
VIERDE HOOFDSTUK.
VERGADERIJiG DER SCANDINAVISCHE N ATUURONDERZOEKERS.
Toen de natuur- en geneeskundigen van Zweden, De-
nemarken en Noorwegen, in navolging van hetgeen in
andere landen geschiedde, het.besluit namen van om de
twee jaren in een der drieKoningrijken zamen te komen,
was hun eerste oogmerk, eene naauwere verbindtenis
tusscben de geleerden dier landen te doen ontstaan en te
onderhouden, en tot eene algemeene literatuur aanlei-
ding te geven, welke door de overeenkomst der talen
gemakkelijk te scheppen was. Thans echter wenschte
deze vergadering, ook buiten dit bijzondere doel, een’
nieuwen band te vorraen tusschen de natuur-en geneeskundigen
van het Noorden en van het overige E u ro p a ,
en noodigde dien ten gevolge ook buitenlanders tot deel-
neming uit. Er waren evenwel slechts 22 buitenlanders
onder de deelnemers. In het geheel hadden zieh 426
ingeschreven, namelijk :
Van Zweden 300.
Van Denemarken 83.
Van Noorwegen 21.
Van Finland 9.
Van Rusland 3.
Van P ruisen 3.
Van Oostenrijk 1.
Van Hannover 1-
Van de Nederlanden 1.
Van F ra n k r ijk 1.
Van En g e la n d 2.
Van Ie rla n d U
Aan het hoofd der vergadering stond, als eerste voor-
zitter, deberoemdeBERZEEius . Zeldzaam is h e t , wan-
neer verdienstelijke' mannen in hunvaderland gedurende
hun leven algemeen erkend worden ; b e r z e l i u s evenwel
levert hiervan een voor hem en voor Zweden even roemvol
voorbeeld op. De populariteit van zijnen naamis in Zweden
zoo g ro o t, dat elk, die op eenige beschaving aan-
spraak maakt, al weet hij overigens naauwelijks, wat
Chemie is, gaarne zijnen roem vermeldt, en den grooten
man, dien geheel Europa met eerbied noemt, met va-
derlandscheri trots als een sieraad van Zweden beschouwt.
Zulk eene algemeene bekendheid had zelfs een c u y i e r
in F ra n k r ijk niet. Verdiensten kunnen de .benijding niet
ontgaan; maar waar de nijd zöö tot slilzwijgen gedoemd
wordt, moelen groote persoonlijke hoedanigheden, moe-
ten aantrekkelyke eigenschappen van het karakter aan
den mensch eene hoogere waarde bijzetten, dan eene
uitgebreide kennis, een opgeklaard verstand, een scherp-
zinnig oordeel hem geven kunnen. De eenvoudige en tevens
hoogst besehaafde , de innemende , de welwillende man
doet ons telkens den beroemden geleerde vergeten. Met
dien indruk verliet ik hem den laatsten avond van mijn
verblijf te S to k h o lm , toen hij eenige vreemden ten af-
scheid bij zieh genoodigd had; en toen ik van zijnever-
pligtende vriendelijkheid tot j o u n s t o h gewaagde, zeide
deze ; « I j b e r z e e io s is not k in d , he is not b e r -
ZEL I U.S. »
Als tweede voorzitter stond naast hem de Heer e k -