
m ij ! Ma t t h . XI : 2 8 , en eindelijk aan den onderrand
van het voetstuk : I k hen met ulieden a l de dagen tot
de voleinding der wereld , m a t t h . XXVIII! 20. Deze
gedachten heeft de kunstenaar in zyn werk uitgedrukt:
de hooge zending, de liefderijke ontferming en de eeuwig
blijvende kracht des Verlossers.
TWEEDE HOOFDSTÜK.
KOPPERBAGER. DE DIERGAARDE. THORWALDSER’ S WORTRG.
VERTREK. NAAR GOTHENBURG. GOTHA-KA.NAAE. AARH.OMST TE
STOKHOLM.
Het heerlijkste zomerweder begunstigde ons op den
dag onzer aankomst te Koppenhagen, zoodat ik ’s na-
middags, in gezelschapvan j o h n s t o n , g r i s e b a c h ,
een’ H o frath M. uit Dresden, een’jongen P a rijzen a a r,
die bijkans geheel zuidelijk Europa doorreisd h a d , en
een’ jongen D u it scher, welke alle met my het oranje-
kleurig bepleisterd Hotel d? Angleterre bewoonden, een
togtje naar de Diergaarde (Dyrehaven) ondernam. Men
bedient zieh hier tot dergelijke togtjes van groote wagens
zonder veren, waarin de banken los zijn opgehangen,
zoodat men , over de groote steenen van den straatweg
geschud, geschommeld en geschokt, eene levendige en
overtuigende gewaarwording h e e ft, dat men ter verlus-
tiging uit ryden is gegaan. Eer wy de oosterpoort uit-
red en , bragt ons onze weg door het matrozenkwartier,
eene stad in de stad, met vele regte, aan elkander even-
wijdige straten , door twee overlangsche straten gekruist,
en geel gepleisterde, läge, eenvormig gebouwde huizen
aan weörszyden. Hier wonen de matrozen, die in vaste