
op welke echter nog de lijnen voor het zuidelijk gedeelte
van de Atlantische, Indische en Stille Zee ontbreken.
Door sommige latere waarnemingen van Engelsche z e e -
officieren te berekenen, heeft de luitenant-kapitein s a b i h e
deze leemten gepoogd aan te vulleu.
Nadat t tc ho brahe met groote vlijt en naauwkeu-
righeid vele jaren lang de planeten op menigvuldige
puntenvanharebanenwaargenomenhad, vond ke p p l e e
dat zij ziqh om de zon in ellipsen bewogen, dat hare
snelheid op elk punt van den loopkring afhing van de
gedaante of excentriciteit van dien loopkring, en dat de
verschillende omloopstijden der planeten van derzelver
middelbaren afstand van de zon afhankelijk waren. Later
betoogde n e w t o n , dat wanneer men aannam, dat er
eene wederkeerige aantrekkingskracht in de zon en alle
planeten bestond, wier intensiteit in de regte reden der
massa’s en in de omgekeerde reden van de Vierkanten
der afstanden was, de planeten, bijaldien men derzelver
wederkeerigen invloed op elkander veronachtzaamde, zieh
naauwkeurig bewegen zouden, volgens gemelde zooge-
noemde Kepplersche wetten. Daardoor was het vraagstuk
volledig opgelost en deze is de algemeeqe en noodzake-
]ij ke § an& van de Studie der natuur. Eerst moeten de
verschijnsels door proef- en waarnemingen in al hunne
veranderingen onderzocht worden; daarop mag men be-
proeven, al deze veranderingen onder algemeene wetten
te omvatten, en eindelijk de natuurkrachten op te
sporen, welke in Staat zijn om de veranderingen volkö-
men voort te brengen, welke onder de algemeene wet
begrepen zijn. Van deze drie tijdperken heeft het aard-
magnetismus tbans eerst volkomen het ee rsteofhet expe-
rimentele ten einde gebragt, daar wij tamelijk volledige
kaarten van de miswijzing, inclinatie en intensiteit be-
zitten. ’tGeen er in volledigheid aan ontbreekt, zal ten
deele aangevuld worden door de zuidpopl-expeditie, welke
de Engelsche Regering heeft uitgerust. Hel andere Stadium
is, ondanks dedeels onvolledige, deels minder naauw-
keurige materialen, voorloopig gelukkig doorloopen, door
den hofraad g a u s s te G ö ttin g en , terwijl hij van de be-
kende werkingswetten voor magnetische deeltjes algemeene
formulen voor de gezamentlijke werking van een’
bol , die uit zoodanige deeltjes bestaat, op elk punt van
deszelfs oppervlakte heeft afgeleid. De in deze formulen
voorkomende standvastige grootheden, welke afhankelijk
zijn van dé verdeeling der magnetische deeltjes in onzen
aardbol, heeft hij volgens de in het experimentele Stadium
verzamelde bouwstoffen zoo gelukkig bepaald, dat de
naar deze formulen berekende miswrjzingen, inclinatien
en intensiteiten, zoo naauwkeurig als men wenschen
k o n , ja bijkans beter, dan men naar de omstandigheden
verwachten mögt, met de waarnemingen overeenkomen.
Maar de theorie van g a u s s veronderstelt naauwkeurige
middelwaarden van de grootte en rigting der magnetische
kracht op eene groote menigte van punten van de oppervlakte
der aarde. De grootte en rigting der magneet-
kracht van de aarde heeft namelijk drie verschillende
variatien, welke afzonderlyk moeten bestudeerd worden:
1) Eene dagelijksche regelmatig periodische verande-
r in g , welke plaats heeft op hetzelfde relative uur in verschillende
meridianen, vroeger alzoo in de oostelijke, danin
de westelijke plaatsen van het oppervlak des aardbols. Deze
moet gevolgelijk hären oorsprong hebben van de verschillende
plaatsing der zon , in betrekking tot den horizon en
meridiaan der plaats, en wordt waarschijnlijk voortgebragt
door de verwarming en verkoeling des dampkrings en der
oppervlakte van de aarde en daaruit ontstane electrieke
stroomen. 2) Eene onregelmatige verandering, welke
allhans over geheel Europa in hetzelfde absolute tijd s tip
in verschillende meridianen invalt. Deze stootwijs plaats
hebbende veranderingen moeten gevolgelijk eenen dieper