
Hjgfe
BIJLAGEN........................................75—157.
A. Index Scholarum in Academia regia Christiana-alber-
tina per instans semestre aestivum a die inde XVIII
Mensis Aprilis Anni MDCCCXLII usque ad festum Michaelis
MDCCCXLII publiceprivatimque habendarum 77—85.
B. 1. Rede, uitgesproken door den Baron b e r z e l iu s , bijde
opening der eerste zamenkomst in Stokholm van het
Scandinavische Gezelschap vim Natuuronderzoekers . 86—91.
2. Eenige woordenover de opheffingvanScandinavie’s
kust boven de vlakte der omliggende zee, en over af-
slijpingen en kloven in deszelfs bergen, van den Baron
BERZELIUS................................................... .............. 92—112.
C. Geschiedkundige zamenstelling vanhetgeen ersedert
het begin der vorige eeuw tot nu toe verrigt is voor de
theorie van hetaard-magnetismus, door Prof. h a n s t e e n 115—124.
D. Over de planten van Pompeji, door Prof. sc h o uw . . 125—132.
E. Catalogus praelectionum in Academia regia Upsaliensi
publice et privatim a die I Octobris MDCCCXLI ad
idem tempus anni sequentis instituendarum . . . . 133—148.
F. Index Lectionumin Uni ver si tate regia Hauniensi et in
Academia regia Chirurgica per semestre hibernum a
kalendis Novembribus a. MDCCCXLI habendarum. . 149—157.
EERSTE HOOFDSTUK.
VERGADERINGEN VAN NATUURONDERZOEKERS.
HAMBURG. K IE L . UNIVERSIT EIT ALDAAR. KOPPENHAGEN. L IEVE
VROUWEKERK.
Vergaderingen van natuuronderzoekers, uit verschil-
lende oorden byeengekomen om elkander persoonlijk te
leeren kennen en over de wetenschap hunne denkbeeiden
te wisselen, zijn eene vrucht van den voortgang der
beschaving in de eeuw, waarin wij leven. Reedslwintig-
maal (sedert 1822) kwamen de Duitsche geleerden aldus
in verschillende steden van het groote Duitsche vaderland
te zamen, en deze bijeenkomsten werden later in E n g e la
n d , F r a n k r ij k , Ita lic en na 1839 ook in de drie
Scandinavische rijken nagevolgd.
Er moet in deze bijeenkomsten een groot en edel
doel liggen, hetwelk men zieh met dezelve heeft voorgesteld
en hetwelk tevens daardoor, ten deele althans,
bereikt wordt. Levendig zullen altijd in mijne herinnering
de gewaarwordingen blijven, waarmede ik voor het
eerst zulk eene bijeenkomst in het jaar 1841 te E ru n s -
w ijk bijwoonde; onvergeteligk de menigte belangrgke
kennismakingen met velo uitnemende mannen, waarop
Duitschland roem draagt. Hoe veel vindt men daar af
1