dumm wieder werden sollen,
Und werden ’s ganz gewiss mit Gottes Hülfe n ich t!»
lirigen opgerigt, is in een voormalig grafelijk paleis in de
Stormgade geplaatst. Prof. r e i n h a r d t , wiens zoon,
de Candidaat r e i n h a r d t , op devergadering te Stok -
holm geweest was en mij in Koppenhagen met verplig-
tende dienstvaardigheid rondgeleidde, woont bij deze ver-
zamelingen. Men ziet hier vele Groenlandsche dieren,
vooral visschen, die in andere Europische Musea zeldzaam
zijn. Bij R E I N H A R D T bragt ik eenen aangenamen mid-
dag door in gezelschap van s c h o u w en h o r n s c h u c h
en bezocht met den laatste ook nog den ij vorigen Entomo-
loog w e s t e r m a n n , wiens verzameling van vlinders en
kevers door rijkdom der soorten en schoonheid der exem-
plaren uilmunt.
Ook het bij Koppenhagen gelegen dorp Lynghy werd
door mij in gezelschap van Prof. m o l b e c h bezocht, daar
wij eene uitnoodiging hadden bij den Prof. in de regten
kl. r . , welke aldaar zijn buitenverblijf heeft. Wij vonden
eene kleine, bescheidene woning, eene hupsche, be-
schaafde familie en een ongedwongen onderhoud. Lynghy
ligt in eene fraaije streek, anderhalve mijl ten noorden
van Koppenhagen. Hier heeft men een me er, heuvelen,
bossehen en velden en vriendelijke landhuizen van inwo-
ners der hoofdstad. Hier kan men gelukkig leven; hier
» Nunc veterum lib ris , nunc somno e t inertibus horis
Ducere sollicitae jucunda oblivia vitae. »
Bij Lynghy ligt ook het eenvoudig lustslot Sorgenfrie
door C H R I S T I A A N VII als Prins bewoond en nog een
geliefd verblijf des Konings, hoezeer het huis te klein
is om een koninklijk gevolg te herbergen. In het park
en de tuinen kan men vrij rondwandelen. Deze plaats is
eene der meest bezochte plekken, waarin de inwoners
van Koppenhagen zieh ’s zomers verlustigen. Reeds viel
de avond, eer wij afscheid namen van onzen vriendelij-
ken gaslheer. Schoone zielen leert men eerst regt schat