
krachten der aarde op ieder punt harer oppervlakte te
kennen. Dit element, hetwelk voor de zeevaart van minder
aanbelang was, had men tot nu toe geheel en al
verzuimd te onderzoeken; men wist zelfs niet of deze
resultante dezelfde grootte had over de geheele oppervlakte
der aarde, dan of zij, gelijk de zwaarte, grooter
was aan de polen dan nabij den evenaar. Den eersten stap
om dit gebrek weg te nemen , deed de Fransche kapitein
(later admiraal) d e r o s s e l op de door d e n t r e c a s -
t e a d x volvoerde reis rondom de aarde, in de jaren
1791 tot 1793. Hg nam den schommelingstgd van eene
inclinatie-naald waar in B r e s t, op Teneriffe, Amboina,
Java en F a n Diemens land. Uit deze waarneminsOren
volgde, dat wanneer men de intensiteit op Amboina,
hetwelk nabij den evenaar lig t, als eenheid aanneemt,
dezelve op Teneriffe was = 1,32 , in B r e s t = 1,40, op
Fan-Diemensland — 1,66 en gevolgelijk van den
evenaar naar de polen toenam. In het jaar 1799 aan-
vaarddede Heer v o n h ü m b o l d t zijne Amerikaansche
reis, en stelde eene reeks van waarnemingen over de
schommelingen eener inclinatie-naald van P a r ijs over
den Atlantischen Oceaan tot L im a en van daar noord-
waarts tot Mexico in het werk. Op de eerste reis van
kapitein r o s s , in het jaar 1818, om eene noordelijke
doorvaart door Amerika te zoeken, werden op dezelfde
wijze waarnemingen in het werk gesteld , omtrent den
schommelingstgd van eene inclinatie-naald op verschil-
lende punten van Londen tot de Baffins-baai. Op de behende
expeditie in de jaren 1822 en 1823 volvoerde de
tegenwoordige luitenant-kapitein s a b i n e eene reeks
van waarnemingen met zes in eene horizontale vlakte
schommelende naalden, van Bahia en de eilanden Ascension
en St. Thomas tot de noordelijke kust van S p its bergen,
d. i. van 13<> Z. B. tot 80o N. B. Op verschilfende
reizen door de drie noordsche rijken, door Finland
en het noorden van Duitschland nam ik de schomme-
lingstijden van eenen horizontalen cilinder waar en ontving
ik verschillende bijdragen van onderscheidene geleerde
vrienden, die zoo wel in het zuidelijke als noordelijke
Europa reizen hadden gemaakt. Door eindelijk de ver-
houding te observeren tusschen de magnetische intensiteit
te C h ristia n ia , Londen en P a r ij s , hetgeen de punten
waren, van welke al deze reeksen van waarnemingen
uitgingen, zag ik mij in Staat om in het jaar 1826 eene
kaart van de isodynamische lijnen voor de geheele
magnetische kracht te ontwerpen van 28° Z. B. tot 80»
N. B. envan HKriW. L. tot 50<>0. L. van Ferro, welke
alzoo Am e r ik a , den Atlantischen Oceaan, E u ro p a en h e t
westelijk deel van A fr ik a bevatte*). Om de kennis van
het magnetisch systeem der aarde tot Siberie te kun-
nen uitbreiden, waar bijkans alle opgaven ontbraken,
werd ik door de Noorweegsche Storting met de noodige
hulpmiddelen toegerust en verzamelde ik op eene reize,
in de jaren 1828 tot 1830 eene groote menigte van
waarnemingen over miswijzing, inclinatie en intensiteit.
Van den Russischen admiraal e u t k e , die kort te voren
van eene reize om de aarde terug was gekeerd, ontving
ik in het jaar 1830, te Petersburg, eene schoone reeks van
waarnemingen omtrent de intensiteit in den Stillen Oceaan,
tusschen Am,erika en Azi'e, en in de Indische zee. Vroeger
had ik van den Engelschen kapitein k i n g eene reeks
van waarnemingen erlangd längs de kusten van Zuid-
Am e rika van Bio-Janeiro tot F a ld iv ia . Door middel van
al deze waarnemingen werd ik in Staat gesteld, de öerste
algemeene kaart uit te geven over de isodynamische lijnen2),
1) Deze kaart wordt gevonden in het Magaz. fo r Naiurvidenskaberne
f o r 1826 enin p o g g e n d o r f f ’s Annalen.
2) Magaz. f. Naturvidensk. 1 8 3 2 , en sc h u m a c h e h ’s Astronomische
Nachrichten.